Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

De failliete graaf van Kasteel van Westerlo

´Nee, nee en nog eens nee!´, schreeuwt graaf Égide de Meeûs d´Argenteuil door de gang van zijn Kasteel van Westerlo op de Polderstraat 51 in Westerlo. Hij heeft het vooral tegen zichzelf. Ondanks al zijn oplopende schulden wil hij zijn kasteel niet verkopen. Hij is als een kapitein op een zinkend schip en hij gaat liever met zijn kasteel ten onder, dan dat hij het verlaat. Geharnast en bewapend zal hij zijn grote trots tot de laatste snik verdedigen. Hij heeft zijn zwaard Nextcalibur onlangs door de messenslijper Japie Lemmet laten slijpen. 'Je moet wel erg veel moed in je donder hebben om mij te durven aanvallen!', denkt hij, terwijl hij één van zijn nymfomane minnaressen, gravin Clementine von Eppinghoven, belt. 'Schikt het even?', vraagt hij haar. 'En of het schikt, geile dondersteen!', antwoordt Clementine, 'kom maar zo snel als je kan, want ik smacht enorm veel naar jou!'. 'Vergeet niet je Claire Pettibone lingerie aan te doen!', zegt Édide. 'Dan spuit ik er wat Caron Poivre over heen!', zegt Clementine zwoel en uiterst verleidelijk. Enkele minuten later start Égide zijn Panhard & Levassor X76 Dynamic en rijdt hij goed geluimd naar het Kasteel Hof van Liere op Hofeinde 2-4 in Zandhoven. Eenmaal daar wordt hij niet alleen door gravin Clementine ontvangen, maar ook door gravin Cléopâtre Cornet d'Elzius van Kasteel Bautersemhof op de Boutersemdreef 15 in Zandhoven. 'Surprise!', gillen beide gravinnen in hun sexy lingerie. Cléopâtre draagt lingerie van Oscar de la Renta en haar stijve tepels priemen aanlokkelijk door de peperdure stof. Clementine duwt meteen een glas champagne in de hand van Égide en zij likt hem over zijn wangen. Cléopâtre, high van enkele joints, knijpt hem vlug en delicaat in zijn kruis. Clementine laat hem even heel speels in haar BH kijken, waar net als bij Cléopâtre twee fiere, stijve tepels hem toelachen. 'Kom lekker met ons naar de salon!', zegt Clementine, 'we gaan speciaal voor jou een geile show opvoeren!'. 'Nou, daar zeg ik zeker geen nee tegen!', zegt Égide, die beide lustvolle dames aanmoedigend op de billen slaat. In de naar opium geurende salon beginnen de bloedmooie gravinnen aan een spectaculaire striptease-show, waardoor Égide al gauw met hen wil vrijen. Zodra zij hun slips door de lucht draaien en op zijn sigaar gooien, draaft hij als een wild paard op hen af. Zij spreiden hun elegante, lange en sappige benen zo wijd mogelijk en zij laten Égide volop zijn gang gaan. Égide wipt steeds van de één naar de ander en hij wordt helemaal dronken van die twee goddelijke, zalige, genotsvolle, moerassige, heilige, vloeiende, golvende, gekmakende, verlichting bewerkstellende, wilde, ongeremde, woest harige pruimen. Het maakt hem gelukkig ook voor geruime tijd los van zijn kasteelproblemen.

De volgende dag grasduint Égide wat in zijn privébibliotheek, terwijl hij af en toe wat cocaïne snuift en zo uit een fles Isabella's Islay drinkt. Hij sopt nog wat na van de vrijpartij met zijn minnaressen in Zandhoven. Het voelt alsof hij in plastic laarzen vol water loopt. Hoe langer je er in loopt, hoe warmer het water met de rare sopgeluiden wordt. Zijn mooiste boeken bewaart hij in een grote kluis. Zijn jongste aanwinst is een eerste druk van 'Une saison en enfer' van Jean Nicolas Arthur Rimbaud. Hij zocht er al jaren na en eindelijk heeft hij een exemplaar van dit felbegeerde boekwerk kunnen aanschaffen. Hij is er speciaal voor naar Parijs gereisd om de koop bij de antiquariaat-boekwinkel Le Feu Follet op 31, rue Henri Barbusse te doen. Zijn exemplaar is inderdaad uit 1873 en bij M.-J. Poot et Compagnie op 37, rue aux Choux in Brussel gedrukt. De prijs was destijds 1 franc. Voor de grap heeft hij de verkoper eerst 1 franc gegeven. Daar kon hij overigens maar amper om lachen, de deftig pratende afzetter met zijn Proust-snorretje! Nadat Égide de gevraagde 28.000 euro keurig betaalde, heeft de verkoper met zijn witte handschoenen het literaire, legendarische artefact overhandigd. De boekbinderij Semet & Plumette heeft het dichtbundeldebuut van Arthur Rimbaud waardig en chic ingebonden. Égide pakt zijn exemplaar uit de kluis en hij gaat ermee op een purperrode chaise longue zitten. Hij bladert voorzichtig door de dichtbundel en hij ruikt eraan. Hij snuift er zo diep mogelijk aan, alsof het cocaïne is en dat is het ook voor hem. 'Gezien zijn tragische levenswandel had hij het beter 'Une vie en enfer' kunnen noemen!', mompelt Égide, 'kom, ik leg hem maar weer terug!'. Hij legt hem tussen een gesigneerde, eerste druk van 'Poèmes saturniens' uit 1866 van Paul Verlaine en een gesigneerde, eerste druk van 'The Colossus' uit 1960 van Sylvia Plath. Hij doet een luchtkus en hij sluit de kluis.

