Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

Een noodlottige Rembrandt in Bredevoort

Het werd Jacob Roggeveen in Amsterdam allemaal een beetje te hectisch en onoverzichtelijk. Op zijn 63-ste verhuisde hij naar het ideale pand op de Markt 5 in het middeleeuwse stadje Bredevoort. Van de garage maakte hij zijn atelier en in de woonkamer brandt de open haard, waar kruislings twee zwaarden boven hangen. Naast zijn huis staat de protestantse Sint-Joriskerk. Iedere zondag zit hij voor zijn raam naar de kerkgangers te loeren, dat wil zeggen, naar de meest opvallende, schone dames. In Amsterdam had hij geen gebrek aan naaktmodellen, maar dat valt hier nog niet mee. Al helemaal niet om ze ongezien binnen te krijgen. Het lijkt wel alsof hier iedere voetstap geregistreerd wordt. Alsof iedere gedachte bij de burgemeester beland. Toen hij op een zaterdag een volkoren brood bij het bakkertje aan de Markt 7 kocht, ontmoette hij mevrouw Angelica Haverkamp, die in het Kuupershuusken op Markt 2 woont. Zij wil best eens voor hem poseren, zolang het maar fatsoenlijk blijft. Hij dacht nog: 'Die preutsheid krijg ik er wel uit!'. Hij zou gelijk krijgen.

Op die zondag na de ontmoeting met Angelica heeft hij haar naar de kerk zien gaan. 'Daar gaat ze, mijn Hendrickje!', dacht hij, 'wat zullen we straks een lol maken!'. De weken glijden voorbij en Jacob kuiert geregeld door het rustieke stadje. Bij het standbeeld van Hendrickje Stoffels ziet hij haar weer. 'Zo, madamoiselle Angelica, mag ik mij even opnieuw voorstellen, Rembrandt van Rijn is de naam!', zegt hij met een brede glimlach. 'Dat mocht je willen!', zegt zij, 'maar ik kom binnenkort echt een keer langs om voor je te poseren!'. 'Afgesproken dan!', zegt hij. 'Schiet een beetje op, lekker dier!', denkt hij. Terwijl hij door het Vestingpark schrijdt, mijmert hij over haar naaktheid en begint hij een beetje te kwijlen. 'Hé, slome, wat moet jij van Angelica!', roept er opeens iemand vanuit de bosjes. 'En wie wil dat weten?', vraagt hij direct. 'Dat gaat je niets aan, ouwe viezerik, als je jouw tengels maar thuis laat, achterlijke huisschilder!', antwoordt de vreemde vrouw met een lelijke neuspiercing. 'Je lijkt wel een dolle koe!', reageert hij. 'O, kijk eens aan, meneer heeft ook nog een grote bek, ik zou maar uitkijken als ik jou was, aftandse Casanova!', bekt zij. Jacob houdt zijn wandelstok dreigend omhoog en hij vraagt nog: 'Uit welke inrichting ben jij ontsnapt?', maar ze is al verdwenen.

Enkele dagen later wordt er om negen uur 's avonds bij Jacob aangebeld. Het is Angelica in een lange, sexy jurk, die bijna niets aan de verbeelding overlaat. Na enkele borrels bij het haardvuur gaan ze naar het atelier, waar hij haar begint te schilderen. Geheel onverwachts laat zij ineens de bovenkant van haar jurk naar beneden vallen en springen er twee reusachtig mooie borsten tevoorschijn. 'Ze zijn te rijp om verhuld te laten!', zegt ze ook nog. 'Maar dame toch, dit is ronduit fantastisch!', slijmt hij gemeend. 'Ik durf nog wel verder te gaan!', zegt ze en ze laat al schuddend met haar heupen de jurk naar beneden glijden. Omdat ze er niets onder aan heeft, moet Jacob even flink slikken bij het zien van haar ruig behaarde Zwarte Woud. Haar zwarte okselharen glimmen van het zweet. Hij vraagt haar om op de canapé te gaan liggen en zo min mogelijk te bewegen. Hij geeft haar zo af en toe een glas whisky en de tijd schiet voorbij. Rond één uur 's nachts bedrijven ze de liefde en wordt er buiten lallend gezongen. 'Vrouw Hoaverkamp, vrouw Haoverkamp, wa' heij'ie grote tieten, hoe wee' die da'? Ik he' ze zelf in hand uh had, ik he' ze hen en weer zien goan, ik he'ze overeind zien stoahn! ik he' ze op en neer zien gaan, ik he' ze zelf zien zitten!', weergalmt er door het anders zo stille straatje.

Er wordt ineens keihard op de houten atelierdeuren gebeukt. 'Wat doe jij daar met die vuile verkrachter!', schreeuwt een stomdronken vrouw. 'O jee!', zegt Angelica, 'dat is mijn ex Florence, die is echt knettergek, vooral niet reageren!'. 'Ik geloof dat ik haar al eens eerder heb ontmoet!', zegt Jacob kalm en onbevreesd. 'Misschien druipt ze vanzelf wel af!', fluistert Angelica, die Jacob's hoofd tussen haar bollen klemt. Dan gaat ineens de voordeurbel. Het lawaai houdt aan en Jacob gaat naar de voordeur. 'Niet doen!', roept Angelica nog, 'je weet niet half hoe gevaarlijk ze is!'. 'Ze moet gewoon opzouten!', zegt Jacob en zodra hij de deur opent, stormt Florence als een opgejaagd paard naar binnen. Voordat Jacob het beseft, heeft zij al een zwaard te pakken en hakt zij op hem in. Hij struikelt en zij steekt het zwaard dwars door zijn keel. Na wat stuiptrekkingen blijft hij roerloos liggen, terwijl de bloedplas rond zijn keel langzaam groter wordt. Angelica begint te gillen en Florence, die het zwaard in de hand van Angelica duwt, slaat op de vlucht. 'Dan had je me maar niet moeten laten barsten, vuile bitch!', krijst ze nog. Even later stormt dorpsagent Willem Snugger naar binnen, die vol bewondering voor zichzelf bromt: 'Aha, op heterdaad betrapt, lesbische mannenhaatster, dat wordt levenslang!'.

Schrijver: Joanan Rutgers
10 mrt. 2021


Geplaatst in de categorie: misdaad

Er is nog niet op deze inzending gestemd. 36



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)