Inloggen
voeg je verhaal toe

tabblad: verhalen

< vorige | alles | volgende >

verhaal (nr. 4248):

Mysterieuze mysticus

(voor John William Waterhouse (1849 - 1917))

Je bent geboren in het door stuifzand mistige Rome gevuld met eeuwenoude kunstschatten, terwijl je vader William en je moeder Isabella daar als kunstschilders werkten. Je herinnerde je niet veel van die beginjaren, maar daarin werden wel de kiemen van je latere obsessies gelegd, vooral doordat je opgroeide bij twee gepassioneerde kunstschilders, je zag en voelde hun extases tijdens de spannende schilderprocessen. Op je vijfde ging je met hen naar Engeland, waar je in Leeds naar de middelbare school ging. Je moest erg wennen aan de Engelse volksaard, de deprimerende regenbuien en de smogwolken, maar gelukkig vond je de zon binnenshuis bij je artistieke ouders en bij hun jolige en uitgelaten vrienden op vaak ingelaste ontspanningsfeesten. Je woonde in een gloednieuw huis in South Kensington, de zogenaamde Primrose Hill Studio's, waar je ouders hun atelier hadden en jij later ook, toen je op jezelf ging wonen aan de Abbey Road, maar eerst ging je naar de Koninklijke Kunstacademie om beeldhouwen te leren, maar dat gehak in steen verpestte je humeur, het was te grof voor jouw fijnzinnige artisticiteit en na een half jaar trok je de stekker eruit en koos je definitief voor de schilderkunst. Je ouders gaven je geen ongelijk en je ging op eigen houtje naar het British Museum en de National Gallery om daar boeiende kunstvoorwerpen te schetsen en je zweette volop tijdens je proefdoeken in je atelier, waar je ouders vaak nieuwsgierig even langskwamen. Op je drie-en-twintigste schilderde je 'Undine', een blonde schoonheid, die op de rand van een spuitende fontein balanceert, terwijl haar haren haar knieën bereiken. Twee jaar later kwam je met 'Slaap en zijn halfbroer de Dood' en je exposeerde bijna ieder jaar tijdens de academische zomertentoonstellingen, je successen stroomden binnen en je doeken werden daardoor alsmaar groter, want je kon de uitdagingen makkelijk aan. Met dank aan de dichters Shakespeare, Keats, Ovidius, Dante, Tennyson en Boccaccio, wiens dichtwerken je schatten aan inspiratie opleverde. Ook de Griekse en Romeinse mythologie en de Arthurlegende bulkten van de inspiratiebronnen. Je dreigde vaak overspannen te worden van al die indrukwekkende beeltenissen. Op je vierendertigste trouwde je met de liefdevolle, knappe, charmante, dromerige Esther Maria Kenworthy, die de dochter van een lerares en een kunstleraar uit Ealing te Londen was. Ze was een kunstschilderes van bloemen en ze exposeerde her en der. Jullie waren dol op elkaar en de witte nachten gingen niet onopgemerkt voorbij, want jullie vulden ze met tedere minnerij. Jullie kregen twee kinderen, die helaas zeer vroeg overleden. Dat maakte jullie zielen bedompter, maar niet afgestompter. Omdat haar perfecte lichaam jou alle genot verschafte, die je nodig had, flirtte je niet meer met zwoele modellen zoals Maria Lloyd, die je deed rillen van fatale begeerte, maar je wist die passie op het doek te smijten. Je had een zwak voor schoonheid uitstralende vrouwen, als je niet oppaste, ging je vele malen voor de bijl, maar je sublimeerde die bitterzoete femmes fatales op je schilderdoeken, zoals bij 'De schone dame zonder genade'. Je superbe 'The lady of Shalott', waarop Elaine van Astolat sterft van verdriet, omdat ridder Lancelot niet van haar houdt, werd gekocht door de bofkont Sir Henry Tate. Je liet je graag betoveren door mythologische vrouwen, niet in het echt, maar veilig in je fantasie. Dreigde je toch ten onder te gaan door je bezetenheid van bijvoorbeeld de duistere tovenares op 'Magische Cirkel' of de tot waanzin drijvende zwarte heks op 'Heks', die met één ontblote borst bij een poel neerhurkt, scherpgewapend met misleidende schoonheid, dan schreeuwde Esther 'Nino, touch me!' en dan was zij inderdaad de enige remedie tegen je opgevoerde betoveringen, je witte heks. Of je dikke hond met de lachwekkende kabouterpoten blafte je wakker. Je speelde met vuur door al die vrouwen zo betoverend mooi uit te beelden, want schoonheid kan dodelijk zijn, je goochelde met extreme uitbeeldingen, als een spiritist in seance, nooit zeker of datgene wat je oproept wel hanteerbaar is. Ook jij schilderde Ophelia, zij het dan vlak voor haar zelfverdrinking, misschien afgekeken van Millais en Rossetti, maar wat doet dat ertoe, je vele versies zijn onovertreffelijk omlijst met goud. Je zocht naar de uiterste grenzen van het leven, waar het goddelijke het sterkst aanwezig is, waar de duistere mystiek je zielenleven verrukte en bevend van genot voedde, gevat in de collectieve dieptepsychologie van de mens, de mythologie, jij, slimme rakker.
In 1915 kreeg je kanker en een jaar later schilderde je het hoogst ontroerende 'Tristan en Isolde', een stille ode aan Esther, die weer een jaar later je hoogstbedroefde weduwe werd. Ze stierf in 1944 in een verpleeghuis, waarna ze bij jou begraven is. Isolde vond haar Tristan weer, vooral in hogere sfeer.

Schrijver: Joanan Rutgers, 31 okt. 2011


Geplaatst in de categorie: literatuur

3,0 met 1 stemmen 56



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)