Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

Koninklijke minstreel

(voor Geoffrey Chaucer (1340 - 1400))

In het riante huis, waar je opgroeide, stonden de rode wijnflessen uit Bordeaux overal opgesteld als trouwe onderdanen. Je woonde in hartje Londen, in de steenrijke wijk Vintry Ward, waar je ouders in een van de mooiste huizen uit hun bezittingen woonden, een van, want ze bezaten talloze kostbare gebouwen en aangezien de wijn bleef vloeien, groeiden de inkomsten ook. Je maakte al gauw kennis met de Latijnse klassieken, zodat je zin naar literatuur al vroeg geprikkeld werd. Terwijl je vader en je opa urenlang over de kwaliteit van diverse wijnsoorten en wijnjaren kletsten, zat jij in een rustig hoekje diepzinnige gedichten van Italiaanse en Griekse meesters te lezen. 'Ook een glaasje, Geoffrey?', plaagden de ouweheren. Pas later zou je ontdekken dat literatuur en wijn een perfecte match zijn. Via de connecties van je ouders werd je op een dag de page van gravin Elizabeth en prins Lionel van Antwerpen. Je liep keurig in het pak door de hoge vertrekken, volgestouwd met allerlei luxe kunstwerken. Je kreeg toegang tot een enorme bibliotheek, waaruit je mocht lenen wat je maar wou. De jonge gravin zwierde op een avond haar jurken zodanig heen en weer, dat je tot ver onder haar jurken kon kijken, zoals wel vaker in die tijd droeg ze geen slip en keek je zo in haar pruimkanaal, wat ook haar bedoeling was, waardoor je ongeremd geprikkeld werd en voor je het wist, lag je met je hoofd vol zware poëzie tussen de malse benen van een adellijke lady, die ook nog eens getrouwd was met een prins. Met haar dierlijke gekreun moedigde ze je alleen maar aan. Even later bedreef je de liefde met haar en dat herhaalde zich vele malen opnieuw, zonder dat iemand het ooit heeft geweten dan jullie tweeën. Zij kocht wel dure dingen voor jou, maar niemand zocht daar iets achter. Je ging in het leger van Edward de Derde en zo vocht je voor Engeland op Franse bodem, men maakte je krijgsgevangen, je doorstond de vernederende ontberingen en door losgeld werd je vrijgelaten, want je faam was inmiddels alom bekend binnen de hoogste kringen. Op je zes-en-twintigste trouwde je met de elegante, welgemanierde en in bed uiterst zwoele Filippa, die het ook gewend was om in adellijke kringen te vertoeven. Jullie kregen allebeide een jaarloon van Edward de Derde, vanwege jullie strijdbare inzet voor het vaderland en het koninkrijk. Daarbij moest jij wel bereid blijven om buitenlandse klusjes op te knappen, dus werd je naar andere landen gestuurd om geheime, politieke missies uit te voeren, als een voorloper van James Bond, al moest je wat zuiniger met de vrouwelijke veroveringen doen, want Filippa rook ze op een afstand en dan kon ze zeer hellig worden. Ondertussen studeerde je ook nog rechten op hoog niveau, want dat kwam altijd te pas. Met je Franse vriend en dichter Jean Froissart reisde je naar Milaan, Florence en Genua. Jean trok je als vanzelf weer wat uit de benauwde sferen van het huwelijksleven en daardoor floten jullie naar de Italiaanse schoonheden als jonge honden, die voor het eerst loslopen. Beschonken van de koele, witte wijnen waggelden jullie naar een rokerig bordeel, waar jullie eens flink van bil gingen om de zware, geestelijke ballast van boord te kunnen gooien. De volgende dagen ontmoetten jullie de oudere Petrarca en Boccaccio, die ondanks hun leeftijd gezellig meededen met de feestelijkheden, dichters onder elkaar, weet je, allen bevriend met Bacchus en na de losbandigheden volgden er nachtelijke gesprekken over de wederzijdse poëziekunsten. Boccaccio barstte soms zomaar in tranen uit, waar dan ene Maria achter school, Petrarca deed hetzelfde, wat weer het gevolg van ene Laura was. Jullie besloten hen maar alleen te laten, want op zoveel Italiaanse gevoeligheid en melancholie hadden jullie niet gerekend. 'Mijn hemel, wat een theatrale hypochonders!', zei jij. 'Weekhartige navelstaarders!', besloot jij. Je sprak en las vloeiend Italiaans, dus je hebt hun gratis exemplaren graag in je koffer gestopt richting je gratis woning boven de stadspoort van Aldgate, waar je zes jaar vertoefde en waar je begon te schrijven aan je bestseller 'The Canterbury Tales', geïnspireerd door een pelgrimstocht naar de kathedraal van Canterbury, naar het graf van Thomas Becket, heilige en aartsbisschop, vermoord door enkele verblinde ridders. Je werd beschuldigd van de verkrachting van Cecilia, maar door je hoge positie bleef dit zonder nare gevolgen. Je vluchtte een periode naar Kent en in 1387 stierf je zeer geliefde, trouw gebleven Filippa, waarna je in een diep, zwart gat viel. Er was heel veel wijn voor nodig om je weer op te krikken. Je was betrokken bij enkele belangrijke, Londense bouwwerkzaamheden en je kreeg een topjob bij de douane. Daarna werd je lange tijd hoofd-houtvester in de Koninklijke Bossen, wat je de nodige rust schonk om 'The Canterbury Tales' verder af te schrijven, al heb je het niet kunnen voltooien, zelfs niet in je laatste woning, een huis bij Westminster Abbey, het heeft je koninklijke status opgeleverd binnen de wereldliteratuur.

Schrijver: Joanan Rutgers, 14 aug. 2011


Geplaatst in de categorie: literatuur

4,0 met 1 stemmen 57



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)