start toeval vragen forum links zoek contact gastenboek inhoud

Categorieën:

actualiteit (138)
adel (13)
afscheid (116)
algemeen (330)
bedankt (25)
biologie (13)
dieren (241)
discriminatie (38)
drank (48)
economie (23)
eenzaamheid (179)
emoties (169)
erotiek (68)
ex-liefde (64)
familie (113)
feest (41)
film (3)
filosofie (146)
fotografie (6)
geboorte (23)
geld (33)
geschiedenis (30)
geweld (46)
haiku (5)
heelal (38)
hobby (32)
humor (385)
huwelijk (40)
idool (42)
individu (62)
internet (29)
jaargetijden (53)
kerstmis (79)
kinderen (174)
koningshuis (22)
kunst (48)
landschap (15)
lichaam (38)
liefde (257)
literatuur (352)
maatschappij (158)
mannen (34)
milieu (14)
misdaad (119)
moederdag (11)
moraal (99)
muziek (41)
natuur (96)
oorlog (108)
ouderen (18)
ouders (36)
overig (129)
overlijden (79)
partner (55)
pesten (29)
planten (13)
politiek (50)
psychologie (114)
rampen (55)
reizen (132)
religie (143)
schilderkunst (20)
school (63)
sinterklaas (17)
sms (6)
songtekst (1)
spijt (26)
sport (80)
sterkte (2)
taal (43)
tijd (55)
toneel (10)
vaderdag (1)
vakantie (83)
valentijn (4)
verdriet (87)
verhuizen (13)
verjaardag (17)
verkeer (46)
voedsel (45)
vriendschap (84)
vrijheid (59)
vrouwen (87)
welzijn (54)
wereld (35)
werk (96)
wetenschap (18)
woede (60)
woonoord (87)
ziekte (153)

tabblad: verhalen

< vorige | alles | volgende >

verhaal (nr. 4481):

Wat was hij weer dom

ACHTER DE GERANIUMS.

Een paar jaar geleden hadden de oudjes in de zomer een huisje gehuurd, die nog vrij was, ongeveer één kilometer van het strand, in de kop van Noord-Holland. Het was een lange rit vanuit Drenthe via de afsluitdijk, maar de volgepropte Daf, zo lek als een mandje, bracht ze op de plaats van bestemming. Mien had van alles meegenomen, aardappelen, potten met groenten en allerlei levensmiddelen en waar Wouter zwaar de pest in over had, ook de vier geraniums. Mien was gewend van achter die planten naar buiten te loeren. Op een ochtend was het slecht weer, regen en harde wind en hij had zin naar het strand te gaan. De huurders mochten ook gebruik maken van de fietsen, die in het berghok stonden.

'' Ga je mee darling, lekker op het strand uitwaaien?''
''Ben je gek geworden, moet je kijken wat voor weer het is, storm en regen. Ik blijf hier en ga eerst je lange onderbroeken verstellen en daarna vast de aardappelen schillen en de ballen gehakt braden, ga jij maar.''
''Goed, dan ga ik alleen.''
Hij deed zijn gele regenpak aan, zette een zuidwester op zijn hoofd, kneep Mien in haar kont en liep naar de schuur, pakte een fiets en pompte de banden op spanning.

Zij legde de broeken op de tafel en dacht wat een idioot, het hele jaar door droeg hij lange onderbroeken, goed tegen de reuma, zoals hij altijd beweerde. Ze liep naar het raam en schudde meewarig haar hoofd, wat een rare vent heb ik toch, dacht ze. Hij reed weg en had meteen wind tegen. Bij de eerste rukwind werd hij al bijna tegen het pad geslingerd, maar hij reed door in de richting van het strand. Na ruim een kwartier martelen kwam hij in de duinen en daar viel het fietsen wel mee. Bij het strand plaatste hij de fiets tegen een wegwijzerpaal.

