Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

Heerlijke woede

Waar zouden we zijn zonder woede? Natuurlijk, boosheid verstoort de gelijkmoedigheid, die antieke wijsgeren ons als ideaal voorhouden. De Romein Seneca schreef zelfs een heel boek over de toorn, De ira. Deze Stoïcijn had ruim honderd bladzijden nodig om aan te tonen hoe onredelijk en gevaarlijk woede is. Ik heb maar 600 woorden ter beschikking om de lof van de boosheid te zingen.

Hoe komt het dat ik me zo lekker kwaad kan maken? Het zullen wel mijn genen zijn die mij parten spelen. Mijn vader was een enorme driftkop, die zichzelf volkomen vergat als hij woedend was. Van hem heb ik het sterke rechtvaardigheidsgevoel, dat mij bijvoorbeeld boos maakt als ik zie dat koninklijke verloofdes de regels die voor normale Nederlanders gelden, aan hun laars lappen. Ook de waanzin van de Betuwelijn of Gelredome kan mijn bloed doen koken. Als mijn vader onheus bejegend werd, riep hij steevast uit: “Ik laat me niet als een kleine jongen behandelen!” Het kon hem dan niet schelen met wie hij te doen had en waar hij was.

Opeens schiet me een van zijn woede-uitbarstingen te binnen, die zich nota bene in de kerk afspeelde. Oudere katholieken zullen zich nog wel herinneren dat men vroeger een vaste zitplaats kon huren. Ze werden aangeprezen met de leus: “Maak het u gemakkelijk en huur een vaste plaats.” Een naamplaatje werd in de bank geschroefd om aan te geven wie zich daar mocht nestelen tijdens de mis. Minder rijke gelovigen moesten genoegen nemen met plaatsen achter in het middenschip of in de zijbeuken – later in de hemel zou hun wel recht worden gedaan. Of ze moesten wachten tot vijf minuten vóór de mis. Dan mocht men gebruik maken van de vaste plaatsen die onbezet waren gebleven. Het was voor ons gezin met vier kinderen altijd een heel gedoe een stel plaatsen bij elkaar te vinden. Op een zondag waren we zo gelukkig keurig op een rij te zitten, toen een vrouw op het laatste moment binnenkwam en op haar naamplaatje tikte. Prompt ontplofte mijn vader van woede. Hij weigerde weg te gaan, waarop de dikke dame haar aanspraken kracht bijzette door zich op zijn schoot te laten zakken. Ik weet niet hoe lang de bizarre scène duurde, in mijn herinnering eindeloos. Want als kind schaamde ik me natuurlijk geweldig voor mijn vader. Wat was ik blij toen hij ten slotte zei: “Dan zal ik maar de verstandigste zijn” en het veld ruimde.

Naar zijn zeggen was zijn drift niets vergeleken bij die van zijn vader. Die schrok er niet voor terug zijn talrijke telgen midden in de kerk een klap voor hun kop te geven als ze zich minder stichtelijk gedroegen. Ik ben dus minstens de derde generatie in een geslacht van fameuze driftkoppen. Natuurlijk heb ik geleerd in mijn woede niet handtastelijk te worden. Als de adrenaline weer eens in mijn aderen schuimt, grijp ik naar de pen. Deze columns zijn echt een uitstekende uitlaatklep voor een geciviliseerde driftkikker.

“Ach, waar maak je je weer druk om?” zeggen moderne Stoïcijnen tegen mij, “Denk je echt dat je de wereld kunt verbeteren?” Heel optimistisch ben ik niet, maar anderzijds: waar zou de wereld zijn als mensen zich niet kwaad hadden gemaakt over de slavernij, de achterstelling van vrouwen of de knechting van arbeiders?

Onlangs in een telefoongesprek met een gelijkgeaard mens, stelden we onszelf gniffelend de vraag: “Wanneer zullen we ophouden ons kwaad te maken?” Over het antwoord waren we het roerend eens: pas de dood zal een einde maken aan onze heerlijke woede.

Schrijver: Anton van Hooff
Inzender: JM, 22 dec. 2001


Geplaatst in de categorie: emoties

2,4 met 15 stemmen 1.978



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)