start toeval vragen forum links zoek contact gastenboek inhoud

Categorieën:

actualiteit (130)
adel (13)
afscheid (115)
algemeen (329)
bedankt (25)
biologie (13)
dieren (237)
discriminatie (38)
drank (48)
economie (23)
eenzaamheid (178)
emoties (167)
erotiek (68)
ex-liefde (63)
familie (107)
feest (38)
film (3)
filosofie (136)
fotografie (6)
geboorte (23)
geld (32)
geschiedenis (28)
geweld (45)
haiku (4)
heelal (38)
hobby (28)
humor (376)
huwelijk (40)
idool (42)
individu (59)
internet (31)
jaargetijden (53)
kerstmis (77)
kinderen (170)
koningshuis (21)
kunst (48)
landschap (15)
lichaam (39)
liefde (256)
literatuur (351)
maatschappij (151)
mannen (34)
milieu (12)
misdaad (119)
moederdag (11)
moraal (97)
muziek (40)
natuur (90)
oorlog (107)
ouderen (16)
ouders (37)
overig (128)
overlijden (76)
partner (55)
pesten (28)
planten (13)
politiek (50)
psychologie (105)
rampen (55)
reizen (133)
religie (143)
schilderkunst (20)
school (61)
sinterklaas (17)
sms (5)
songtekst (1)
spijt (26)
sport (80)
sterkte (2)
taal (42)
tijd (54)
toneel (10)
vaderdag (1)
vakantie (83)
valentijn (4)
verdriet (86)
verhuizen (13)
verjaardag (17)
verkeer (39)
voedsel (45)
vriendschap (82)
vrijheid (60)
vrouwen (87)
welzijn (53)
wereld (34)
werk (94)
wetenschap (18)
woede (60)
woonoord (87)
ziekte (147)

tabblad: verhalen

< vorige | alles | volgende >

verhaal (nr. 5923):

WONDERLIJKE ZAKEN (1)

Op Java, een van de eilanden in de Indische Archipel, oftewel de Gordel van Smaragd gebeurden soms onverklaarbare dingen, zoals in de jaren dertig van de 20e eeuw, toen de kleine Nicky na de middagrust aan de voeten van zijn moeder op de voorgalerij van de overbuurvrouw zat. De dames wuifden zich wat koelte toe met hun waaiers. Zij dronken thee en hij nam af en toe een slokje uit een glas koele rozenstroop of werkte een handje katjang
naar binnen. Zijn haartje plakten aan zijn hoofd en zijn strooien hoedje had hij afgezet en naast zich neergelegd. De vrouwen namen de laatste nieuwtjes en roddels door en bespraken alledaagse dingen. Over een vendutie die eraan kwam. Altijd leuk als er weer iemand verhuisde en zijn inboedel grotendeels van de hand moest doen.
‘Misschien kunnen we er nog wat leuke bloempotten vandaan slepen,’ zei Wies dromerig voor zich uit starend. Lien prees de paarse bougainville voor het huis, de palmen en de vele bloempotten aan weerszijden van het huis, om maar te zwijgen van de achtergalerij met de
bloeiende planten en dan de prachtige varens, het venushaar, de kamperfoelie, de orchideeën, camelia, rozen en de eierlelies die zo heerlijk naar vanille geurden… Het was een waar bloemenparadijs, door de vrouwen zelf gekweekt en onderhouden, meestal met behulp van de tuinjongen.
Als er foto’s werden gemaakt ter ere van een huwelijk of een ander festijn, werden die genomen door de Chinese fotograaf, terwijl de hoofdpersonen omringd werden door grote boeketten van allerlei soorten bloemen.
Lien, de moeder van Nicky, was getrouwd met een KNIL militair die zo vaak als zijn werk dat toeliet thuis vertoefde. Wies, de overbuurvrouw, was al jong weduwe geworden, maar had het samen met haar nu Lien volwassen kinderen prima gered met haar mans pensioen en het naaien van kleren. Ze had zelfs jonge meisjes uit de kampong in dienst die, terwijl ze het vak leerden, meehielpen extra geld binnen te brengen, maar die dag had ze hen een middag vrijaf gegeven.
Nicky, zeven jaar oud, maakte een tekening. Hij kon goed tekenen voor zijn leeftijd en het was vakantie. Het puntje van zijn tong piepte nu en dan naar buiten, zo ingespannen was hij bezig. Zacht neuriede hij af en toe een bekend kinderliedje:

