Inloggen
voeg je verhaal toe

tabblad: verhalen

< vorige | alles | volgende >

verhaal (nr. 6678):

De zielepoot van Zierikzee

Bijna iedereen in Zierikzee kent de vreemde snuiter Wilhelmus Boone wel. Wilhelmus is nooit naar school geweest, maar zijn vader was een handelaar in tweedehands spullen en Wilhelmus mocht hem daarbij helpen. Jarenlang struinde hij met zijn vader langs de wegen van Zierikzee en in de omliggende dorpen. Niet dat het veel opleverde, maar wel genoeg om van te leven. Moeder Boone was huishoudster bij een rijk notarisechtpaar aan het Havenpark 33, waar ze zwaar onderbetaald werd, maar al met al bleef het gezin Boone redelijk draaiende. De broers van Wilhelmus, Michiel en Maarten, hebben Zierikzee allang verlaten en floreren ergens in Den Haag. Zij kijken niet meer naar Wilhelmus om, want iemand van over de zestig behoort zichzelf te kunnen bedruipen, vinden ze. Nadat vader Boone ontdekte dat de werkgever van zijn vrouw haar seksueel misbruikte, heeft hij het interieur van die notaris kort en klein geslagen en bijna het hoofd van zijn romp getrokken. Deze zaak is door de drankzuchtige politieman Koert Biervat in de doofpot beland (steekpenningen in de vorm van jeneverflessen) en de oudjes Boone teerden al gauw weg. Na het overlijden van zijn ouders is Wilhelmus in het woonhuisje aan de Bagijnestraat 23 gaan wonen. Mede door de hulp van zijn tante Gierdijntien Visser, die nog wel een oogje in het zeil houdt en hem zo af en toe een maaltijd brengt. Overdag dwaalt Wilhelmus het liefste doelloos door Zierikzee en probeert hij met iedereen gesprekjes aan te knopen, wat maar matig lukt. 's Zomers speelt hij meestal de kunstschilder en zie je hem steeds op andere locaties de toeristen beduvelen en interessant doen, al hebben ze na een woordenwisseling vaak al gauw door dat hij niet helemaal snik is en maar wat aan kliedert. 'Ik schilder in de stijl van Appel en Picasso!', pocht hij dan, 'ik ben een moderne schilder!'. 'Maar dat lijkt helemaal niet op dat huis!', reageert er soms iemand. 'Dat ziet u verkeerd, meneer, dat huis lijkt niet op mijn kunstwerk!', zegt hij dan, terwijl hij vol overgave nieuwe klodders verf op zijn doek smeert. In de herfst en 's winters gaat hij graag naar antiquariaat 'Poissonnier', waar de eigenaresse Zoetje Poissonnier altijd wel een klusje voor hem heeft. Hij heeft zelfs een keer de blauwe voordeur mogen afschuren en verven. Met de nodige hulp van Zoetje natuurlijk. Hij maakt de hoge winkelramen schoon, hij wandelt met Zoetje's hond Rakker en hij haalt boodschappen voor haar. Als beloning krijgt hij vaak een stripboek van haar of mag hij met haar mee eten. Wilhelmus is dol op haar en hij kijkt graag naar haar wapperende rokken en haar sierlijke onderbenen. Verder niet natuurlijk, want hij houdt de relatie graag discreet. Op een zonnige dag stond Zoetje een keer op de ladder om een boek te pakken en toen zag hij duidelijk het hoogst aantrekkelijke silhouet van haar zacht bollende bollenstreek. Met een vuurrood gezicht is hij toen de winkel uit gerend. Hij heeft toen urenlang bij de vijver met de vier uit hun mond water spuitende kikkers gezeten. Die kikkers kalmeerden hem op den duur. En tante Gierdijntien, die hem daar zo droevig zag zitten. Samen met haar heeft hij toen een broodje kroket met mosterd gegeten. En een blikje cola gedronken. De volgende dag was hij alweer bij Zoetje en heeft hij braaf haar fiets opgepoetst.

Sinds een paar dagen rommelt het behoorlijk in de bovenkamer van Wilhelmus en kan hij nergens zijn draai meer vinden, al heeft hij er wel een nieuwe hobby bij, namelijk fotograferen. 'Ik maak nu ook kunstfoto's!', heeft hij trots tegen Zoetje gezegd. 'Als je heel veel mooie hebt, dan kunnen we daar een boek van maken!', zei ze heel lief en zorgzaam. Wilhelmus wandelt met een kom met twee goudvissen naar het beeld van de rijke geneesheer Job Baster, die een goudvis in zijn rechterhand heeft. Job introduceerde de goudvis in Nederland, weet Wilhelmus. Hij zet de vissekom naast Job en hij neemt een paar foto's. 'Zo, jongeman, wat mag dat wel niet voorstellen?', zegt een keurige meneer met een rokende pijp. 'Ik maak kunstfoto's, meneer!', zegt Wilhelmus een beetje bedrukt. 'Zeker 'A Fish Called Wanda' gezien of niet soms?' 'ik weet niet wat u bedoeld, meneer!' 'Heb je trek in een kop koffie, meneer de kunstfotograaf, neem je visjes dan mee en volg mij!' 'Maar wie bent u dan?' 'Noem mij maar Lodovicus de Haan, want zo heet ik toevallig!' 'Nou, ik heet Wilhelmus en ik lust best een kop koffie!' 'Kom dan maar snel mee, jongeheer!' 'Nou, jong, ik ben al 64, meneer!' 'Maar jong van hart, dat zag ik zo net!' 'Weet je wie dat beeld van Baster heeft gemaakt?' 'Nee, meneer!' 'Ad Braat en die heb ik nog gekend!' 'Zou hij het niet erg gevonden hebben, dat ik die foto's maakte?' 'Welnee, man, kom verder, hier is het, de Sint Domusstraat 66, treedt nader, maar wel je voeten vegen graag!'. Even later zitten ze in de voorkamer en genieten ze van de warme koffie en de Zeeuwse bolussen. 'Hier heb je een servetje!', zegt Lodovicus, terwijl hij even met zijn hand over het bovenbeen van Wilhelmus strijkt. 'U heeft bijna net zoveel boeken als Zoetje!', zegt Wilhelmus verheugd. 'Zoetje?' 'O, pardon, die heeft een boekenwinkel, waar ik vaak naartoe ga!' 'Ach zo, hoogst vermakelijk, maar heeft zij dan ook dit schone prentenboek?'. Lodovicus laat hem een oud boek met allemaal vulgaire afbeeldingen zien. Wilhelmus loopt knalrood aan. 'En heb je dit hier gezien?', vraagt Lodovicus, terwijl hij een prent met twee naakte mannen aan wijst. Wilhelmus voelt hoe de man ineens naar zijn kruis grijpt en hoe hij daarin begint te knijpen. Hij verstijft van angst. Lodovicus laat vervolgens zijn broek en onderbroek naar beneden zakken, waar door Wilhelmus hem instinctief in zijn piemel bijt en er als een haas vandoor gaat, de voordeur keihard achter zich dicht smijtend.

