start toeval vragen forum links zoek contact gastenboek inhoud

Categorieën:

actualiteit (138)
adel (13)
afscheid (116)
algemeen (330)
bedankt (25)
biologie (13)
dieren (241)
discriminatie (38)
drank (48)
economie (23)
eenzaamheid (179)
emoties (169)
erotiek (68)
ex-liefde (64)
familie (113)
feest (41)
film (3)
filosofie (146)
fotografie (6)
geboorte (23)
geld (33)
geschiedenis (30)
geweld (46)
haiku (5)
heelal (38)
hobby (32)
humor (385)
huwelijk (40)
idool (42)
individu (62)
internet (29)
jaargetijden (53)
kerstmis (79)
kinderen (174)
koningshuis (22)
kunst (48)
landschap (15)
lichaam (38)
liefde (257)
literatuur (352)
maatschappij (158)
mannen (34)
milieu (14)
misdaad (119)
moederdag (11)
moraal (99)
muziek (41)
natuur (96)
oorlog (108)
ouderen (18)
ouders (36)
overig (129)
overlijden (79)
partner (55)
pesten (29)
planten (13)
politiek (50)
psychologie (114)
rampen (55)
reizen (132)
religie (143)
schilderkunst (20)
school (63)
sinterklaas (17)
sms (6)
songtekst (1)
spijt (26)
sport (80)
sterkte (2)
taal (43)
tijd (55)
toneel (10)
vaderdag (1)
vakantie (83)
valentijn (4)
verdriet (87)
verhuizen (13)
verjaardag (17)
verkeer (46)
voedsel (45)
vriendschap (84)
vrijheid (59)
vrouwen (87)
welzijn (54)
wereld (35)
werk (96)
wetenschap (18)
woede (60)
woonoord (87)
ziekte (153)

tabblad: verhalen

< vorige | alles | volgende >

verhaal (nr. 4766):

Verhaal van een liefde

Op het moment dat onze blikken zich kruisten was er geen weg meer terug. De draden van het web sponnen zich razendsnel tot een mooi en sterk weefsel dat, mits zorgvuldig behandeld, niet stuk te krijgen zou zijn. Hij de schering, ik de inslag. Keer op keer was ik verbijsterd geweest. Hij kende mijn gedachten en gevoelens alsof al het eigene ook van hem was. Ik bezat de macht zijn glimlach geboren te doen worden om er vervolgens volslagen hulpeloos weer in onder te gaan. En nu ik dit schrijf zit ik op het terras onder een grote parasol; want het is warm. Met pen en papier luister ik mijn herinneringen af. En ik noteer: 'Al wat ik was, voordat ik werd van jou...'

Maar er was nog een vrouw in het spel, waar ik niet van wist. Maar zij was niet belangrijk in hetgeen zich tussen ons voltrok. Zij speelde geen rol in wat wij samen hadden. Zij was zijn reddingsboei, zijn rustpunt, zijn veilige haven. Onontbeerlijk in zijn geval. Zijn verdriet en angst en eenzaamheid heeft hij bij haar ondergebracht. Ik ben nauwelijks bij mijn leermeester op les, en nu al geef ik de kwetsuren aan. Ik loop op de zaken vooruit.

Plato schrijft over het verlangen naar eenheid en dat we op zoek gaan naar onze tweelingziel. En die had ik gevonden in deze kleine, tengere man met een onrustige en gekwelde blik in zijn ogen. Hij sprak over de zin, maar meer nog over de onzin van het leven. De wereld was een chaos en de liefde was chemie, meer niet. Hoeveel schade had zijn ziel al opgelopen?

Niemand begreep waarom ik hield van deze kwetsbare, in zichzelf gekeerde en slecht-geklede man. En niemand wist van de hoeveelheid snaren die hij had doen trillen, maar die hij ook weer koelbloedig tot bedaren had gebracht. De maanden verstreken en de spanning vonkte door het lokaal. Ook de groep was het spel niet ontgaan. Ze hadden plezier gehad, alle keren dat ik hem eigenwijs verbeterde. Dan kon hij me grinnikend het woordenboek aanreiken en zeggen: 'Zoek maar op.'

'Onleesbaar geschreven bladzijden op een blanco schutblad. Haar armen als een omslag om hem heen. En in haar handen het slot. Of lag dat in de zijne? Om alles heeft zij gehuild, die nacht. Om hem. Om haar. Om de krater die geslagen was en waarvan zij de diepte voorlopig nog niet peilen kon. Was liefde een tijdbom? Of toch chemie? Mijn lief had hij gefluisterd. Zijn gezicht tegen het hare. Wanhoop in troost. Pijn in medicijn...'

