Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

Het verhaal van de zalm Deel 1

“Ik wil weg van hier!” Hij zei het ineens, zo vanuit het niets en eigenlijk kwam het ook óp uit het niets. Hij had het zomaar bedacht.
“Maar hoezo, waarom wil je weg, we hebben alles hier!” zei de ander.
“Ik weet het ook niet zo goed, misschien omdat we elke keer hetzelfde rondje zwemmen, ik heb het gewoon wel een beetje gezien, het is steeds hetzelfde.”
“Denk je dan dat het verderop, of waar je ook naar toe wilt gaan, dat het dáár zoveel beter is?, zoals ik al zei; we hebben hier toch alles, lekker eten,…”
“Ach, het klinkt raar maar zelfs het eten verveelt mij; eten, bewegen en rusten, meer doen we niet!”
“Tja, zei de ander, mij bevalt het hier nog steeds hoor.”
Het was even stil.
“Misschien komt het omdat jij wat ouder bent dan ik, vervolgde de ander, ik hoor het wel vaker; dat de ouderen weggaan.”
“Wát, ik óud, joh, hoe kom je erbij!” riep hij uit, “weet je nog, daar waar we vandaan kwamen?, ik wil gewoon weer terug, denk ik.”
“Daarnaar toe?, vroeg de ander verbaasd, dat is toch tégen de stroom in!?”
“Daarom juist!”, zei hij, maar zo zeker als hij klonk, zo zeker was hij niet.

De gedachte zonk even weg. Het was ook een gekke gedachte geweest.
Hij at, bewoog en ging rusten. Daarna ging hij eten.
Plotseling was de gedachte er weer, en nu sterker; hij móest.
“Ik ga! zei hij tegen de ander, ik heb er genoeg van!”
“Dan moet je maar gaan”, zei de ander afwezig terwijl deze nog een flinke hap nam. ”Ik zal je missen”, klonk het met volle mond.

Hij was er klaar mee. Hij moest weg.
En hup; onderweg was hij.
Hij wist dat ze vroeger, op de tocht naar deze plek juist met de stroom méé waren gegaan, het was een gemakkelijke tocht geweest en de conclusie was simpel; daar waar de stroming tégen begon te staan, daar waar het bewegen moeilijker werd, daar ergens lag zijn doel, dat was het pad, steeds tegen de stroom in.

Hij zwom en zwom en steeds sterker werd de stroom tegen, tot deze eenzelfde kracht leek te behouden. Hij ging de goede kant op.
Terwijl hij aan rusten begon te denken, terwijl hij iets langzamer begon te zwemmen ontwaarde hij een reisgenoot, vlak voor hem. Ze trokken een tijdje samen op, stilzwijgend, want ze konden hun energie wel aan iets anders besteden dan gebabbel.
“Ik kán niet meer!, zei de reisgenoot ineens, nu toch wel erg duidelijk buiten adem, het is té ver!”
“Hoe ver is het nog dan?”, vroeg hij.
Dat wist de reisgenoot niet.
“Ik haal het niet,..stamelde de reisgenoot nog en zakte langzaam met de stroom mee terug.
Gesterkt want geschrokken door deze gebeurtenis en de gedachte aan terugkeren, net als de reisgenoot nu, terugkeren naar dat niets, dat vervelen, nee, hij zwom alleen door, sneller nog dan eerst.
Hij wilde verder.

Schrijver: michel reining, 1 dec. 2010


Geplaatst in de categorie: psychologie

5,0 met 2 stemmen 120



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)