start toeval vragen forum links zoek contact gastenboek inhoud

Categorieën:

actualiteit (138)
adel (13)
afscheid (116)
algemeen (330)
bedankt (25)
biologie (13)
dieren (242)
discriminatie (38)
drank (48)
economie (23)
eenzaamheid (179)
emoties (170)
erotiek (68)
ex-liefde (64)
familie (113)
feest (41)
film (3)
filosofie (148)
fotografie (6)
geboorte (23)
geld (33)
geschiedenis (30)
geweld (46)
haiku (5)
heelal (38)
hobby (32)
humor (385)
huwelijk (40)
idool (42)
individu (62)
internet (30)
jaargetijden (53)
kerstmis (79)
kinderen (174)
koningshuis (22)
kunst (49)
landschap (15)
lichaam (38)
liefde (258)
literatuur (352)
maatschappij (158)
mannen (34)
milieu (14)
misdaad (119)
moederdag (11)
moraal (99)
muziek (41)
natuur (97)
oorlog (108)
ouderen (18)
ouders (36)
overig (131)
overlijden (79)
partner (55)
pesten (29)
planten (13)
politiek (50)
psychologie (114)
rampen (55)
reizen (132)
religie (143)
schilderkunst (20)
school (63)
sinterklaas (17)
sms (6)
songtekst (1)
spijt (26)
sport (80)
sterkte (2)
taal (43)
tijd (55)
toneel (10)
vaderdag (1)
vakantie (83)
valentijn (4)
verdriet (87)
verhuizen (13)
verjaardag (17)
verkeer (46)
voedsel (45)
vriendschap (85)
vrijheid (59)
vrouwen (88)
welzijn (55)
wereld (35)
werk (98)
wetenschap (18)
woede (60)
woonoord (87)
ziekte (153)

tabblad: verhalen

< vorige | alles | volgende >

verhaal (nr. 5143):

Logeren (3)

Ik maakte indruk op de buurmeisjes, Marjan had nog twee zussen, door mijn uitgebreide ornithologische kennis. Ornithologie is een moeilijk woord voor vogelkennis. De zusjes kenden maar twee soorten vogels. Grote mussen en kleine mussen. Mus is trouwens piaf (zie vorige verhaal) in het Frans maar dit terzijde.

Als zich op het balkon wat vogels verzameld hadden zei ik met overtuiging in mijn stem: ‘Kijk een koolmees en daar een pimpelmeesje’ en: ‘Kijk dat winterkoninkje eens leuk met zijn staartje wippen’ of: ‘Zie je die witte stuit van de huiszwaluw daar?’ Dat ging er uiteraard in als koek bij de dames de Boorder. De balkons van beide huizen grensden bijna aan elkaar zodat vogelcommunicatie heel goed mogelijk was.

Deze kennis deed het zo goed bij de meisjes dat ik zelfs een keer naar binnen werd gelokt, …allez venez milord…, om over dit onderwerp in meer intieme sfeer verder te praten. De oudste zus zei na het gevogel: ‘Welke muziek wil je graag horen?’ Ik denk dat zij veertien was en ik elf. Ik had geen benul van muziek. Ja Brel met zijn vlakke land maar die had ze niet. Het werd ‘De Diligence’ oftewel ‘De Postkoets’ van de Selvera’s. De Selvera’s waren ook bekend van het lied ‘Twee reebruine ogen’. Die ogen klinken u vast bekend in de oren. De reebruine ogen waren van een jonge meid van achttien die de jager aankeken. Ik zong altijd ‘twee reetbruine ogen’ omdat dat naar mijn mening niet veel kleurverschil zou opleveren en de tekst er ietwat pikanter op werd. Maar goed de postkoets werd opgezet. Een zoet zemelig liefdesverhaal dat uitmondde in een dorpsbruiloft ergens in Zwitserland vermoedde ik want het ging ook over bergen en dalen en hoorngeschal. De oudste zus keek me daarbij zeer zwoel aan maar ik bezweek niet. Marjan was er ook bij en ik wilde niet de aanleiding zijn tot zustermoord. ‘Ik ga maar weer eens’, zei ik en Marjan liet me uit terwijl ze zei: ‘Zo doet ze nu altijd, raar hè?’ ‘Ja raar’, zei ik ‘maar jij bent gelukkig heel anders’. Als beloning voor die mooie woorden kreeg ik een glimlach en een vleug tandpasta-adem waarna ik blij en met grote sprongen de stenen trap afdaalde naar de straat.

Met haar jongere zus heb ik eens een blokje om gelopen hetgeen heel plezierig was maar verder geen zoden aan haar dijk zette. Mijn keuze was gemaakt maar toch is het uiteindelijk niets geworden met Marjan. Ze maakte ook haar keuze en om voor mij onverklaarbare reden was het op een dag zomaar uit. Ze liet mij in de grootst mogelijke verwarring eenzaam achter. Een paar jaar later kwam ik haar in Zuidlaren tegen. Ze was daar met een vriendin in een zomerhuisje van de ouders van die zelfde vriendin. Ze liepen door een kleine zandverstuiving aan de rand van het dorp toen we ze tegen kwamen. Ik was daar toevallig met Albert H., de zoon van de hoofdmeester, en moest lijdzaam toezien dat hij al snel haar vriendin op slinkse wijze met zijn bekende gekwezel aan het inpalmen was wat hem uiteraard weer met gemak afging.

Marjan had daarentegen duidelijk geen trek meer in mij en verdween na een korte koele groet voorgoed uit mijn leven.
De eerste pijnlijke liefdeswonden veranderen daarna langzaam in minder gevoelige maar onuitwisbare littekens.

Schrijver: Nico Noorman, 11-01-2014


niconoormanathotmail.com


Geplaatst in de categorie: algemeen

Deze inzending is 86 keer bekeken

3/5 sterren met 2 stemmen.



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)