start toeval vragen forum links zoek contact gastenboek inhoud

Categorieën:

actualiteit (130)
adel (13)
afscheid (115)
algemeen (329)
bedankt (25)
biologie (13)
dieren (237)
discriminatie (38)
drank (48)
economie (23)
eenzaamheid (178)
emoties (167)
erotiek (68)
ex-liefde (63)
familie (107)
feest (38)
film (3)
filosofie (136)
fotografie (6)
geboorte (23)
geld (32)
geschiedenis (28)
geweld (45)
haiku (4)
heelal (38)
hobby (28)
humor (376)
huwelijk (40)
idool (42)
individu (59)
internet (31)
jaargetijden (53)
kerstmis (77)
kinderen (170)
koningshuis (21)
kunst (48)
landschap (15)
lichaam (39)
liefde (256)
literatuur (351)
maatschappij (151)
mannen (34)
milieu (12)
misdaad (119)
moederdag (11)
moraal (97)
muziek (40)
natuur (90)
oorlog (107)
ouderen (16)
ouders (37)
overig (128)
overlijden (76)
partner (55)
pesten (28)
planten (13)
politiek (50)
psychologie (105)
rampen (55)
reizen (133)
religie (143)
schilderkunst (20)
school (61)
sinterklaas (17)
sms (5)
songtekst (1)
spijt (26)
sport (80)
sterkte (2)
taal (42)
tijd (54)
toneel (10)
vaderdag (1)
vakantie (83)
valentijn (4)
verdriet (86)
verhuizen (13)
verjaardag (17)
verkeer (39)
voedsel (45)
vriendschap (82)
vrijheid (60)
vrouwen (87)
welzijn (53)
wereld (34)
werk (94)
wetenschap (18)
woede (60)
woonoord (87)
ziekte (147)

tabblad: verhalen

< vorige | alles | volgende >

verhaal (nr. 5292):

De reis naar Timboektoe

"Je hebt een snoeprol gestolen en daarom moet je kruipend naar Timboektoe!"
"Mevrouw u legt een stevige knoop om mijn voeten, ik kan zo echt niet meer vooruit in mijn leven."
"Als een kreupele zult u toch boete moeten doen voor uw begane zonden,en u zult een luizenkam mee moeten dragen voor de zwerver met zijn grote haardos vol ongedierte.
Die zult u moeten kammen op luizen.Op die priegel en stekebeesten met achterlijven en met zes poten of twaalf of zo,ha,ha! Vandaar dat ik u de luizenkam meegeef. Een luizenkam met een groot hart van spekkoek eronder,ha,ha,ha voor om de hals van je vieze zwervers!"
"Maar ik ben bang voor gruwelpap en voor nare zwervers!"

"U,u die nu niet meer dan een kruipend ongedierte is naar Timboektoe zult nooit meer een vrouw tegenkomen op uw pad bezaaid met dorens. Een vrouw zal slechts u een broodkorst toewerpen. Ja een bruine vet gebakken broodkorst wat alleen de vogeltjes lusten zal de vrouw in de stad je toewerpen.
Want je bent een kreupele melaatse met je spekkoek voor de zwerver om je hals,ha,ha,ha. Ja de laatste vrouw in uw leven ben ik die uw voeten in klemmen vastzet en die u het verboden koperen hart schenkt dat u aan geen vrouw meer mag wegschenken!

"Ik begrijp u niet mevrouw !” De vrouw kleedde hem uit en wierp hem op zijn buik en tatoeëerde het woord zonde op zijn billen. Verschrikkelijk! Hij werd daar verdrietig van.

