Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

Opgedoken brieven van Arthur Rimbaud (8)

Zelfs aan mijn grootste kroegmaat en leraar in de tovenarij, Charles Bretagne, durfde ik het niet kwijt, al stond ik vaak wel op het punt om het hem te zeggen, maar angst weerhield mij, al was ik nog zo dronken. Meneer Bretagne is trouwens een verhaal apart, ik heb veel aan hem te danken, meer dan aan welke gevestigde leraar dan ook. Hij was al ver op het pad dat ik wilde gaan en hij wees mij waar ik aanwijzingen kon vinden, hij hielp mij verder naar de geheime spelonken in het menselijk onbewuste. Zonder woorden gaf hij mij een spirituele leidraad om diepgaand te leven en om het traumatische verleden te overleven en zelfs van mij af te schudden, los te laten als een oud en nutteloos kleed. Voor mij was hij als de reïncarnatie van Merlijn, de oppertovenaar die ik aanbid en van wie ik mijn huidige krachten ontvang, als van een door de dood ontnomen vader. Prachtig hè, wat valt alles lekker in elkaar, maar dat lijkt maar zo, dat lijkt maar zo, er is waarachtig veel schijn op aarde en alles kent weer diepere werkelijkheden, voor mij is het summum de mysterie zelf, voor mij mag alles mysterie blijven of worden. Ik zal er niet om huilen dat alle zekerheden vergaan, sterker nog, dat is het heilige doel dat ik nastreef. Maar nu dan het drama dat ik moest ondergaan in de barakken aan de rue de Babylone. Hier nam mijn leven een dramatische wending, een chute om in dichttermen te spreken. Nee, vader, men vangt mij niet meer, op geen enkele manier, ik zal zorgen dat ik ongrijpbaar blijf, door niemand overmand, in niemands macht, een onoplosbaar raadsel, dan pas ben ik werkelijk vrij, werkelijk een waardige, doorleefde nazaat van het geslacht Rimbaud. Mijn pen is daarbij mijn toverstaf. De barakken, ja, grofweg gezegd ben ik daar verkracht door een groep soldaten van de (natte) Nationale Garde. Ik durf er nauwelijks over te praten, alleen in deze brief. Ze hebben mij erin geluisd met hun vieze praatjes en hun valse luidruchtigheid. Afschuwelijk vond ik het, terwijl ik lichamelijk nog een onrijpe vrucht was, naïef en te goed van vertrouwen. Ik voelde me vies en minderwaardig gemaakt. Ik zwierf doelloos door de straten van Parijs en het was al bijna nacht, toen ik een groep zingende soldaten tegenkwam, dat was ergens ver in februari, Parijs stond bol van de spanning en deze jonge kerels ook, alleen gingen ze dat op mij botvieren. Ik was verzwakt door het weinige voedsel en de ontberingen van het vele lopen, zodat ze aan mij een makkelijke prooi hadden. Ze waren een overmacht en sommigen zagen er moordlustig uit, in ieder geval gevaarlijk. Hun opdringerige gedrag was bot en bestiaal, zij maakten een ander van mij, wie ik daarvoor was lijkt te zijn gemarteld, opengereten, gedood, vermoord. Mijn openheid kwam mij duur te staan, ik was niet voorbereid op zulke bruten, die via geslijm en valse beloften mij willoos maakten en daarna onder serieuze bedreiging, mij gebruikten voor hun seksuele lusten. Ze dreigden mij te vermoorden als ik niet deed wat zij wilden. Ik dacht dat ik gek werd. Ik mocht hen nooit verraden, zeiden ze, en dan richtten ze hun duistere, demonische ogen op mij. O vader, ik wilde dat ik meer had geleerd mijzelf te verweren, maar wie had zich durven verdedigen in zo'n patstelling, in zo'n hachelijke situatie! ik kon niets beginnen, ik was als slachtvee overgeleverd aan hun grillen, aan de manier waarop ze mij zouden kelen, deze gewetenloze slagers! Wat moesten ze van mij? konden ze geen vrouwen versieren? blijkbaar niet met die lelijke smoelwerken van hen, ik haatte hen, maar ik kon niet vluchten, want ze sloten me steeds weer in. Ze gingen dwars door mijn grenzen, zonder pardon, puur uit satanisch eigenbelang. O vader, wat had ik een verdriet, wat voelde ik mij verlaten en machteloos! Wat heb ik vurig gewenst dat u me plotseling kwam redden, alsof het een wensdroom betrof, maar het was een verschrikkelijke nachtmerrie, die mij nu nog voortdurend pijnigt! een desastreuze nasleep! en moeder, vader, wat had zij me over het seksuele leven verteld? niets, rampspoedig niets. O ik droomde al wel heimelijk van een meisjeslichaam, maar meer van een haarlok, een verliefde blik of blozende wangen, niet van de liefdesdaad. Hoewel, soms, maar dan was ik blij dat het bij dromen bleef, want in werkelijkheid was ik terughoudend uit een natuurlijke verlegenheid en zelfbescherming. En dan nog iets, mijn piemeltje was nog veel te klein voor seksuele aktiviteiten, ik kon hem amper stijf krijgen en van een zaadlozing kon je nog niet spreken. Ze beschimpten mij erom, wat mij diep gekrenkt heeft, waardoor ik dat nare ding zelf ben gaan haten. Het bracht me maar ellende. Ik wilde het verdringen, die angstaanjagende beelden, die steeds weer opdoemen uit mijn getormenteerde brein. Het lukt me niet, steeds zie ik als een onzichtbaar toeschouwer die agressieve, geile rotzakken weer voor me, hoe ze me, de een na de ander, anaal verkracht hebben! Hoe ze hun vervloekte sperma in mijn darmen spoten, hoe ik onder dwang hun monsterlijk grote pikken moest aftrekken en hoe hun kleverige zaadcellen over mijn hand gleden, ik wilde kotsen, mijzelf doodschieten, als die ordinaire flikkers maar ophielden, als mij maar enige genade was vergund, een uitweg uit deze onvoorstelbare hellesferen! mijn psyche knapte diep in mij, er vond een soort verschuiving in mijn hersens plaats, ik trad uit mijn lichaam en ik verloor daarbij een groot deel van mijn ziel. Ik zal hard moeten werken om dat deel terug te vinden, net zoals sjamanen in trance, die op zoek gaan naar verloren delen van hun of andermans ziel, tenminste dat heb ik ergens in een boek van Bretagne gelezen. Mijn zucht naar bevrijding is dan ook een zucht naar verdringing en vergetelheid, om van daaruit mijn ware ik terug te vinden. Al mijn agressie is in wezen gericht naar deze verkrachtende boosdoeners.

Schrijver: Joanan Rutgers, 8 jun. 2010


Geplaatst in de categorie: literatuur

3,0 met 3 stemmen 86



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)