start toeval vragen forum links zoek contact gastenboek inhoud

Categorieën:

actualiteit (138)
adel (13)
afscheid (116)
algemeen (330)
bedankt (25)
biologie (13)
dieren (243)
discriminatie (39)
drank (48)
economie (23)
eenzaamheid (179)
emoties (172)
erotiek (68)
ex-liefde (65)
familie (113)
feest (41)
film (3)
filosofie (148)
fotografie (6)
geboorte (23)
geld (33)
geschiedenis (30)
geweld (46)
haiku (5)
heelal (38)
hobby (32)
humor (386)
huwelijk (40)
idool (42)
individu (62)
internet (30)
jaargetijden (53)
kerstmis (79)
kinderen (174)
koningshuis (22)
kunst (49)
landschap (15)
lichaam (38)
liefde (258)
literatuur (352)
maatschappij (161)
mannen (34)
milieu (14)
misdaad (119)
moederdag (11)
moraal (99)
muziek (41)
natuur (97)
oorlog (108)
ouderen (18)
ouders (36)
overig (132)
overlijden (79)
partner (55)
pesten (29)
planten (13)
politiek (50)
psychologie (115)
rampen (55)
reizen (132)
religie (143)
schilderkunst (20)
school (63)
sinterklaas (17)
sms (6)
songtekst (1)
spijt (26)
sport (80)
sterkte (2)
taal (44)
tijd (55)
toneel (10)
vaderdag (1)
vakantie (83)
valentijn (4)
verdriet (87)
verhuizen (13)
verjaardag (17)
verkeer (46)
voedsel (45)
vriendschap (85)
vrijheid (59)
vrouwen (88)
welzijn (55)
wereld (35)
werk (98)
wetenschap (18)
woede (60)
woonoord (87)
ziekte (153)

tabblad: verhalen

< vorige | alles | volgende >

verhaal (nr. 4830):

Als een rode draad

Enige dagen geleden kwam ik tijdens het zoeken in oude mappen weer een foto van mezelf tegen. Hij werd door mijn tante in de maand februari 1939 vastgelegd en toen ik was een kleuter van bijna vier jaar oud; de hond was van een ons onbekende man en poseerde alleen maar en duidelijk met tegenzin omdat zijn baasje het beval. Eigenlijk zou het een foto kunnen zijn uit een stapel van miljarden van een ieder die ze nog bezit, ware het niet, dat deze voor mij iedere keer een specifieke herinnering oproept. Een herinnering, waarvan de impact zich tijdens het ouder worden steeds weer in een andere gedaante en gevoelswaarde manifesteerde. Je kunt gerust stellen, dat deze foto voor mij indringende feiten symboliseert, die tot nu toe, telkens getoetst aan een zekere leeftijd, als een rode draad door de tijdslijn van mijn leven loopt.

Hierbij zal ik proberen, de lijn van de rode draad volgend, op een grillig verhaal gelijkend gegeven met u te delen, waarbij zij opgemerkt, dat omwille van mijn privacy veel gegevens subtiel zullen worden omzeild. Deze zijn voor de lezer nauwelijks relevant en het doet geen afbreuk aan wat ik wil vertellen. Daarom is dit ook geen hartenkreet, want daarvoor is dit epistel te lang; voor de gekozen optie als verhaal echter bevat het geheel daarentegen te weinig fictie. Ik geef daarom ruiterlijk toe dat dit voor mij een moeilijke keuze is, maar dat beoordeelt u als lezer vast objectiever dan ik dat kan doen.

“Luister goed, Günter”, sprak mijn vader mij kort na het nemen van het kiekje streng toe, “je bent haast vier jaar en al een grote knul. Daarom zeg je vanaf nu geen papa meer maar VADER! Heb je dat goed begrepen?”

“Ja papa” zei ik hulpeloos en niet begrijpend.

“Kom op jongen, wat hebben we nu net afgesproken? Ik heet géén papa meer, duidelijk?”, sprak hij op strenge toon en met een nors gelaat zijn vraag kracht bijzettend.

“Ja p.. vaaader…!” wist ik met moeite en stotterend uit te brengen. En voorwaar, na enkele waarschuwingen van vaders kant lukte het wonder wel, maar mijn kleuterwereld was vanaf dat moment danig, maar niet traumatiserend, verstoord. Voortaan werd er ook steeds op gehamerd, dat een échte jongen nooit huilde, noch van pijn, noch van verdriet, want dan was je een watje. – Achteraf beredeneerd zou het best zo kunnen zijn geweest, dat zijn beeld over het opvoeden van jongens een residu van de hersenspoeling van de alles verziekende opvoedkundige propaganda van de toenmalige dictator was.

In de jaren tijdens mijn pubertijd waren mijn vader en ik net twee kemphanen. Hij was het boegbeeld van de familie, ijverig, hardwerkend en hij had als voorman-bouwvakker zelfs door het volgen van avondscholing zijn ‘Meisterbrief’ (ongeveer gelijk aan een patroonsdiploma) behaald. Vandaar dat hij mij voorhield: presteren is een vereiste, falen is geen optie. Ik negeerde dit bewust, wetende, dat er straf op stond. Ravotten buiten met de jongens was beter, straalde ik demonstratief uit. Hij, de gestrenge, sloeg zelden, maar had je er een te pakken, dan groeide daar voorlopig ook geen gras meer. Ik gaf dan meestal geen kik en onderdrukte koppig mijn tranen. Hij zou het niet meemaken een watje voor zich te hebben. Hoe arrogant en onvolwassen kan men op zo’n leeftijd zijn? In die tijd zocht ik de foto met het hondje wel eens op en dacht dan steevast; ‘je hebt het op een moment, dat ik het nog niet kon begrijpen, zo gewild PAPA, nu zul je ook waar voor je geld krijgen’. Zelf nam ik mij voor, dat ik later mijn kind(eren) of een zoon niet in die geest zou opvoeden. Een kind moest net zolang een kind mogen zijn, totdat het rijp genoeg was voor een meer volwassen gedrag.

