start toeval vragen forum links zoek contact gastenboek inhoud

Categorieën:

actualiteit (138)
adel (13)
afscheid (116)
algemeen (330)
bedankt (25)
biologie (13)
dieren (241)
discriminatie (38)
drank (48)
economie (23)
eenzaamheid (179)
emoties (169)
erotiek (68)
ex-liefde (64)
familie (112)
feest (41)
film (3)
filosofie (146)
fotografie (6)
geboorte (23)
geld (33)
geschiedenis (30)
geweld (46)
haiku (5)
heelal (38)
hobby (32)
humor (384)
huwelijk (40)
idool (42)
individu (62)
internet (29)
jaargetijden (53)
kerstmis (79)
kinderen (174)
koningshuis (22)
kunst (48)
landschap (15)
lichaam (38)
liefde (257)
literatuur (352)
maatschappij (158)
mannen (34)
milieu (14)
misdaad (119)
moederdag (11)
moraal (99)
muziek (41)
natuur (96)
oorlog (108)
ouderen (18)
ouders (36)
overig (129)
overlijden (78)
partner (55)
pesten (29)
planten (13)
politiek (50)
psychologie (114)
rampen (55)
reizen (132)
religie (143)
schilderkunst (20)
school (63)
sinterklaas (17)
sms (6)
songtekst (1)
spijt (26)
sport (80)
sterkte (2)
taal (43)
tijd (55)
toneel (10)
vaderdag (1)
vakantie (83)
valentijn (4)
verdriet (87)
verhuizen (13)
verjaardag (17)
verkeer (46)
voedsel (45)
vriendschap (84)
vrijheid (59)
vrouwen (87)
welzijn (54)
wereld (35)
werk (96)
wetenschap (18)
woede (60)
woonoord (87)
ziekte (153)

tabblad: verhalen

< vorige | alles | volgende >

verhaal (nr. 4452):

GELUWDE STORM

Het was voorjaar op Groenland. Toch lag heel dat geweldige eiland nog onder een dikke laag sneeuw. Witte poederwolken stoven op, en ijlden naar de kust, want er begon een harde stormwind te blazen.
Jaagdrift, zoals die stormwind heette, zag beneden zich Eskimo's. Die flinke mannen gingen ondanks het verschrikkelijke weer op jacht. Met hun speren renden ze achter twee vluchtende ijsberen aan. Een eindje verder hadden andere jagers pas een grote walrus gevangen. Dat grote dier zou een goede vleesvoorraad zijn!
Bij het zien van die volhardende jagers kreeg Jaagdrift steeds meer drang om nóg sneller voort te jagen. Daar ging hij over de oceaan, maakte huizenhoge golven met brullende schuimtoppen.
Op het eiland IJsland haalde Jaagdrift het een en ander uit. Het dak van een woonhuis werd ervan af gerukt. Sommige wandelaars werden door de bulderende wind tegen de grond aangedrukt. Die arme mensen moesten wel een tijdje blijven liggen, voordat ze moeizaam weer overeind krabbelden.
Jaagdrift vloog over de Atlantische oceaan. Van een flinke storm werd hij een echte orkaan.
Over de enorme waterruggen danste een zeilbootje op en neer. Dat vaartuig leek wel een marionet, die door een dronkaard aan het springen werd gezet. Jaagdrift blies eens bijzonder hard... Het bootje sloeg om... Vier mensen lagen in het kokende water te spartelen! Gelukkig wisten ze nog wat ze moesten doen. Vader, moeder en hun beide kinderen klampten zich vast aan de houten mast. Deze ging niet naar beneden, maar bleef op het water liggen.
De angstige kinderen werden bemoedigd door hun ouders, die zelf toch ook echt bang waren. Het geluk was met hen. Er naderde een groot koopvaardijschip, dat de dappere schipbreukelingen aan boord nam.
Maar daar had Jaagdrift niets van gezien. Hij was intussen al veel verder voortgesneld. Nog een hele nacht loeide hij over het wijde water en liet de golven hun razende stemmen horen. 's Ochtends bereikte hij de kust van Europa. Die orkaan van een tijdje geleden was wel heel wat zwakker geworden. Als een frisse wind joeg Jaagdrift over het land. Hoge bomen zwaaiden sierlijk met hun kruinen. Mensen lieten met genoegen die adem van de lucht langs hun wangen en door hun haren strijken. Grashalmen gingen heen en weer als een zacht sidderend meer.
Jaagdrift schaamde zich erg dat hij zo'n doodgewone wind was geworden. Maar hij zou nog meer achteruit gaan. Tegen de avond gleed hij als een klein zuchtje over de grond heen. Verder ging het, langs een tuin vol tulpen en hyacinten. Tussen die bloemen wilde Jaagdrift graag een tijd rusten. Maar onwillekeurig schoof hij nog een eindje door. En hij lag aan de rand van een eikenbos. Meteen sliep hij in. Bestond Jaagdrift nog wel?

