Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

Een Indianenverhaal

In een woestijngebied rijdt een cowboy naar het tentenkamp van de Apachen. Bewakers volgen hem vanaf een berg. Wilhelm Prins, een halfbroer van Baffalo Bill, heeft niet in de gaten dat hij in de val rijdt. 'De reis is langer dan ik dacht', denkt hij, 'ze hebben me in het fort om de tuin geleid.'. Het magere paard kwijlt uit zijn bek. Een pijl schiet vlak voor het paard in de grond, hij steigert, Wilhelm valt, zoekt dekking achter een rotsblok. Zijn paard vlucht weg en hij wacht af. 'Indianen!', denkt hij, 'ik zit gevangen!'. Hij schiet op een bewegende veer, de Indiaan valt zeker honderd meter naar beneden, uitgegleden. Hij wil de gevallen krijger helpen, zijn goede bedoelingen duidelijk maken. Hij schiet zijn pistool leeg en smijt het weg, hij houdt zijn handen opgeheven. De Indianen naderen. 'Waarom vecht jij niet?', vraagt een gespierde Apache. 'Ben jij een lafaard?', vraagt de ander. 'Nee', zegt Wilhelm, 'maar ik vecht niet tegen een stervende krijger!' De gespierde krijger gaat naar zijn broeder. 'Dubbele Beer, hou vol, de medicijnman zal je weer doen lopen!' 'Lachende Bizon, laat deze blanke man ons volgen!' 'Sprekende Berg, neem hem mee naar ons kamp!' Het opperhoofd Wilde-Paarden-Zonder-Angst spreekt: 'Welkom, moedige vreemdeling, Dubbele Beer zal genezen dankzij u, wees onze gast!' 'Dank u, opperhoofd, ik zal ervan genieten!' Lachende Bizon wijst hem een slaapplaats aan. Een aantal krijgers met oorlogskleuren gaan met veel gekrijs op weg, vrolijke kinderen spelen met elkaar, parmantige squaws doen de was in een fris stromend beekje, honden snuffelen naar voedsel. Op een ideaal plekje valt hij in slaap. Hij droomt over vier wagens in de woestijn, kikkers in de voorste wagens, wolven in de achterste wagens. De kikkers eten de wolven op, zij duiken in het rivierwater, verdrinken, worden haaien en dolfijnen, springen uit het water in een rode kom, zijn hart... hij schrikt wakker van geritsel, er staat een vrouw naast hem. 'Heb ik u wakker gemaakt?', vraagt zij. 'Nogal, maar dat hindert niet' 'Ik wil graag dichtbij u zijn!' 'Kom maar naast mij liggen!' Ze is slank en onweerstaanbaar, ze heeft dikke borsten met grote tepels en het bruine haar zit in twee keurige vlechten, onder haar onderlip zit een klein litteken. 'Stil maar' gebaart ze en hij geeft zich over aan de rauwe geilheid van de jonge squaw. 'Ik heet Zon-In-Koude-Winters', fluistert ze. 'Wilhelm, Prins' kan hij nog net zeggen, voordat ze haar tong diep in zijn mond steekt.

Bij een van haar orgasmes schreeuwt ze het hele tentenkamp bijeen. Sterke Adelaarsklauwen ontdekt hen, hij stuurt haar het water in, zodat ze haar vagina kan wassen. Er kleven nog schaamharen aan de pik van Wilhelm, zijn hoofd is vuurrood. 'Nu lijk ik ook een roodhuid!' 'Smerige blanke, schaam je diep, de dochter van Rode Maan verkrachten, durf je wel?' 'Ze wou zelf, ik heb haar nergens toe gedwongen!' 'Vertel dat maar aan Rode Maan, die zal zeker een tweegevecht willen!' Die avond wordt er gestreden rond de totempaal. De hele stam kijkt. Zijn einde lijkt nabij, maar dan slaat het beresterke opperhoofd mis met zijn bijl, zijn touw is losgeslagen en hij kan ongehinderd wegrennen. Manitoe's magie, ze lijken wel verdoofd door een of ander geheim brouwsel. Hij groet het verstijfde volk en hij verdwijnt, in de wapperende opening van een tipi lacht een gewiekste squaw hem na.

Schrijver: Joanan Rutgers, 4 jul. 2010


Geplaatst in de categorie: vrouwen

1,0 met 2 stemmen 1.254



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)