Een tjitjak kroop bij avond
Zijn veilig hoekje uit
Hij kroop toen langs de muren
Op zoek naar lekkere buit
Hij ving een lekker hapje
Een larong vet en dik
Hij viel hem in zijn smaakje
Hij was erg in zijn schik
Maar ach er kwam een tokeh
En die viel de tjitjak aan
Hij greep hem bij zijn staartje
Het scheen met hem gedaan
Maar wonder boven wonder
De tjitjak kwam weer vrij
Zijn staartje brak in tweeën
En hij vluchtte o zo blij

Het was verder vrij stil in de straat. Veel gezinnen waren op vakantie in de bergen, waar ze verkoeling zochten in beekjes of meertjes of aan het zwembad van een hooggelegen hotel of ze gingen een dagje uit naar de plantentuin van Buitenzorg. Er scharrelden wat loslopende kippen en honden en katten in de straat en wat verderop in de lommerrijke laan waren vriendjes van Nicky aan het vecht vliegeren, waarbij ze probeerden elkaars vliegers neer te halen door het touw met glasscherven te beplakken. Nicky vond het te warm daarvoor.
Nu en dan zwegen de vrouwen even en tuurden in gedachten voor zich uit om dan weer de draad van het gesprek op te pakken.
‘Ik hoorde zo’n leuk verhaal van mijn man,’ zei Lien fluisterend. ‘Hij hoorde van een collega van wie de Hollandse vrouw nog niet zo heel lang hier is, dat zij het Maleis natuurlijk nog niet goed beheerst. Toen zij de huisjongen had gevraagd het raam even dicht te doen, weigerde deze dat pertinent. Ze begreep er niets van! Toen haar man thuiskwam en ze het hem zei, vroeg deze hoe ze dat dan had gevraagd, dat was namelijk met de zin ‘Djongos kwe mau buka tjelana.’ Hij was in lachen uitgebarsten. Ze had namelijk gevraagd of hij zijn broek open wilde doen. Ze had moeten zeggen buka djendela.’ Wies verborg haar gezicht achter haar waaier en stikte bijna van het lachen, maar het werd meer een gesmoord proesten want ze moest zich inhouden voor het personeel om haar waardigheid niet te verliezen. Gelukkig was Nicky zo verdiept in zijn eigen wereldje dat hij geen acht sloeg op zijn geheimzinnig doende moeder, want kleine potjes zij grote oren hebben soms volgens de volwassenen.

Plots klonk er een hels kabaal. De kleine jongen schrok zich wild. Met een grote boog vloog zijn kleurpotlood door de lucht en de hete thee van de vrouwen golfde over de rand van de kopjes en maakte een voetenbad op de dunne porseleinen schoteltjes. Een deel kwam op de vloer en op hun kleren terecht. Een hels wapengekletter pijnigde hun oren. Het kwam uit het huis!
‘Oh…’ Er ontsnapte een kreet aan Wies’ lippen. ‘Ohhhh, ik ben vergeten de krissen eten te geven.’ Ze sloeg een hand voor haar mond.
De krissen eten te geven? Nicky en Lien begrepen er niets van.
‘Ja die van mijn overleden man. Dat moet elke vrijdag.’
Ze snelde naar binnen met de visite in haar kielzog. Linea recta ging het naar de linnenkast op haar slaapkamer. Toen ze de deur opentrok verstomde het lawaai, maar al het linnen bleek aan flarden te zijn gesneden.
‘Ik ga snel even iets uit de keuken halen.’ Ze snelde kortademig weg. Om even later terug te keren met wat kommetjes rijst en fruit op een dienblad dat ze op een lege plank van de kast zette. Ze sloot de deur, slaakte een diepe zucht en leunde nog even nahijgend met haar rug tegen de kast.

Schrijver: Anneke Haasnoot, 09-06-2016


annekehaasnootathotmail.com



balBiografie van deze schrijver





Geplaatst in de categorie: geschiedenis

Deze inzending is 130 keer bekeken

4/5 sterren met 2 stemmen.



Er is 1 reactie op deze inzending:

Naam:Joanan Rutgers
Datum:09-06-2016
Bericht:Geheel in de romanstijl van Louis Couperus en met een zweem van 'Rituelen' van Cees Nooteboom. Ondanks die vergelijkingen bijzonder knap werk en gezien de 19-e eeuwse schrijfstijl graag door mij gelezen. Heerlijk verfrissend, die neo-bombastische beeldentaal!...


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)