Inloggen
voeg je verhaal toe

tabblad: verhalen

< vorige | alles | volgende >

verhaal (nr. 6729):

Lekker beesten in Dieren

Op de Hoflaan 26 in Dieren. 'Toch lijkt het mij het beste dat we de beroving een week uitstellen!', zegt Charlotte Calkoen, die zenuwachtig op haar nagels bijt. 'Maar waarom dan?', vraagt de opgefokte Diederik van Vloten, die alsmaar naar buiten zit te loeren of hun partner in crime Wilhelm al in aantocht is. 'Ik kan dat niet goed uitleggen, weet je, het is een soort voorgevoel, vrouwelijke intuïtie zeg maar!', antwoordt Charlotte, die het nagel bijten inruilt voor een Belinda-sigaret. 'Met voorgevoelens kunnen we geen rekening houden, schatje, anders kunnen we de boel beter opblazen!' 'Bewaar dat opblazen nou maar voor de kluis, Pino, en noem me geen 'schatje' ja, want dat klinkt erg denigrerend!' 'Ik wil je wel 'hoer' noemen, is dat soms een goed idee?' 'Pardon? Vergeet niet dat ik een barones ben hé, uilskuiken, dat je zo af en toe met me van bil gaat, geeft je nog niet het recht om me te schofferen!' 'Verdomd zeg, daar zul je hem eindelijk hebben, die trage slak, ben benieuwd wat hij te zeggen heeft!' 'Doe nou eerst maar eens open, Pino, en loop wat minder hard van stapel!'. Zodra Wilhelm von Steiger binnen zit, zegt hij: 'Sorry dat ik zo laat ben, maar ik kon mijn poes Roodbaard nergens vinden, moet je nagaan, hij had zich in een kast verstopt, de deugniet!'. 'Ja, leuk, Willempie, maar we hadden een afspraak, weet je wel, en dan behoor je op tijd te zijn, flapdrol!', zegt Diederik geïrriteerd, 'het gaat wel om een belangrijke onderneming, weet je wel!'. 'Ik ben er nou toch, okay dan, laten we alles nog eens goed doornemen en kijken of alles klopt!', zegt Wilhelm. 'Volgens mij kunnen we het beter een week uitstellen!', begint Charlotte weer. Wilhelm kijkt haar vol verbazing aan. 'Ik zei het toch dat die trut niet spoort!', zegt Diederik. 'Als je me nu een 'trut' gaat noemen, dan kap ik met het hele plan en kom je zeker niet meer tussen mijn benen, Pino!' 'Stop met dat ge-Pino, bitch en luister, we doen het vandaag en daarmee basta ja, jij doet gewoon mee en we delen de buit vanavond hier in jouw 'Seringenhof'!'. 'Vergeet niet dat we maanden van intensieve voorbereiding achter de rug hebben!', zegt Wilhelm, 'en we kunnen alledrie wel een lekker verzetje gebruiken!'. 'Over een verzetje gesproken, Char, haal eens een fles whisky, want we moeten ons natuurlijk wel wat moed indrinken, zoals het ware krijgers betaamt!', zegt Diederik, die uit zijn binnenzak zijn pistool haalt en die op de glazen tafel legt. Daarna snuift hij een lijntje coke en hij geeft Wilhelm ook een snuifje. 'Toch heb ik er geen goed gevoel over om het vandaag te doen!', kermt Charlotte nog één keer. 'Ook een lijntje, lekker dier van me, dan denk je er gelijk anders over!', zegt Diederik en hij slaat haar op haar dikke, sexy billen. 'Ik hou het liever bij een glas whisky als je het niet erg vindt!', zegt ze met een hautaine blik. Wilhelm haalt twee automatische pistolen uit zijn aktetas en hij geeft er één aan Charlotte. Wilhelm knikt instemmend naar haar, want hij heeft haar schietles gegeven en ze weet inmiddels heel goed met dat ding om te gaan. 'Goed dan!', zegt ze na een tweede glas whisky, 'we doen het vandaag en we doen het tegen sluitingstijd!'.

