start toeval vragen forum links zoek contact gastenboek inhoud

Categorieën:

actualiteit (130)
adel (13)
afscheid (115)
algemeen (329)
bedankt (25)
biologie (13)
dieren (237)
discriminatie (38)
drank (48)
economie (22)
eenzaamheid (178)
emoties (167)
erotiek (68)
ex-liefde (63)
familie (107)
feest (38)
film (3)
filosofie (136)
fotografie (6)
geboorte (23)
geld (32)
geschiedenis (28)
geweld (45)
haiku (4)
heelal (38)
hobby (28)
humor (376)
huwelijk (40)
idool (42)
individu (59)
internet (31)
jaargetijden (53)
kerstmis (77)
kinderen (170)
koningshuis (21)
kunst (48)
landschap (15)
lichaam (39)
liefde (256)
literatuur (351)
maatschappij (151)
mannen (34)
milieu (12)
misdaad (119)
moederdag (11)
moraal (97)
muziek (40)
natuur (90)
oorlog (107)
ouderen (16)
ouders (37)
overig (128)
overlijden (76)
partner (55)
pesten (28)
planten (13)
politiek (50)
psychologie (105)
rampen (55)
reizen (133)
religie (143)
schilderkunst (20)
school (61)
sinterklaas (17)
sms (5)
songtekst (1)
spijt (26)
sport (80)
sterkte (2)
taal (42)
tijd (54)
toneel (10)
vaderdag (1)
vakantie (83)
valentijn (4)
verdriet (86)
verhuizen (13)
verjaardag (17)
verkeer (39)
voedsel (45)
vriendschap (82)
vrijheid (60)
vrouwen (87)
welzijn (53)
wereld (34)
werk (94)
wetenschap (18)
woede (60)
woonoord (87)
ziekte (147)

tabblad: verhalen

< vorige | alles | volgende >

verhaal (nr. 5457):

We hadden lekker te eten met de kerst

Wegens huurschuld moesten we vertrekken naar een achterbuurt. Vader ging vaak in de nachtelijke uren in een rijke buurt inbreken. Vier jongere zusjes kregen van vader les in zakkenrollen, dus de gemeentelijke uitkering werd goed aangevuld. Moeder was een klein vrouwtje met pik zwart haar en liep ons de hele dag uit te schelden. Tuig waren we, zei ze altijd.

Ik was de enige die nog een beetje fatsoen had. Vader was een grote kerel met sterke vuisten. In de vorige woning woonden we op de derde etage en flikte moeder het de strontluiers van de jongste vanaf de veranda naar beneden te gooien.

Wat hebben we gelachen toen de beneden buren in de tuin zaten te eten en een luier precies op het broodmandje terecht kwam. Een hevige scheldpartij volgde, maar toen vader op het balkon verscheen werden ze stil. Hij had geen beroep en geen baas wilde hem aannemen, want hij stond bekend als een vechtersbaas en een dief.

Toch had hij altijd genoeg geld op zak voor zijn drank. De waard van het buurtcafé was doodsbang voor hem. Van de Sociale Dienst kreeg mijn moeder een ondersteuning en met de kinderbijslag kon ze de kinderen voeden.

We kregen van de gemeente een kelderwoning toegewezen in een achterbuurt. Wij sliepen op strozakken vol met pis vlekken, dus de zeiklucht kwam je al tegemoet als je naar bed ging. Mijn zusjes liepen er altijd als schooiers bij. Naar de kapper gingen we nooit, met het gevolg, dat we luizen op onze koppen hadden. Ik weet nog goed, dat ik de hele dag op mijn kop liep te krabben. Ook in die achterbuurt kwam het vaak tot vechten.

Dan kwam de wijkagent, een al oudere man met een grote knevel, die de orde weer herstelde. Het was een gemoedelijke agent, zodat wij geen hekel aan hem hadden. Vaak heeft hij mijn vader, die stomdronken op straat iedereen liep uit te dagen, naar huis gebracht en niet naar het politiebureau. Dat scheelde weer een bekeuring wegens openbare dronkenschap.

Moeder had nog twee tanden als gebit. De rest was weggerot door het vele snoepen. Tandpasta heb ik nooit gezien in huis. Met de gebitten van de kinderen viel het wel mee, want op school kwam regelmatig een tandarts. Wat mij ook is bijgebleven, dat mijn moeder een enorme voorraad scheldwoorden tot haar beschikking had. Ik had een keer tegen de meester gezegd, krijg een dikke tam. Voor straf moest ik toen in de hoek staan. Woedend gaf de meester mij een klap op mijn wang en nogal hard ook, want de striemen waren te zien.