De volgende dag ziet hij overal spoken en durft hij nauwelijks nog over straat. Hij is als de dood dat hij die Lodovicus weer tegen komt. 'Dat gaat geheid een keer gebeuren!', denkt hij bezorgd. Bij de Nobelpoort ziet hij twee mannen elkaar kussen. 'Dat is natuurlijk zo'n ontmoetingsplek voor homo's!', denkt hij, 'die twee torens spreken tot de verbeelding!'. Over het Huis De Haene aan de Meelstraat 1 denkt hij hetzelfde, want daar staan twee hanen op. Hij ziet ineens overal geheime homotekens. 'Ze mogen wel uitkijken!', denkt hij, 'want het stikt hier in Zierikzee van de homojagers!'. Eenmaal bij Zoetje in de winkel verdwijnen zijn zorgen onmiddellijk en zingt hij liedjes van ABBA, die Zoetje graag met hem mee zingt. Haar strakke jeans schudt opwindend heen en weer. 'Die Lodovicus moet met zijn poten van mij afblijven!', denkt hij stoer, 'ik zal eens kijken wat er gebeurt als ik Zoetje eens in haar kruis knijp!'. Hij voegt de daad bij de gedachte en hij heeft meteen een flinke pets in zijn gezicht te pakken. 'Ben je nou helemaal gek geworden, idioot, maar dat doen we niet!', schreeuwt ze, 'eruit! en laat ik je de komende tijd nooit meer zien!'. Hij strompelt de winkel uit en op straat huilt hij aan één stuk door. 'Ik heb alles met Zoetje stuk gemaakt!', denkt hij somber, 'nu wordt het nooit meer zo gezellig als vroeger!'. Via via heeft hij vernomen, dat er op Havenpark 6A een klein bordeel zit en daar gaat hij dan maar naartoe. Voor het eerst in zijn leven gaat hij met een vrouw naar bed. 'Pinnen kan!', zegt de vrouw in het portaal. Ze heeft een Duits accent en spectaculaire joekels, die hij zoveel en hoe hij wil mag aanraken. Tijdens de climax joelt hij 'Zoetje! het gebeurt!'. 'Ik heet Greta, lieverd, je kunt bij mij cash betalen of bij de bazin pinnen!', reageert Greta luchtig en zakelijk. 'Ik pin wel!', antwoordt hij en even later dwaalt hij alweer door een donker Zierikzee met kunstlicht. Om zijn overwinning te vieren, gaat hij tegen de Sint-Lievensmonstertoren aanzitten en grabbelt hij een flesje likeur tevoorschijn. 'Hé, wie hebben we daar?!', roept opeens iemand. Het blijkt Lodovicus te zijn, die hem meteen geruststeld en zijn excuses aanbiedt. Maar Lodovicus wordt al enige tijd door een bende homojagers geschaduwd en die slaan op dit moment ongenadig toe, ook in de overtuiging dat ze een nieuwe homo-ontmoetingsplek hebben ontdekt. Lodovicus en Wilhelmus worden met ijzeren staven, boksbeugels en ploertendoders geslagen. Het bloed spat op het pasgemaaide, lichtgroene gras. Beiden zakken in elkaar en de bende idioten vluchten alle kanten op. Beiden belanden op de IC in het ziekenhuis te Bergen op Zoom. Lodovicus is vreselijk toegetakeld, maar de artsen achten zijn kans op herstel behoorlijk groot. Met Wilhelmus loopt het anders af, want hij overlijdt nog diezelfde nacht, door talloze, innerlijke bloedingen en bloedverlies, maar vooral door de beschadigingen van enkele vitale organen. Het kan haast geen toeval zijn, dat juist op het moment van zijn overlijden het Neptunus-beeld van de Stadhuistoren in Zierikzee eraf waait. Zodra Zoetje de volgende dag in de Zeeuwse Courant leest hoe ene W. Boone uit Zierikzee is doodgeslagen, grijpt ze trillend naar het bordje aan de voordeur en draait ze die om. 'Gesloten' voor onbepaalde tijd.

Schrijver: Joanan Rutgers
4 jul. 2020


Geplaatst in de categorie: misdaad

Er is nog niet op deze inzending gestemd. 27



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)