Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

DE KREEFT HUBERT

Op de bodem van de zee kroop een grote kreeft voort.
"Deze wereld van groenige schemer bevalt me toch niet zo," dacht het schaaldier. "Van de oude schelvissen heb ik gehoord dat in het Oosten meer licht glanst."
Zo snel als hij kon, ging Hubert de genoemde windrichting tegemoet. De zeebodem ging steeds meer schuin naar boven. Met vermoeide pootjes bleef de kreeft tenslotte staan.
"Ja, hier is het water veel lichter," merkte hij. "Ja, hier wil ik blijven wonen. Want hier is de zee vol vrolijk schijnsel."
Hubert smulde van mosselen en kleine visjes. Een prinsenleventje!

Maar de vreugde mocht niet lang duren. Na enkele dagen van smullen en lui leven kroop Hubert eens naar het stand toe. Daar stond hij bijna op het droge. Opeens pakte een aalscholver hem bij zijn beide scharen, en vloog met Hubert omhoog. De kreeft kon zich niet verdedigen, want zijn scharen zaten klem in de sterke, harde snavel.
De aalscholver vloog over het strand, daarna over kale rotsen. Daar zou hij zijn vangst op de stenen te pletter gooien! En dan... Een smakelijk hapje.
Van angst sloot Hubert zijn ogen. Wat een afschuwelijk levenseinde!
Daar kwam opeens een zeearend aangevlogen. De aalscholver maakte razendsnel dat hij weg kwam, vloog harder dan ooit tevoren. Daarbij liet hij het verhoopte hapje vallen.
Maar Hubert viel niet op stenen, maar in het water. Het was een klein meertje, door rotsen omsloten. Plomp! Helemaal verdwaasd van de doorstane angst zakte het arme dier naar de bodem.
Maar na een tijdje kwam hij weer tot zichzelf. Tot zijn schrik merkte Hubert dat hij zijn twee scharen miste. Afgeknepen door die snavel van de aalscholver!
"Gauw, ik moet proberen om uit dit water weg te komen, weer naar de zee toe."
Hubert kroop over de bodem, wat gelukkig nog wel lukte. Maar tegen de steile rotsen opklimmen om het meertje te verlaten... Nee, dat ging helemaal niet.
Moedeloos zakte hij in het water terug, wachtte radeloos af, durfde nergens meer op te hopen.
"Ik zal nu wel verhongeren," dacht het neerslachtige dier in doffe berusting. "In dit water vind ik niets te eten."

Vele dagen wachtte Hubert op zijn einde. De honger plaagde hem verschrikkelijk.
Ondanks zijn sombere gedachten merkte Hubert nog wel dat er kleine witte snippertjes naar beneden zakten en op de bodem bleven liggen.
Nieuwsgierigheid won het van gedrukte stemming. Hubert ontdekte dat die snippertjes heel kleine stukjes vis waren. Gulzig werkte hij die naar binnen.
Er vlogen meeuwen over dit meertje. De zeevisjes, die ze al vliegend kauwden, vielen soms in stukjes uit hun snavel.
Ondanks het gemis van zijn zo belangrijke scharen kon de kreeft zich toch in leven houden. Die snippers vis waren zo zacht dat hij ze zomaar door kon slikken.

Gelukkig voor Hubert lieten die meeuwen heel wat stukjes vis in het rotsmeertje vallen. Omdat Hubert hier de enige bewoner was, kon hij er zich te goed aan doen, zoveel hij wilde.
Een paar mensen, die veel belangstelling voor dieren hadden, zaten een hele dag aan het meertje. Ze hadden te doen met die eenzame Hubert. Dankzij die mensen werden er levende kreeften uit viswinkels gehaald. Die dieren verhuisden naar Huberts meertje. De dierenliefhebbers gooiden elke week heel wat stukken vis in het water.
Hubert bleef zijn hele leven gebrekkig, maar leefde tevreden tussen zijn gezonde soortgenoten.

Schrijver: Han Messie
27 april 2024


Geplaatst in de categorie: dieren

4.3 met 6 stemmen 101



Er zijn 3 reacties op deze inzending:

Naam:
Günter Schulz
Datum:
28 april 2024
Email:
agschulzziggo.nl
Beste Han Messie,

Eindelijk weer eens een verhaal van u. Het is al weer een tijdje geleden (9 maart jl.), dat ik uw laatste mocht lezen en zo begon ik al te vrezen, dat het met de nestor aller verhalen ietsje minder goed ging dan men mag hopen. Ik schrijf dit met respect, omdat uw verhalen liefde voor de natuur en voor al het het leven van de schepper uitstralen. Ik zie u in mijn beleving al door een bos wandelen en stil blijven staan voor een omgewaaide boom. U raakt gefascineerd en niet uitgekeken op nieuw ontstane vegetatie op de deels vermolmde stam en dan mogen er gerust vele kabouters of andere bosbewoners een boeiend verhaal daaromheen beleven. Een gave, die ik niet bezit. In mijn inleidende alinea van mijn verhaal ‘Met een mond vol tanden’ leg ik uit wat ík als criteria hanteer om een verhaal te kunnen vertellen, maar dat terzijde.
Wederom graag gelezen en ik mag hopen, dat het u gegeven is nog enkele jaartjes ons met blije verhalen te mogen verrassen.

@ Richard Bahl,
Zoals altijd opbouwend kritisch jegens personen, die in vergelijking met bv. Han Messie of gewaardeerde inzenders minder boeiend schrijven. Er gaat dan heel subtiel een zoetvijl met aan het uiteinde een puntje overheen (mild schavend met éven een voelbaar prikje). Men kan nu eenmaal geen appels met peren vergelijken, tenzij men tot de conclusie komt, dat men een appel kán eten en een peer wél.
Naam:
Ineke Dijkhuis
Datum:
28 april 2024
Han, wat een mooi verhaal. En gelukkig liep het toch nog goed af voor Hubert.
En Han, dankjewel voor je fijne reacties op mijn verhalen. Ik ben er blij mee.
Naam:
Richard Bahl
Datum:
27 april 2024
Wie veel bijdragen levert, kan wel eens milde kritiek verwachten. Verschil is er wel omdat bij voorbeeld zijn verhaal over de Kreeft in ieder geval steviger en rijker is genoteerd dan de laatste bijdragen van Ineke Dijkhuis. Ook zijn 'plot' is wat gevarieerder. Uiteraard is dit ook maar een mening. Op de eeuwigheid betekent dit niets. Bovendien heeft Dijkhuis een fanclub die mogelijk tegen geringe betaling heel wat organiseert om het aantal lezers op te krikken van de (voor mij) soms wat saaie en kneuterige verhalen van de schrijfster Dijkhuis. Neen, dat is maar gekkigheid en totale onzin. Laat zij gauw weer eens een verhaal leveren buiten het sprookjes en fee model.

Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je e-mailadres voor anderen in beeld verschijnt)