De volgende morgen wilde hij verder reizen. Maar er klonk alleen een heel flauw gesis aan de voet van de dikke eik. Jaagdrift viel terug op de grond, en gaf geen enkel geluid meer. Wel kon hij nog om zich heen kijken. Kleine witte en gele bloemen roken naar de lente vol nieuwe bloeikracht. De bladeren van de bomen toonden hun jong groen, teer en fijn.
"Om mij heen ontwaken allerlei krachten, die nog steeds sterker zullen worden," ging het door Jaagdrift heen. "Al die krachten zullen straks ook in mij over gaan. Dan zal ik weer de harde stormwind worden van eerst. Ha, daar wacht ik op! Mensen zullen mij weer vrezen en mijn macht ervaren!"
Met blijde verwachtingen bleef Jaagdrift liggen. Nog steeds was hij te zwak om te gaan waaien.
"Wat zie ik om me heen?" dacht hij enige dagen later. "O, ik lig tussen allemaal groene spitsen. Die punten doen me denken aan de speren van de Eskimo's op Groenland. Wacht eens, als ik naar die groene punten kijk, zal ik weer een sterke en driftige aard krijgen. Binnenkort zullen we wat beleven!"
Het was een spannende tijd voor Jaagdrift. Heel geleidelijk aan zag hij de groene spitsen groter worden.
"Ik voel me nog altijd zwak, maar daar zal verandering in komen. Ik, Jaagdrift, zal over de hele wereld razen."
Maar die groene spitsen gaven niets aan Jaagdrift. Het werden grote, langwerpige bladeren, die om hem heen groeiden, hem tenslotte helemaal bedekten.
"Ik kan geen kant meer op!" jammerde Jaagdrift. "Ik word tegen de grond gedrukt door bladeren, waar ik eerst hulp van verwachtte. Ach, die groene spitsen zijn gewoon wat loof geworden..."
Dagenlang lag Jaagdrift gevangen tussen grond en bladeren. Af en toe voelde hij het gekriebel van keverpootjes. Maar hij was tot niets meer in staat.
Op een zonnige dag hoorde Jaagdrift stemmen om zich heen.
"Nee maar, wat een mooie zuivere pareltjes," zei een mannenstem bewonderend. "Ze bloeien weer zo sierlijk, die lelietjes van dalen."
"Pa zegt het verkeerd," antwoordde zijn vrouw. "Je moet zeggen: lelietjes der dalen."
"Hoe je die bloempjes ook wilt noemen," vond hun dochtertje. "Ik zie er sierlijke elfenmutsjes in. Zo prachtig,als de elven eens door het bos zweefden met die witte kapjes op hun glanzende haren..."
Het meisje knielde neer en streelde de bladeren en de bloemen.
"Ik voel een fris luchtbolletje onder die bladeren," merkte het kind op. "Dat is natuurlijk de adem van deze bloemen."
Jaagdrift onthield deze woorden en werd er helemaal door opgebeurd.
"Het meisje had gelijk," dacht hij. "Ik zal verder leven en de krachtige adem van deze bloemen zijn."
Jaagdrift noemde zich voortaan "Bloemenzucht."
En Bloemenzucht zweefde steeds heen en weer tussen het bos en de tuin, die hij onlangs gezien had. Want bij het huis waren ook nog lelietjes der dalen. De tuinbloempjes hadden meer frisse adem nodig dan de bloemen in het bos, die altijd genoeg koelte hadden.
Bloemenzucht was noch man noch vrouw. Toch is het zeker dat uit hem veel kleine zuchtjes geboren werden. Al die luchtstroompjes gingen de wijde wereld in om uiteindelijk koeltje, vrolijke wind of harde storm te worden.
Bloemenzucht zelf bleef altijd voor de plantjes in het bos zorgen.

Schrijver: Han Messie, 20-02-2012


hmessieatlive.nl


Geplaatst in de categorie: planten

Deze inzending is 190 keer bekeken

4/5 sterren met 3 stemmen.



Er is 1 reactie op deze inzending:

Naam:kees niesse
Datum:26-02-2012
Email:c.h.niesseatkpnplanet.nl
Bericht:Met plezier gelezen, je verhaal over de jaagdrift die op Ijsland begon en een orkaan werd op de Oceaan en tenslotte tot bedaren kwam op het vasteland. Het zou een uitgebreid weerbericht kunnen zijn, want IJsland is berucht voor zijn depressies, die naar Ierland en Engeland trekken en tenslotte ook ons land aandoen.
Graag gelezen.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)