Met ontroering had ik zijn eenzaamheid waargenomen. Hij had zich kenbaar gemaakt en was zich niet bewust geweest van mijn oplettendheid. Alle stukjes van wanhoop en verdriet had hij me aangereikt, zoals dat woordenboek destijds. Zoek maar op! En dat had ik gedaan. Ongeneeslijk, zag ik staan, maar niet voor mij. Vezel voor vezel zou ik door mijn handen laten gaan en ik zou hem helen.

De brief lag op de mat en met mijn jas nog aan scheurde ik de envelop aan flarden. De woorden dansten over het papier. Ik las over een chaos die was ontstaan en nog iets over droom en werkelijkheid. Maar hij was het die die chaos had aangericht. Ik was slechts op zoek gegaan naar de oorsprong van onze zielsverbondenheid. Ik had het mysterie willen ontvouwen. Willen ontdekken waar de kracht, die de aarde had doen trillen, zijn wortels had verstopt.

De laatste nacht was een erkenning geweest van de rampspoed die ons was overkomen. Vannacht ben ik hier voor jou, hadden mijn handen gezegd. Neem maar! Huil maar! Doe maar! Schreeuw! Nu kan het nog, want straks is het voorbij.

Het was een donkere, droeve en doorwaakte nacht geweest, die geen streepje maanlicht binnen had gelaten. Nog één keer was mijn gezicht tegen het zijne. Een laatste kus op zijn wang, nat van mijn tranen. Hij heeft de voordeur open en ook weer dichtgedaan. En op de tast ben ik de straat uitgelopen.

De waterlelies hadden hun bladeren gesloten. Zelfs de ganzen hadden zich laten foppen, want ze deden een dutje midden op de dag. De hele wereld had zich aan het firmament vergaapt. Een kort moment had de maan zich tussen zon en de planeet geplaatst. Heel even tussen zonlicht en het aardedonker. Tussen hem en mij. De maan gelijk de vrouw die langzaam tussen beiden schoof. Vanaf vandaag zal ik haar Maanvrouw noemen. En in gedachten vraag ik haar: Als jij hem op de dag mag lieven, laat mij hem dan zo af en toe de nacht.

Ik heb de deuren en de ramen moeten sluiten. Onweer was op komst, dat kon je horen. En niet veel later kwam de hemel naar omlaag. Verschroeide aarde kon opgelucht weer ademhalen. En 's middags was de zon er weer; veel milder dan voorheen. Misschien was het goed dat hij was weggegaan, want wie blijf, komt nooit terug.

Soms treur ik om al het eigene dat verloren ging. Al het eigene dat elkaar was. Zijn woorden, zijn zinnen, zijn taal, ingebed in die van mij. En ingelijfd die nacht dat ons verhaal gebonden werd. In mijn armen de chemie, die ik uit alle macht tot liefde transformeerde. En ondanks het slot, dat in zijn handen lag, voel ik me geborgen. Ik werd van hem en hij van mij.

Ik wil nog even stilstaan bij de Maanvrouw, want eigenlijk ben ik toch een beetje blij met haar. Zij wast en kookt voor hem. Zij zorgt ervoor dat hij niet geheel verloren raakt in pijn of eenzaamheid. Zij waakt zijn angst, hoedt zijn verdriet, want ondanks dat hij klein en tenger is, heeft zij haar handen vol aan hem. Zij huist mijn lief, zij slaapt naast hem en heel misschien legt zij zo af en toe haar armen rond zijn schamel lijf. En dadelijk, als zijn einde komt, want hij is allang niet meer zo jong, dan zal hij niet alleen zijn met de dood...

Schrijver: Areth, 20-02-2013


thera.heemskerkatversatel.nl


Geplaatst in de categorie: liefde

Deze inzending is 210 keer bekeken

4/5 sterren met 2 stemmen.



Er zijn 2 reacties op deze inzending:

Naam:Joanan Rutgers
Datum:21-02-2013
Bericht:Dieptepsychologie op zijn allerdiepst! Mijn hemel, wat intrigerend geschreven en vol integere liefdesovergave. Het kan zowel door mannen als vrouwen gelezen worden als een geniaal liefdesdocument. Zelden las ik zo'n prachtige, scherpzinnige liefdesuiteenzetting.

Naam:hans rauch
Datum:20-02-2013
Email:hrauchatsimpc.nl
Bericht:Je verhaal boeide en schroeide, ik kreeg het
warm en tenslotte ook ijskoud.
Werelds mooi.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)