In de Rabobank aan de Wilhelminaweg 80-a staat de laatste klant een paar duizendjes op zijn rekening te storten. Het is Lucas Verkerk, een erudiete streekschrijver, die met de dichteres Ilse Starkenburg, geboren te Dieren, bevriend was. Hij heeft al haar dichtbundels, gesigneerd en soms met een persoonlijke zin erbij. Sinds zij op 11 november 2019 op 56-jarige leeftijd is overleden, maakt hij zich hard voor een standbeeld of plaquette voor haar. Haar laatste bundel 'De boom valt op mij' valt niet ver van de boom, want de kruin van een boom is echt op haar gevallen en ze raakte bewusteloos. Op de cover zie je een kunstwerk van Iris Le Rütte, een artistieke boomsculptuur. De dood is ook als een soort boom op haar gevallen. Lucas ziet hoe een blauwe scootmobiel met een man en een vrouw erop de bank binnen rijdt. Eenmaal voor de balie staan ze allebei vliegensvlug op en trekken ze hun pistolen. 'Open de deur en waag het niet om op de alarmknop te drukken!', roept Diederik, die een bivakmuts draagt. Charlotte was het even vergeten, maar ze doet ook snel haar bivakmuts op. 'Vooruit, opschieten, teringwijf!', schreeuwt Diederik, 'laat ons erdoor!'. Lucas plast in zijn broek en hij wil de bank verlaten, maar daar is Wilhelm ineens, ook met een bivakmuts op. 'Nee, kereltje, hier blijven jij en verroer je niet, anders schiet ik een kogel door jouw duffe kop!', zegt Wilhelm, die de bankdeuren op slot draait. Wilhelm ziet de natte plek in zijn broek en hij sleurt hem mee naar de kluis, waar Charlotte de medewerkers onder schot houdt, terwijl Diederik de explosieven plaatst. Voordat hij die laat afgaan, dwingt hij de directeur om de cijfers van het codeslot te geven. Na twee valse cijfercombinaties schiet hij de directeur door zijn maag en gebruikt hij de explosieven. De bankovervallers zoeken dekking, terwijl de anderen een enorme explosie te verduren krijgen. Zodra de rook neerzakt, rent Diederik naar de geopende kluis en vult hij een jutezak met diamanten, sieraden en stapels grootgeld. De medewerkers liggen allemaal gewond op de grond te kermen van de pijn. De gewonde directeur probeert met man en macht Diederik tegen te houden, maar Wilhelm schiet hem in zijn rug. 'Opschieten, Diederik, dit gaat anders te lang duren, denk aan het tijdsschema!', roept Charlotte bang om zich heen kijkend. 'Verdomme, Wilhelm, daar zijn de smerissen al! Iemand heeft toch op een alarmknop gedrukt!', schreeuwt Diederik. Wilhelm pakt een baliejuffrouw bij haar lurven en hij schudt haar door elkaar. 'Was jij het?', schreeuwt hij keihard. Versuft door de explosiewonden weet ze niets te zeggen, zodat hij haar laat vallen en snel naar de voorkant rent. 'Jij blijft hier!', roept hij in de haast tegen Charlotte, 'hou die verraders onder schot!'. Voor de bank staan inmiddels twee politiewagens schuin geparkeerd met politie-agenten erachter, die hun pistolen op de bank gericht hebben. Wilhelm snelt terug en hij zoekt naar een achteruitgang, die er niet is, wat hij wel wist, maar toch. 'We zitten als ratten in de val!', roept hij naar Charlotte en Diederik. Diederik gooit de gevulde zak over zijn schouder en hij zegt: 'Als je maar niet denkt dat ik mij ga overgeven, want we hebben er zoveel moeite voor gedaan en die paar sheriff's daar buiten kunnen de rambam krijgen!'.