Twee weken voor mijn eenentwintigste verjaardag vertrok ik dan ook voorgoed naar Nederland, zijn verbod het niet te doen negerend. De bewuste foto nam ik mee. Nu ben ik zelf 78 jaar oud en één jaar jonger dan de leeftijd op welke mijn vader overleed. Ik heb hem nooit meer daarover gesproken en wij zijn beiden min of meer, koppig als een ezel, blijven volharden in boosheid en wrok. Nu ik uit ondervinding weet, dat het opvoeden van kinderen moeilijk is en je niet kunt putten uit een standaard gebruiksaanwijzing ben ik milder over mijn vader gaan denken. Ten eerste voel ik me schuldig over mijn kinderachtig gedrag tijdens mijn puberjaren en ten tweede over mijn onwil toenadering te zoeken om het goed te maken toen het nog kon. Het tonen van emoties en de waterlanders laat ik inmiddels al geruime tijd toe. Sinds het overlijden mijn vader in 1990, praat ik dikwijls in mijn dromen normaal met hem, zoals het tussen vader en zoon normaliter hoort te gaan. Dan noem ik hem soms gekscherend papa en hij maakt mij daarover al 23 jaar lang geen verwijten. Pas nadat ik ontwaak dringt de werkelijkheid tot mij door!

Weer de foto bekijkend kom ik tot de conclusie, dat ik al lang tot het besef ben gekomen, dat het volharden in boosheid vele kostbare en niet meer in te halen jaren tot gevolg heeft gehad. Bovendien is onder mijn grijze hoofd de erkentenis gerijpt, dat ieder mens fouten of tekortkomingen heeft, vader en ik niet uitgezonderd. Dit is de rode draad, die mij weer met hem gevoelsmatig verbindt en de foto ondersteunt het geheel.

Nu hoop ik oprecht, dat er in het hiernamaals zoiets bestaat als internet; mocht mijn vader kennis van deze inzending kunnen nemen, dan zou dat een opluchting voor me berekenen.

Illustratie: ... en kleuter van bijna vier jaar oud; ...

Schrijver: Günter Schulz, 22-04-2013


agschulzatziggo.nl


Geplaatst in de categorie: spijt

Deze inzending is 401 keer bekeken

5/5 sterren met 5 stemmen.



Er zijn 5 reacties op deze inzending:

Naam:Günter Schulz
Datum:01-05-2013
Email:ag.schulzattiscali.nl
Bericht:Neen, Lodewijk, dat was ook niet het uitgangspunt van mijn slotzin. Ik deel nochtans jouw zorg over deze schokkende mogelijkheid maar kan er verder niet mee zitten. Welgemeende suggestie: gooi het gerust in de groep; hier mag het :)

Naam:Lodewijk van Til
Datum:30-04-2013
Bericht:Weer een goeie Günter. Toch hoop ik niet dat er in het hiernamaals zoiets als internet bestaat. Je wilt die biljarden oude mensen toch niet achter de computer zetten?

Naam:J.de Groot
Datum:24-04-2013
Email:joke190411athotmail.com
Bericht:Günter ik begrijp je volkomen, soms zijn er woorden en/of zinnen die gesproken worden met een bepaalde bedoeling, maar eveneens heel anders over kunnen komen dan de bedoeling was, of juist wel maar niet begrepen worden en dan helemaal als misplaatst opgenomen worden.

Dat bedoel ik in het algemeen hoor.
Zie mijn laatste bewering.

Naam:Günter Schulz
Datum:24-04-2013
Bericht:Ja Joke, mijn herinneringen aan mijn peutertijd gaan terug tot ongeveer mijn derde levensjaar, terwijl mijn huidige korte- en langere termijngeheugen zeer te wensen over laat. Het moge overigens duidelijk zijn, dat vooral de impact om geen papa meer te mogen zeggen nog als het meest heldere feit in mijn herinnering zit, inclusief de autoritair strenge toon waarop mij dit werd duidelijk gemaakt. De door mij in de dialoog met mijn vader gebruikte woorden zijn door hem stellig niet zo gebruikt als door mij omschreven. Een kind kan door een volwassen persoon gebezigde formuleringen niet eens begrijpen, laat staan ze exact in het geheugen opslaan. Zijn staat van ontwikkeling biedt daarvoor op die leeftijd nog geen ruimte. Maar ja, vanuit de optiek van mijn volwassen brein zou die dialoog ongeveer zo kunnen zijn gevoerd.... Ik vind jouw vergelijking met de tekst uit het liedje van Stef Bos overigens aardig en treffend.

Naam:J.de Groot
Datum:23-04-2013
Email:joke190411athotmail.com
Bericht:Günter, alleen al dat je je het voorval nu nog zo helder voor de geest kunt halen en je kunt zeggen,
gelijkend op/met een zin uit het liedje van Stef Bos, papa ik hou steeds meer van jou....getuigt van een grote geest.
Of je vader het kan lezen....?
Maar wij wel, en dat is ook mooi toch?!


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)