Huilend kwam ik thuis en mijn vader net weer thuis uit de gevangenis, ging woedend naar de school en ramde de leraar in elkaar. De andere leraars, die op de herrie afkwamen, lagen op een gegeven moment ook op de grond te spartelen. De wijkagent moest ook eerst assistentie van collega’s vragen, want anders kregen ze hem niet mee naar het politiebureau. Het was een prachtig gezicht hoe hij al worstelend werd opgebracht naar het bureau. Iedereen in de buurt genoot ervan.

Hij leerde mij dan hoe ik een fiets moest jatten en auto’s openbreken. Ook moest ik van hem langs de hoeren gaan en vragen of ik een boodschap voor ze moest doen. Het geld wat ik dan van ze kreeg, moest ik aan hem geven. De meeste hoertjes waren erg aardig en gaven een flinke fooi. Ik weet ook nog, dat ik weer eens met hem mee moest om een gestolen fiets te verpatsen. Hij wist altijd wel een adres van een heler. Die gaf hem dan een aardige prijs en met dat geld gingen we dan naar het buurtcafé.

De klanten schrokken zich een ongeluk toen ze mijn vader zagen, want ze dachten kennelijk, dat het weer matten zou worden. Deze keer bleef hij rustig. Ik vond dat jammer, want ik had hem graag weer zien vechten. Van alle bezoekers kreeg hij een pilsje of een borrel aangeboden, zodat hij niet meer vast ter been was. Ze waren blij, dat wij het café weer verlieten, dat zag je aan hun smoelen.

Daarna gingen we op de markt gebraden kippen kopen en een paar leverworsten. Toen wij daarmee thuis kwamen ging een luid gejuich op. Vlak voor Kerstmis feest in de tent, lekker smullen van een stuk kip en leverworst. Mijn moeder had die dag ook veel levensmiddelen opgehaald zonder te betalen.
Mijn zusjes moesten met haar mee naar verschillende winkels en stalen daar als de raven. Dat ging heel geraffineerd. Mijn moeder had rokjes voor hun gemaakt met openingen.

Ze droegen er een paar over elkaar. Met hun handjes grepen ze dan een pakje boter of een stuk kaas en verborgen die in zakken onder de rokjes. Dat leverde op zo’n dag heel wat te vreten op. Het zat gewoon in hun genen dat jatten. Heerlijke verse kadetjes dik belegd met de duurste ham zaten we te smikkelen en de gestolen kerstboom zag er prachtig uit met die gekleurde lampjes.

Op een gegeven moment stond hij op en riep, zalig kerstfeest en de meisjes moesten één voor één bij hem komen en kregen een diploma, dat ze geslaagd waren voor het zakkenrollen. Een luid gejuich ging door de kamer toen moeder met schalen vol heerlijke gerechten binnen kwam. Uiteindelijk beviel mij dit leven niet en heb mij bekeerd tot het geloof, zodat mijn zondige gedrag werd vergeven.

Toen ik achttien was heb ik de ouderlijke woning verlaten en heb ik een kamer gehuurd bij een dik vadsig wijf. Toen ik op haar piano klassieke muziek speelde legde ze haar enorme tieten op mijn schouder. Gauw heb ik maar een andere hospita gezocht en gevonden, een jonge blonde dame, die vaak op mijn schoot ging zitten en mijn hand stuurde naar haar prachtige chocolade kleurige dijen. Was ik maar thuis gebleven, dacht ik toen.

Schrijver: kees niesse, 10-12-2014


c.niesse1931atgmail.com



balBiografie van deze schrijver





Geplaatst in de categorie: milieu

Deze inzending is 96 keer bekeken

4/5 sterren met 1 stemmen.



Er is 1 reactie op deze inzending:

Naam:Joanan Rutgers
Datum:10-12-2014
Bericht:Het is alsof ik de jeugd van François Villon lees, zo mooi indringend van armoedige gerechtigheid. Natuurlijk doet me dit ook sterk aan 'Oliver Twist' denken. Bij ware armoede is alles geoorloofd om voedsel te stelen. Er was zelfs een bisschop, die dat beweerde. Dit verhaal ontroert me bovenmate, omdat het waarlijk socialistisch en humanistisch is. Het gaat over de sympathieke graaiers/snaaiers aan de onderkant van de samenleving en dit in groot contrast met de asociale graaiers aan de bovenkant van de samenleving, die hun toch al overdreven weelde nog meer willen overdrijven.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)