Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

De verliefde bibliothecaresse

Clara is niet het type vrouw dat met vervelende tegeltjeswijsheden en oppervlakkige Libelle-verhalen voor de dag komt, nee, ze citeert liever Camus en Stendhal, Schopenhauer en Goethe. Je kunt het wel een beetje van haar gezicht aflezen, een prachtig gestroomlijnd profiel, zelfs de rimpels liggen erbij als droge beekjes, die elk moment kunnen worden volgestort met bruisend Spa-water of gedistingeerde whisky. Clara ( iedere vergelijking met een werkelijke vrouw is uitgesloten!) werkt al jaren tevreden en voorbeeldig bij de bibliotheek in Ermelo. Ze is midden veertig, maar ze heeft het figuur en de uitstraling van een begin-dertiger. Genoeg mannelijke collega's die haar hebben willen versieren, maar daar is ze nooit op ingegaan, behalve dan Bob, die zo aandoenlijk met een grote bos rozen aankwam toen ze veertig werd. Jawel, die stumper had veertig dure rozen gekocht en er ook nog een dure fles wijn bij gedaan, maar die hint had ze lichtjes afgewimpeld. Toch was ze alweer geruime tijd sexueel-gefrustreerd en deze Bob had natuurlijk zoals de meeste mannen wel iets tussen zijn benen hangen, iets waar ze zo graag iets mee zou willen doen en daarom nodigde ze hem uit om die avond langs te komen in haar vrijstaande woning. Bob kwam langs en na gesprekken over hun werk en hun achtergronden, werd de fles wijn ontkurkt. Ze dronken het flesje leeg en juist op het moment doen Bob haar wilde zoenen, de onverlaat, werd er hard op de ruiten gebonkt. Het was de buurvrouw, die hulp nodig had met een dronken echtgenoot. Zo ging het avontuur met Bob niet door en daar was ze bij nader inzien niet al te rouwig om. Daarna ging ze weer automatisch opgewekt met haar bibliotheekwerk verder, ze vindt vooral de steile brug naar de ingang van de bibliotheek zo mooi en bijna symbolisch decadent. Haar privé-bibliotheek is in de loop der jaren ook flink uitgebreid met wereldwijde literatuur en ook enkele zeer gewilde eerste drukken, die ze op zolder verstopt in een antiek Frans dressoir. Naast enkele flessen cognac, want ze houdt ervan om overal drank te verstoppen, ook een tic van haar. Drank en literatuur gaan perfect samen, vindt ze. Een soort kruisbestuiving. Ze flaneert graag in de langgerekte winkelstraat van Ermelo, door menige man gulzig nagekeken, soms een vrouw. Meestal eet ze een lekker gebakje bij de bakkerij, niet alleen omdat die taartjes zo lekker zijn, maar ook omdat ze een oogje heeft op de bediende aldaar. Ze schat hem begin twintig, maar ze kan geen genoeg van hem krijgen. Ze zou hem willen opeten, inplaats van al die gebakjes. Ze probeert zo voordelig mogelijk op hem over te komen, is supervriendelijk, lacht op haar mooist, beweegt zo uitdagend mogelijk, spreekt hem extra lang aan, terwijl ze voortdurend diep oogcontact zoekt en vindt. 'Woon je ook in Ermelo?', vraagt ze nieuwsgierig. 'Nee, ik woon in Putten', zegt hij. 'Die stem! Zó geil!', denkt zij. 'Ik vind het extra fijn als jij mij een gebakje brengt!', zegt ze opeens. 'Is dat zo? Nou, geen probleem hoor, het is mijn werk, weet je?' 'Ik vind je een aardige jongeman, wil je een keer met me uit?', vraagt ze opeens. 'Ik zou wel willen, schat, maar ik weet niet of mijn vriend dat goed vindt!' 'Je vriend? o jee, ben jij dan gay?' 'Helaas voor jou wel ja' 'Shit! Dat heb ik weer!' 'Don't worry, baby, ik wil je best eens komen verwennen!' 'Ja zeg, no way, man, krijg het gebak-heen-en-weer!' 'Was een grapje, rustig maar, even goede vrienden, okay?'.

De volgende ochtend komt Clara niet opdagen bij de bibliotheek. Haar collega's proberen haar te bellen, maar ze stuiten op haar antwoordapparaat. Bob, extra bezorgd, gaat op zijn fiets als een speer naar haar huisje. Hij belt zenuwachtig aan, maar er wordt niet opengedaan. Een zwarte poes geeft zijn benen kopjes. 'Rot op, akelig beest!', vloekt hij. Hij loopt om haar huis, tikt tegen de ramen, klopt op de deuren, niets, volstrekt niets, enkel een kille stilte. Zijn hart bonkt bijna uit zijn ribbenkast. 'Waar kan ze nou toch zijn?', vraagt hij zichzelf af. Hij loopt naar de garage, annex fietsenhok en daar ziet hij haar liggen, in een grote plas met dieprood bloed. 'Godverdomme! Clara! Wat heb je nou toch gedaan?', schreeuwt hij. Hij ziet dat ze haar polsen heel diep heeft doorgesneden. Hij voelt of er nog een hartritme is. Nix. Dan belt hij huilend om een ambulance. 'Is het slachtoffer nog in leven?', vraagt de ambulancebroeder. 'Ik ben ba-bang va-van nie-niet!', antwoordt hij en hij stort in. Hij is permanent psychiatrisch patiënt geworden, 's nachts huilt hij aan één stuk door, altijd 'O, mijn lieve Clara!' herhalend tot vroeg in de ochtenden.

Schrijver: Joanan Rutgers, 16 apr. 2011


Geplaatst in de categorie: rampen

3,6 met 5 stemmen 199



Er zijn 2 reacties op deze inzending:

Naam:
Monique Methorst
Datum:
18 apr. 2011
Om met zo'n tegeltje aan te komen: men zegt toch...
waar het hart van vol is...:-) maar als je dan naar mijn schrijfsels kijkt. grijnzzz
Vlot geschreven.
Naam:
kees niesse
Datum:
17 apr. 2011
Email:
c.h.niessekpnplanet.nl
Ik vond het een mooi verhaal, maar ik zeg erbij, dat ik niet zo goed ben in het beoordelen van verhalen. Weinig ervaring.
Wat mij wel opviel, dat Clara seksueel gefrustreerd was en even later zij Bob uitnodigde om met hem seksueel wat te doen. Dan vraag ik mij af, waarom ze dan gefrustreerd was, maar dat bleek later weer in je verhaal, dat zij die jongen van twintig leuk vond, maar een homo bleek te zijn. Dus dat verklaart weer veel. Een mooi verhaal met een droevig einde.

Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)