"Boeteling u zult in Timboektoe het paradijs vinden, er groeien daar Ananasbomen en daar groeien ananasvruchten aan! U zult er bellen kunnen blazen uit zeepsop zoveel u maar wilt."
Ik had van de mevrouw voor de pelgrimage naar Timboektoe drie harten meegekregen waaronder een koperen hart om mijn hals die ik nooit aan een vrouw mag schenken.
Maar een vrouw zo rood als een rode biet op het veld verleidde mij en ik werd verliefd op haar en toen stal ze mijn koperen hart.
Het koperen hart heeft iedereen en dat moet je niet zomaar lichtzinnig schenken aan je geliefde.
Maar eenmaal kun je dat hart weggeven aan je geliefde, breekt de liefde dan verlies je dat kostbare hart.
En nu vulde mijn hart van water met heel veel zout en ik begon dag na dag te schreien omdat ik mijn koperen hart verloren had aan een vrouw .”Koperen hart,dienstbaar hart,hulpzoekend hart,ik heb je geschonken aan een heks,nu ben ik behekst."
”Sinds de dag dat ik mijn koperen hart verloor scheen de zon niet meer voor mij maar scheen daarvoor in de plaats een rode krab aan de hemel.En ik was van zilver geworden door toedoen van een theelepelvrouwtje.
Ik was te mooi ,en van zilver en ik was zonder bloed en water, ik kroop en was alleen maar aantrekkelijk en te mooi voor deze wereld en daarom op een zeer koude winternacht kwam ik weer het theelepelvrouwtje tegen die er nu uitzag als een busje koperpoetsmiddel.
Ze schonk mij in een boshut een bed en naast mijn bed brandde een kachel. Ze vertelde mij dat ze zag en voelde hoe moe ik was en dat ik op bed moest gaan rusten. Toen ik al sliep pakte ze mijn beide voeten die aan elkaar vastgebonden waren en ze legde die in het vuur van de open haard. De voeten van zilver gingen pijn doen en zo voelde ik dat ik weer het leven terugkreeg.Toen de voeten gingen bloeden van de brandblaren werden ze weer van vlees,water en bloed .Na enkele seconden was ik weer van vlees en bloed.

"Mijn hartje van koper!" schreeuwde ik vertwijfeld en angstig uit, mijn hartje van koper heeft een vrouw gestolen.Ik kan niet meer verder naar Timboektoe alleen zonder de bezitster van mijn hartje van koper!"De theelepelvrouw haalde nu naar mijn geween en geklaag een hamer uit de bezemkast en een stoffer en blik en toverde een nieuwe hartje van koper voor mij.Zij legde dat hartje van koper op mijn schoot en toen verbrijzelde zij het hartje van koper met de hamer. "Nooit meer zul jij een hartje van koper hebben!" gilde het theelepelvrouwtje."Dat zal je blijvend veel pijn doen,je voeten zijn in boeien geslagen,omdat je geen eigen weg meer mag hebben.
Je hebt een snoeprol gestolen. Je zult nu dweilen. En het theelepelvrouwtje liet mij drie nachten en drie dagen voor straf haar huis dweilen.En ze zei daarbij :"Een dweil was je in het beginne,een dweil ben je en een dweil zul je altijd blijven! Ja een natte dweil ben je en een natte dweil zul je altijd blijven. Ha,ha,ha je bent een lelijke natte dweil en ik gooi nu toverzout op je en dan verander je in een natte dweil!" En toen veranderde ik in een natte dweil en de volgende dag kwamen er poetsvrouwen die met mij de vloeren gingen dweilen.Ik werd geschopt en ik werd uitgeknepen,ik nam allemaal vieze en vuile smeersels in mij op en ik werd weer uitgeknepen, en uitgewrongen,en vervolgens onder de kraan weer schoongespoeld. In de emmer veranderde ik weer als mens,zo nat en sponsig. Na veel kruipen tussen de pissebedden in de nacht over zwarte mesthopen en kruipend over zwarte glimmende aarde en schuifelend over de modder kwam ik in Timboektoe terecht.Ik zag overal vreemde bloemen, hele grote vreemde bloemen die leken op ossenstaarten en op de tongen van vuur die de zon onze ster omranden.Ik zag een hoogheilig boek vol met graftombes beschilderd met daarop prachtige Arabische schrijfkunst. Ik zag een man die drie hoofden had,een hoofd daarvan keek loodrecht naar de zon,een ander hoofd staarde achter een sterrenkijker naar de sterren en zijn derde hoofd deed levende gebeden met tong,ogen en met handen en voeten, het was zo mooi, het was geheimzinnig raadselachtig en zoet als de dadel.
Ik was in Timboektoe.

Schrijver: cornil, 30-05-2014


cjwterenstraathome.nl


Geplaatst in de categorie: reizen

Deze inzending is 102 keer bekeken

Er is nog niet op deze inzending gestemd.



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)