Inloggen
voeg je verhaal toe

tabblad: verhalen

< vorige | alles | volgende >

verhaal (nr. 6681):

MIEN TOENTJE

De titel van een Gronings liedje van de daar geleefd hebbende en daar wereldberoemde troubadour Ede Staal, hij verwoordt daarin het tuinieren zoals dat door menige liefhebber op het platteland wordt beoefend.
Het verbouwen van diverse gewassen en de probleempjes daarbij. Maar het is voor menigeen een streven; eten uit eigen tuin. Het heeft volgens mij iets oerprimitiefs in zich. Zoals ook het houden van kippetjes voor de eitjes.
Het grijpt terug op de tijd dat wij als jagerverzamelaars ontdekten, dat door zelf iets op een vaste plek te verbou-wen en dieren in gevangenschap te houden, je niet steeds meer hoefde rond te zwerven.
Mijn ouders deden dat soort dingen ook allemaal(het zwerven niet natuurlijk). Schiet mij net een 'grap' te binnen. Mij pa zei tegen m’n broer: 'Kijk jongen, ik heb een kip geslacht – jij mag hem hebben als je wil. Natuurlijk wou hij dat wel. Wat hij niet wist, was dat het een hele oude kip was, die geen eieren meer legde. Later bleek, dat hij hem als soepkip had moeten gebruiken, voor normale doeleinden was hij niet gaar te krijgen.

Mijn vrouw is ook zo’n type die enkele kleine dingetjes verbouwt: aardbeien, aardperen, appels, peren, diverse bessensoorten en diverse kruiden. Het zijn types die dat gewoon leuk vinden om te doen. Ze zijn er mee opgegroeid en hebben dat zelf ook in de genen meege-kregen. Zelf heb ik helemaal niks met tuinieren en het houden van kippen. Nee, mijn genen zijn wat dat betreft onbesmet gebleven – nooit geen behoefte aan gehad.

Het siertuintje van mijn vrouw vind ik wel echt heel leuk en vind dat ze dat ook goed in de vingers heeft. Maar ja, wat het op productie gerichte deel betreft, klaagt ze af en toe over het feit dat de slakken dit of de muizen dat of de vogeltjes, of weet ik wie of wat, haar net rijp geworden vruchten hebben op – of aangevreten. Iedere keer moet ik haar er weer op wijzen daar niet te veel tijd in te steken, je wordt te vaak teleurgesteld. Mij erop wijst ze erop dat ik niet te veel tijd moet steken in het maken van verhaaltjes en gedichtjes, ze worden ook niet altijd gewaardeerd.

Nou zegt ze weer eens: ‘Ik vind het gewoon zo leuk om te doen, en eten uit eigen tuin is erg gezond. Na al die tijd, die ik er in steek, mag je toch hopen er iets aan over te houden. En dan blijkt dat het weer helemaal voor niets is geweest. Ik wordt er niet blij van.’
‘Kun je die aardbeien en dergelijke niet veel beter in de winkel kopen, kun je meer tijd aan het siergedeelte besteden,’ stel ik haar dan maar voor.
Ach, het zit te diep in de genen – daar ligt haar passie, het hebben van een klein moestuintje. Eten uit eigen tuin. Net zoals mijn passie ligt bij het iets op het papier zetten. Het scheppen van iets uit ogenschijnlijk niets.

‘Voor mij hoef je het niet te doen, ik hou niet zo van aardbeien en bessen,’ zeg ik maar weer eens.’
‘Nou jouw epistels worden ook lang niet altijd door mij bewonderd.’ Dat is waar en terecht opgemerkt. En we komen tot de conclusie dat iedereen z’n hart maar moet volgen.
‘Maar goed jouw verhaaltjes verdwijnen tenminste niet helemaal, ze zullen best ergens op internet blijven rond-zwerven,’ zegt ze enigszins beteuterd.
‘Nou, weet je, de tijd die jij aan de aardbeien en de andere vruchten besteed, is ook echt niet tevergeefs en zeker van belang. Natuurlijk wel sneu voor je zelf, maar bedenk dat je hiermee een heel prettig leven aan de vele vogeltjes en bijtjes, vlindertjes en weet ik niet aan wat voor wezentjes allemaal, schenkt. En heel belangrijk aan mij, want ik geniet van al dat vrolijke leven in de tuin. Ze tovert een zuinig lachje op haar gezicht; zo had ze het nog niet bekeken.

Schrijver: catrinus
Inzender: C.A. de Boer, 27 jun. 2020


Geplaatst in de categorie: overig

4,0 met 1 stemmen 41



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)