Inloggen
voeg je verhaal toe

tabblad: verhalen

< vorige | alles | volgende >

verhaal (nr. 6646):

De voyeuristische potloodventer van Wassenaar

'Mooi gedaan hé?', zegt Bruno de Haas tegen een schone jonkvrouw nabij Huize De Paauw in Wassenaar. 'Het lijkt wel een extra dimensie uit een schilderij van Claude Monet!', reageert zij. 'Toch is het 'Baadster' van de in Gouda geboren Carla Rutgers!', zegt Bruno, 'overigens, ik ben Bruno de Haas, binnenhuisarchitect, en u bent?'. 'Mijn naam is Helga Netscher, lerares Frans, aangenaam kennis maken!', reageert zij, terwijl ze elkaar vriendelijk de hand schudden. 'Houdt u veel van de beeldhouwkunst?', vraagt Bruno nieuwsgierig. 'Jazeker, in mijn vrije tijd probeer ik zoveel mogelijk beeldhouwwerken te bewonderen en te fotograferen' 'U houdt er plakboeken op na?' 'Tientallen, met de datum en een korte impressie erbij' 'Bijzonder en curieus zeg, wat zou ik u graag mijn verzameling bronzen beeldjes willen laten zien of weet u wat, hier is mijn visitekaartje en komt u gerust eens langs, wanneer het u schikt' 'Het schikt me morgenmiddag al en ik neem graag mijn partner Jacqueline Dumas mee, als dat niet bezwaarlijk is' 'Weet u wat, ik laat u hier lekker verder genieten en morgenmiddag verwacht ik jullie!'.

De bel van het huis aan de Konijnenlaan 29 gaat en Bruna haast zich naar de voordeur. 'We zijn er!', roept Helga vrolijk, 'en dit is mijn geliefde Jacqueline, die ook erg veel van kunst houdt!'. 'Komen jullie snel verder', zegt Bruno, die een deftig pak draagt, 'mijn bronzen vriendjes wachten al op jullie!'. De jongedames zijn behoorlijk onder de indruk van het ruime huis, dat werkelijk overal met kunst opgeluisterd is. Ze verbazen zich over een Herman Brood in de hal, maar Bruno legt hen uit, dat hij de kleurcombinatie erg gewaagd vindt en dat hij het werk persoonlijk van monsieur Brood gekocht heeft. De grote fallusafbeelding met de geil lachende eikelkop nemen ze nauwelijks waar. In de hoofdhuiskamer laat Bruno hen een schilderij van Edgar Degas zien. Terwijl zij de zwoele danseres aangapen, serveert Bruno de thee met slagroomgebak. 'U woont hier riant en lekker rustig!', zegt Helga. 'En uw huis is net een kunstmuseum!', vervolgt Jacqueline. Na de thee gaat Bruno hen voor naar een bovenkamer, waar hij in een antieke kast zijn bronzen kunstvoorwerpen heeft staan. De verblufte dames vallen als een blok voor een beeldje van twee vrijende dames. 'Het kan van Auguste Rodin zijn', zegt Bruno, 'maar de verkoper hield een slag om de arm'. 'Fantastisch! het is werkelijk beeldschoon!', roept Jacqueline. 'Het is in ieder geval uit de negentiende eeuw en ik heb er flink voor moeten dokken!', zegt Bruno, 'maar indien jullie een schappelijk bod doen, dan is het van jullie!'. De opgewonden dames kijken elkaar met blozende wangen aan. 'Indien jullie te weinig geld bieden, is er ook een andere mogelijkheid!', zegt Bruno ineens. Er ontstaat meteen een vreemde spanning tussen het drietal. 'We zijn niet zo rijk!', fluistert Helga. 'Welnu', zegt Bruno, mijn voorstel is als volgt...'.

Een kwartier later ligt Bruno piemelnaakt op zijn hemelbed en dansen de verliefde dames op de muziek van Bryan Ferry. 'Kijk zoveel mogelijk naar mijn dirigeerstokje!', gebiedt een gespannen kijkende Bruno, 'kijk hartstochtelijk verlangend, maar kom er niet aan!'. 'Blaas er op!', zegt hij bezwerend, 'maar raak hem niet aan!'. Na de peepshow, die ongeveer een kwartier duurt, stopt Bruno zijn stijve geval weer in zijn Italiaanse broek en kijken de verbaasde dames nog wat naar de alsmaar kleiner wordende bobbel. 'Dank jullie wel', zegt hij, 'het beeldje is dik verdiend en ik hoop jullie nog eens te kunnen ontmoeten!', zegt hij bij de voordeur. Nadat hij de deur sluit, zegt Jacqueline 'Jeetjemina zeg, wat een perverse engerd, maar wel reuzebeschaafd en zeer gul!'. 'Die ziet ons binnenkort wel weer!', zegt Helga verlekkerd, 'want daar stonden nog wel meer bronzen schoonheden!'. Die avond fietst Bruno door Wassenaar en draagt hij een anti-coronamasker met een draculamond erop. Bij de Sint-Willibrorduskerk stapt hij af en wandelt hij wat rond. Hij ontdekt een dame, die wat aan haar fiets zit te prutsen. Meteen doet hij ook zijn Zorro-masker op en loopt hij naar haar toe, schuifelend, met zijn broek omlaag. De dame geeft een gil, zodra ze zijn blote smurfslurf ziet en hij blijft vanwege de kick nog enkele seconden staan. Daarna sleurt hij zijn broek omhoog en snelt hij naar zijn fiets, die startklaar staat. Hij ziet nog net hoe de geschrokken dame bij de pastoor aanbelt.

