Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

Voorloper van Baudelaire

(voor Pietro Aretino (1492 - 1556))

Je bent ter wereld gekomen in het bloedhete Arezzo, enkele kilometers van de Arno, waar je als kind aan wedstrijdzwemmen deed met je schoolkameraden. Daarna dronken jullie van de wijnkruiken, die jullie vader's vast niet zouden missen en jullie begluurden de jongedames op het platteland, die zich onbespied wanend vaak halfbloot bij een waterton ophielden. Je wist zelfs een vrouw te vinden, die zich 's avonds laat bij kaarslicht liet verwennen door diverse plaatsgenoten, vanuit de bosjes kon je haar zien dartelen en je verlangde naar de dag dat je die dingen ook kon doen. Je vader werkte maar aan de vele schoenen, die om een opknapbeurt smeekten, hij lapte, timmerde en hij sneed ook zelf de gevraagde schoenen voor edelen, wat veel geld opleverde en extra vlees op tafel. Je vader was getrouwd met een uiterst aantrekkelijke vrouw, mooie zwarte haren en die golfden dan sierlijk over haar riante boezem, die ze bijna totaal voor de dag haalde. Maar een mooie vrouw heb je nooit alleen en dat ervoer ook hij, want ze werd begeerd door vele, rijke mannen uit de hogere kringen, ze werd overstelpt met luxe cadeaus, sieraden en geld voor wat extra's. Je vader wist wel wat ze daarvoor deed, maar hij stond het murw geworden toe, wetend dat ze anders zo naar een van die voorname heren zou vertrekken en bovendien kwam hij meer dan voldoende aan zijn trekken bij haar onverzadigbare libido. Voorts kreeg jij door haar escapades zeven jaar lang hoog onderwijs in Perugia, waar je ook je eerste gedichten schreef. Een rijke bankier, die ook de schilder Rafael onderhield, nam jou onder zijn vleugels, maar deze Agustino was van de herenliefde en dus wilde hij wel wat terug in ruil voor zijn investeringen. In Rome kreeg de paus een zwak voor jou, niet dat hij zich aan jou vergreep, maar het leek er toch verdacht veel op. Intussen vergaarde je meer en meer roem als vlijmscherpe satiricus, je sloeg door, maar dat bracht nu juist de ophef teweeg onder al die leidende figuren, die je zielsdiep bespotte. Je wist dwars door de maskerades van potsierlijke machthebbers te geraken, zelfs de paus kreeg lik op stuk en mede vanwege enkele zeer pikante, onverbloemde, erotische lustsonnetten met pornografische tekeningen vluchtte je uit het onthutste Rome. Na de dood van de paus keerde je terug en nam je weer plaats op de troon van de spotkunst. Je durfde zelfs bisschop Giberte zwaar te beledigen, je schreef dat hij vele nonnen de penitentie van de penetratie opdroeg. Je kreeg doodsbedreigingen van hem opgestuurd en in een stil steegje werd er een mes in je rug geduwd, wat kantje boord was, want het lemmet streek vlak langs je hartwand. Daarna zwierf je voor je eigen veiligheid door Noord-Italië en je was in dienst van losbandige edelen, die je beloonden met heerlijke diners en eindeloze glazen wijn. Ze genoten van je moedige verzen, die boordevol humoristische anekdoten stonden over bekende machthebbers. In 1527 vertrok je voorgoed naar het romantische Venetië, waar het klotsen van de zee tegen de sierlijke kaden je elke dag verblijdde, waar pauselijke macht ontbrak en waar bovendien de seks welig tierde en dat niet alleen in de geheimzinnige, verbluffende bordelen. Je verbond het meest heilige met het meest vulgaire, wat je tot een waardige voorloper van het literaire, moderne symbolisme maakte. Je had reeds de hardnekkige noot gekraakt, die het on(der)bewuste gevangen hield. Je was doorgedrongen tot de diepten van de menselijke ziel, je zag in dat de vrome engelachtigheid niet veel verschilde met het dierlijk-erotische of het meest monstrueuze. Je maakte de extreme uitersten tot een eenheid in jezelf en daarmee was je alchemistisch torenhoog boven het dualistische gepeupel uitgestegen. Je schijnbare vulgariteit getuigde van opperste diepzinnigheid en dat ver voordat Jung geboren werd, Abraxas nogmaals zijn intrede deed. Je chanteerde belangrijke gezaghebbers met je brieven, je kon ze maken of breken, daar leefde je van en van speciale giften, zoals die gouden ketting van koning Frans. Je liet een grote, lange baard staan ter compensatie van je kale voorhoofd, waardoor je Bacchus in vlees en bloed werd. Overdag flaneerde je met je zijden gewaden langs de zonnige kaden van je geliefde Venetië, je werd eerbiedig gegroet door de meest respectabele lieden, allen ergens bang voor je vaardige pen, maar je duldde hun makke dweperij. Een van je beste vrienden, de kunstschilder Titiaan, maakte een treffend schilderij van jou, waarna je samen met hem een bordeel bezocht en hem en jezelf trakteerde op wederom fabelachtige erotiek, gepaard gaande met nog meer wijn en lekkernijen, totdat je in een lachbui bleef steken, de dienstdoende prostitué schrok zich het apezuur, rende gillend de gang op, terwijl jij smoorde in het inzicht van de definitieve absurditeit van al het menselijke handelen, je bulderende lach weergalmde door het hele bordeel, iedereen hield hun adem in, roeden trokken zich verslapt terug, het ging maar door, totdat het ineens als door een vlijmscherp hakmes werd afgesneden en de stilte door iedere aanwezige ziel geproefd werd als een beker vol gif. Velen stierven daar met jou en velen verderop, maar de dankbare herinnering aan jou doet latere poëten opgelucht ademhalen en als zij liederlijk lachen, gedenken zij jouw laatste helse lachbui, die poëtisch gezien geen weerga kent.

Schrijver: Joanan Rutgers, 19 aug. 2011


Geplaatst in de categorie: literatuur

3,7 met 3 stemmen 75



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)