In Café 't Hoeveke op Zandberg 2 in Westerlo drinkt Égide enkele pinten met zijn minnares, barones Chantalle de Martaigne, om vervolgens met haar naar haar Kasteel Montens op de Kasteelstraat 1 in Massenhoven te gaan. Hij rijdt achter haar Minerva AL Imperial Cabriolet 1934 aan. Eenmaal binnen werpt zij zich direct op hem en toont zij hem haar adellijke driehoek. Zij borstelt haar weelderige bos schaamharen met een zilveren borstel, zodat het volume wat beter tot zijn recht komt. 'Toe maar, ouwe lobbes, nu mag je lekker lebberen!', zegt zij met een vette, hoerige knipoog. 'Ik ben failliet en ze dreigen mijn kasteel te onteigenen!', balkt Égide tussen het ijverige likwerk door. 'Gewoon doorgaan!', roept Chantalle, 'je aandacht bij mij houden!'. 'Nog even en ik moet mijn kasteel met huid en haar verdedigen!', roept Égide. Chantalle zakt ineens door haar knieën en zij duwt hem naar achteren. Ze trekt wild zijn broeken uit en ze stort zich op zijn bevrijde geslachtsdeel. Met haar door lipfillers opgevulde, dikke zoenlippen bewerkt zij zijn door Viagra en Spaanse vlieg gevormde erectie. 'Ik ga mijzelf tot de tanden toe bewapenen!', roept Égide, 'mij krijgen ze daar niet weg!'. 'Hmm Hmm Hmm', antwoordt Chantalle, die hem even later met wild zwiepende haren berijdt. 'Anders kom je toch lekker bij mij wonen!', zegt ze op hijgende toon en vlak voor haar extatische orgasme. 'Dat vertik ik!', roept Égide, 'dan ken je mij nog niet!'. Hij maakt zich uit de voeten en hij gaat naar markiezin Antoinette de Trazegnies van Kasteel van Loenhout op de Kasteelweg 1-2,3 in Loenhout. Hij treft het, want gravin Eline de Berlaymont van Kasteel De Eester op de Hoogstraatsebaan 93 in Sint-Lenaarts is daar ook en beiden zijn vurige minnaressen van hem en na wat snuifjes cocaïne ontstaat er een heftig seksfeest, waar niemand het fijne van hoeft te weten, want er bestaat ook zoiets als privéterrein.

Tegen de avond heeft Égide een ontmoeting met zijn minnares, barones Brigitte van Eynatten van Kasteel Hof te Melis op de Kasteeldreef 32 in Lippelo. De ontmoeting is in de Sint-Lambertuskerk op de Sint-Lambertusstraat 2 in Westerlo. Égide is ten einde raad en hij oogt uiterst wanhopig. In de privé-kapel voor gravin Jeanne de Merode knielen zij naast elkander op de bidstoelen neer. Er schuifelt ergens een koster rond, maar die verdwijnt naar de sacristie. Égide en Brigitte kijken elkander aan en ze moeten om elkander lachen. 'Moet je ons nu toch zien!', zegt Égide. 'Ik weet even niets beters!', zegt Brigitte. 'Laat mij jouw borsten zien!' 'Ben je gek geworden?' 'Toe, je doet me er een groot plezier mee!' 'We zijn hier wel in een kerk ja!' 'Dat maakt het juist spannender!' 'Goed dan, even dan!' 'Het zal me al mijn zorgen doen vergeten!' 'Kijk dan!' 'O, mijn God, wat zijn ze mooi!' 'Je mag ze de hele nacht bewonderen, maar dan bij mij thuis!' 'Afgesproken!'. Ze lopen hand in hand naar de grafkapel van De Merode's, waar ze bij het beeld van Gabriël wat schietgebedjes prevelen. Zo nabij de drie grafkelders van De Merode's kan Égide het niet laten om Brigitte even in haar fruitige borsten te knijpen. 'Niet doen, zot, stel dat ze ons zien!', fluistert zij. 'Het is die stille, mysterieuze kerksfeer in combinatie met jouw aantrekkelijke schoonheid!', fluistert hij terug. 'O, ik wil je hier en nu!', reageert zij plagerig. Zij loopt haastig weg, terwijl hij achter haar aan dribbelt. Buiten zegt Égide: 'Ik ga eerst nog even naar huis en dan kom ik later naar jou toe!'. 'Ik zal je met open benen, eh, armen, ontvangen!', zegt zij. Even later verdwijnt zij in haar Imperia Hirondelle. Zodra Égide in zijn Kasteel van Westerlo is, leegt hij overal talloze jerrycans benzine. Hij is helemaal niet van plan om nog bij Brigitte langs te gaan. Hij ziet wel in dat hij met een riddergevecht zijn schuldeisers niet kan tegenhouden. 'Er is een tijd van komen en een tijd van gaan!', zegt hij Prediker na. Zo snel als hij kan maakt hij op diverse plekken vuur. Zodra het hele kasteel in lichterlaaie staat, snuift Égide nog een laatste lijntje cocaïne en rent hij door de oplaaiende vlammen naar zijn privébibliotheek. Daar grijpt hij zijn zwaard en laat hij zichzelf als Saul in zijn zwaard vallen.

Schrijver: Sir Joanan Rutgers
9 maart 2026


Geplaatst in de categorie: literatuur

Er is nog niet op deze inzending gestemd.aantal keer bekeken 5

Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je e-mailadres voor anderen in beeld verschijnt)