Toen hij het zandpad, dat toegang geeft naar het strand, opliep werd hij tegen gehouden door een grote kerel, gekleed in een lange rode jurk en op zijn hoofd een blauwe bontmuts. Het leek wel een kozak.
''Die vreemde figuur zei:
''Eerst betalen, vriend, tien euro.''
''U neemt mij in de maling, want het strand is voor iedereen vrij toegankelijk.''
''Dat is geweest, vanaf vandaag niet meer, betalen of wegwezen, anders krijg je een ram voor je harses.''

Omdat de kozak dreigend op hem afkwam, besloot hij terug te lopen en met de fiets een andere toegang tot het strand te vinden, want hij wilde toch langs de zee lopen en lekker uitwaaien.
Toen dit lukte liep hij een heel eind over het strand vlak langs de aanstormende golven. Hij genoot van de frisse zeelucht en de krijsende meeuwen. Je bloed stroomt weer goed door de aderen en dat maakt je gezond, dacht hij.

Op een gegeven moment zag hij in de verte een persoon, als het maar niet die kozak is, dacht hij. Toen die genaderd was, zag hij, dat het een vrouw was van middelbare leeftijd, gekleed in een bruine bontjas. Ze droeg ook een zuidwester en had een knap gezichtje. Hij groette haar vriendelijk en liep door, maar bleef even later staan om naar haar te kijken. De vrouw deed hetzelfde, maar kwam toen naar hem toe. Hij dacht verontrustend, wat moet ze van me.
''Dag mevrouw, ook alleen aan de wandel, slecht weer, hé.''
Ze zei:
''Ga je met mij mee, schat, ik weet een leuk hotel in het dorp, dan mag je mij verwennen.''
''Nee mevrouw, daar begin ik niet aan, ik ben getrouwd en ik heb geen behoefte seks te hebben met een andere vrouw, daar ben ik al te oud voor. U kunt van mij wel een kopje koffie krijgen in een café.''
''Goed, ik loop met je mee voor een bakkie koffie, gezellig'', en ze gaf hem een arm.
Stel je voor dacht hij, als Mien dat gezien had, dat hij gearmd met een vreemde vrouw op het strand loopt, dan waren de rapen gaar.

In een café dronken ze samen een kopje koffie en een paar whisky´s. Hij werd heel vrolijk en begon hardop Drentse volksliedjes te zingen. Wat een rare snuiter, dacht de vrouw. De stamgasten keken al naar hem. Het lukte haar hem mee te lokken naar een kamertje boven het café. Aan de muur hingen platen met blote mannen en vrouwen. Toen had hij pas door, dat hij hier niet moest zijn, te link, dacht hij.

Plotseling deed zij haar bontjas open en stond zij vrijwel naakt voor hem. Hij schrok zich kapot en wilde de kamer verlaten, maar een grote man met veel littekens op zijn gezicht hield hem tegen, en zei:
''Zo gaat dat niet hé, wel meegaan met die vrouw en dan de benen nemen, eerst betalen en naaien, eerder kom je niet weg, hufter dat je bent''
Wouter schrok zo geweldig van die vent, dat hij misselijk werd van angst. Hij betaalde hem maar vijftig euro en van de vrouw bleef hij af. Beneden in het café moest hij nog de consumpties betalen, dertig euro. Tachtig euro was hij even kwijt en dat om effen op het strand uit te waaien, wat een ellende, dacht hij.

Hoe moet ik dat verantwoorden tegenover Mien, want het was een gedeelte van het vakantiegeld, van de AOW, niet al te veel dus. Gelukkig had hij zijn zakgeld al een hele tijd bewaard, zodat zijn vrouw het niet hoefde te merken. Hij stapte weer op zijn fiets en dacht was Mien maar meegegaan, dan was dit niet gebeurd. Het regende nog steeds en de wind had hij nu mee, dus was hij weer gauw thuis, waar de tafel al was gedekt met de gekookte aardappelen, sperzieboontjes en de heerlijke ballen gehakt en de gaten in de lange onderbroeken weer dicht waren gemaakt met lapjes van oude lakens.

Schrijver: kees niesse, 11-03-2012


c.h.niesseatkpnplanet.nl



balBiografie van deze schrijver





Geplaatst in de categorie: spijt

Deze inzending is 162 keer bekeken

4/5 sterren met 1 stemmen.



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)