De volgende dag wandelt Bruno over de Van Zuylen van Neijeveltstraat, vlakbij Duinrell. Hij fluit 'Slave to Love' van Bryan Ferry. Kennelijk in een opperbeste stemming en opnieuw tuk op buit. Bij het bronzen standbeeld van de schrijver Boudewijn Büch blijft hij bewust enkele minuten staan. 'Büch is in deze straat opgegroeid, hij woonde op nummer 165 en nummer 291, de arme stakker!', denkt hij meewarig. 'Je kijkt weer eens flink melancholisch!', zegt hij tegen Büch, 'maar je was anders een behoorlijke dondersteen!'. Bruno heeft Boudewijn persoonlijk gekend, toen hij in Leiden zijn ongrijpbare mythe creëerde, onder invloed van alcohol, hasj, lsd, morfine, heroïne, valium, antidepressiva en slaappillen. 'Je was een groot schrijver en een nog grotere bibliofiel!', mompelt hij, 'jammer van dat entertainmentgedoe!'. Mede door Bruno's financiering is het standbeeld tot stand gekomen. Wassenaar barst van de standbeelden, dus dat kon er ook nog wel bij. 'Weet u wie die kerel was?', vraagt een vrouw met een sierlijke hoed. Bruno kijkt achterom en hij is meteen weg van haar. 'Jawel, madame, dat was de grote, literatuurminnende Büch, die nog steeds ondergewaardeerd is!', antwoordt hij bedachtzaam. Ze raken aan de praat en ze blijkt een professor in de Engelse literatuur te zijn, die nog nooit iets van Büch gelezen heeft, maar daar weet Bruno wel raad mee. 'Ik zal u wel een paar romans te leen geven!', zegt hij joviaal, 'als u me uw adres wilt geven!'. 'Ik woon in de villa 'Baldershage' aan de Duinweg 14!', vertelt zij hem met enige trots en distantie.

Een week later fietst Bruno met een plastic tas vol Büch-romans naar de alleenstaande dame aan de Duinweg. Hij heeft een opgeruimd gevoel en grootse plannen. Ze stelt zichzelf voor als mevrouw Frieda Byron en ze presenteert koffie met roombotercake. Bruno vertelt enthousiast over Boudewijn Büch en zijn literaire fictie, terwijl hij in zijn achterhoofd naar seksuele spelletjes met Frieda verlangt. Gisteravond waren Helga en Jacqueline weer langs geweest, maar hij dorst alweer naar spannende avonturen. Tot zijn grote verbazing gaat Frieda naast hem op de bank zitten en legt zij steeds vaker haar hand op zijn bovenarm. Nadat ze een halve fles gin hebben opgedronken, staat Frieda ineens op en loopt zij naar de deur. Zij tilt haar rokken op en Bruno kijkt met grote ogen naar haar zwaarbehaarde Venusheuvel. Met haar wijsvinger lokt ze hem naar haar slaapkamer, terwijl hij helemaal in de war is, omdat de rollen omgedraaid zijn. Beneveld door de gin zakt hij door zijn knieën en kijkt hij naar haar volop zichtbare vulva. 'Alleen maar kijken, vieze geilaard!', bromt ze, 'hou je fikken thuis!'. Wanneer hij een beetje begint te blazen, slaat ze hem keihard in zijn teleurgestelde gezicht. 'Ook niet blazen, imbeciel!', snauwt ze, 'alleen maar kijken, vuile rat!'. 'Heb ik hier mijn meerdere gevonden?', denkt hij verbaasd. 'Ga nu in de hoek staan, stoute vrouwenbedrieger!', dirigeert zij woedend, 'en laat je broek en onderbroek zakken, Wassenaarse ramp!'. Hij schudt met zijn hoofd, maar hij speelt het sadistische spel mee, al begrijpt hij niet hoe hij hier zo snel in verzeild is geraakt.

Even later komt ze achter hem staan en fluistert ze: 'En nu ga je wijdbeens staan en buk je voorover, akelige smeerlap!'. Hij doet wat zij wil, al begrijpt hij er niets van en windt het hem nauwelijks op. 'Ik heb je daar bij de Sint-Willibrorduskerk gezien, sukkel, en dit is mijn antwoord!', krijst ze, terwijl ze met een grote knipschaar zijn testikels en zijn halve bungelaar eraf knipt. Bruno schreeuwt het uit van de pijn en het bloed spat alle kanten op. 'Verdomme, trut, ben je niet goed bij jouw hoofd!', zegt hij nog vrij keurig, maar de pijn doet hem in elkaar zinken. Frieda lacht op een satanische wijze en ze loopt doelgericht naar een kast, waar ze een pistool uit haalt. 'Zeg sorry, naarling, walgelijke schobbejak!', eist ze. 'Fuck you, bitch, ik bloed dood!', jammert hij. 'Vind je dat soms erg?', vraagt zij cynisch. 'Maar natuurlijk, horrorheks!', antwoordt hij wanhopig. 'Dan zal ik je maar gauw uit jouw lijden verlossen!', besluit ze te zeggen en ze vuurt enkele kogels op hem af. Nadat ze alle misdaadsporen heeft verwijderd en het lijk van Bruno gedumpt heeft, drinkt ze de rest van de gin op en begint ze in een roman van Büch te lezen. 'Hmm, een eigenaardige schrijfstijl, maar verrekte boeiend!', denkt ze volkomen in harmonie met zichzelf.

Schrijver: Joanan Rutgers
11 jun. 2020


Geplaatst in de categorie: misdaad

Er is nog niet op deze inzending gestemd. 24



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)