'We vechten onszelf een weg naar buiten en we knallen al die dienders neer!', roept Diederik op zijn hurken achter de balie. 'Je weet dat zoiets je reinste dwaasheid is!', zegt Charlotte, 'want ze zijn inmiddels met veel meer en waarschijnlijk liggen er al scherpschutters op de daken!'. 'Heb jij een beter plan dan?', vraagt Wilhelm. 'Als we in leven willen blijven, kunnen we ons maar het beste overgeven!', zegt zij zonder bivakmuts. 'Geen denken aan!', begint Diederik direct, 'ik laat me door die rattenplaag daar buiten niet tegen houden!'. Wilhelm gaat naar achteren en hij komt terug met een bankmedewerkster, die hij voor zich houdt. 'Ik ga onderhandelen!', zegt hij koelbloedig. Buiten op de stoep eist hij een vluchtauto en de terugtrekking van alle agenten, want anders zullen alle gijzelaars het niet overleven. 'Wanneer jullie je overgeven, zal er geen bloed vloeien!', klinkt het door een megafoon. 'Mijn eis geldt een kwartier!', krijst Wilhelm, 'daarna is het einde oefening!'. Terug in het bankgebouw overlegt hij met Diederik en Charlotte wat ze het beste kunnen doen. De directeur is doodgeschoten en de andere twee medewerksters zijn zwaar gewond, maar kunnen zeker nog als gijzelaars dienen. Diederik opent een fles cognac, die hij van het bureau van de directeur heeft gepakt. Hij klokt het goedje als ranja naar binnen. 'Hier, neem ook wat!', zegt hij tegen Wilhelm, 'het kan wel eens ons laatste moment van genot zijn!'. Charlotte neust wat in de zak en ze doet een parelsnoer rond haar nek. 'Als ik dan ten onder ga, dan wel in stijl graag!', zegt ze met een opgeheven hoofd. Ze smijt een gouden horloge naar Diederik, die hem inderdaad omdoet. 'Laten we het hoofd koel houden!', zegt Wilhelm, 'het kwartier is bijna om!'. 'Er is beweging buiten!', zegt Diederik. De poltiewagens worden weggereden en er komt een zwarte BMW voor in de plaats. De chauffeur stapt uit en hij laat de deur open staan. De sleutels legt hij goed zichtbaar op het dak. 'De eis is ingewilligd!', klinkt het uit de megafoon, 'jullie vluchtauto staat gereed, laat de gijzelaars gaan en jullie krijgen een vrije aftocht!'. 'Ik geloof die snoeshaan echt niet!', zegt Diederik, 'maar we hebben geen alternatief!'. 'We nemen elk een gijzelaar mee, voor de zekerheid!', zegt Wilhelm, die nog een laatste slok uit de cognacfles neemt. De medewerkster, die Charlotte voor zich houdt, kan nauwelijks op haar benen staan en heeft amper besef van wat er allemaal gebeurt. Wilhelm heeft Lucas bij zich, terwijl hij als eerste naar buiten komt. Diederik volgt op een afstand van drie meter. Ze houden hun wapens voor zich uit. Charlotte aarzelt. Wanneer Wilhelm op zo'n vijf meter vanaf de auto is, vliegen de deuren van de zwarte BMW ineens heel snel open en klinken er van alle kanten schoten. De gijzelaars vallen op de grond en Diederik en Wilhelm vuren wanhopig om zich heen, terwijl ze door vele kogels geraakt worden. Charlotte laat haar gijzelaar los, ze smijt haar wapen weg en ze doet haar handen omhoog. Mannen met zwarte bivakmutsen en zwarte kleren rennen naar haar toe en duwen haar op de grond. Ze krijgt meteen handboeien om en in haar ooghoeken ziet ze hoe Diederik en Wilhelm levenloos op straat liggen. 'Zie je wel', denkt ze somber, 'ik had toch gelijk, we hadden het volgende week moeten doen!'.

Schrijver: Joanan Rutgers
27 aug. 2020


Geplaatst in de categorie: misdaad

Er is nog niet op deze inzending gestemd. 34



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)