Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

Halleluja!

Er kwam eens een rare snuiter bij een boer en hij zei tegen de boer: "Ik breng je een blijde boodschap. Maar ook een treurige. Want vroeg in de ochtend, soms voor dag en dauw, ga jij de stal in naar je vee. Je melkt de koeien, je gooit de mest op de mestvaalt, je voert je beesten. Dan ga je naar de weilanden en de akkers. Je zaait en maait, je ploegt en egt. Misschien oogst je uiteindelijk ook nog. Zo sloof je je uit, zonder rust, van vroeg tot laat. Maar waarom? Om aan het eind uitgeput en krachteloos van het leven te scheiden. Want op een dag komt de dood je halen, weg van je gezin, van je erf, van je werk. Waarom dus al je moeite? Maar ik kan je nu ook de verlossing uit je ellende en een blijde boodschap verkondigen. Wees blij en gelukkig, boer! Prijs de Heer! Halleluja! Doe het zoals de vogels onder de vrije hemel! Zij zaaien niet en ze werken niet en worden tòch door de Heer gevoed en verzorgd."

"Maar ze moeten wèl vliegen voor een korreltje graan," zei de boer tegen de vreemde prediker. "Hou toch op, praatjesmaker! Zou jij soms brood te eten hebben als ik me niet zou uitsloven, zwetser? Zou je wel soms melk te drinken hebben, als ik mijn koeien niet zou melken, kletskous? Zou je soms kleren hebben als ik mijn schapen niet wilde scheren, zwamneus? Loop naar de hel of naar je halleluja-heer en kijk dan maar eens of Hij voor je zorgt. Maar zeur niet verder aan mijn hoofd!"

Hij was weliswaar kwaad maar hij was ook nogal goedhartig en hij liet zijn zweep aan de muur hangen, luisterde niet meer naar de rare snuiter maar ging verder met zijn alledaagse werk.

Toen ging de vreemde prediker naar de arbeiders in de fabriek en zei tegen hen: "Jullie arme sloebers, wat doen jullie toch allemaal? Jullie ploeteren voor je baas, alleen maar om een dak boven je hoofd te hebben. En jullie sloven je uit voor een tafel en een luie stoel en een TV en op zondag een vette kluif of braadworst, een stuk roomtaart en een fles sterke drank. Prijs liever mijn Heer – halleluja! Wees blij en goed geluimd en zing de Heer een loflied! Want mijn Heer zal voor jullie zorgen, beter dan jullie slavendrijver. Mijn Heer zal jullie geest bevrijden en verlichten en jullie de eigenlijke zin van het leven openbaren – halleluja!"

Toen pakte één van de arbeiders een lat en antwoordde: "Loop naar de duivel met je mallepraat of naar je halleluja-baas in plaats van ons op onze zenuwen te werken met je geklets. Kijk eens naar mijn handen! Dat eelt heb ik gekregen omdat ik van je halleluja geen brood krijg en geen braadworst, geen koelkast en geen tv, geen auto en geen fauteuil en ook geen dak boven mijn hoofd. Maar van mijn baas krijg ik tenminste geld voor mijn werk en soms een schouderklopje. Jij noemt hem een slavendrijver omdat hij een uitbuiter is en soms ook gewoon een ellendeling. Maar hoe staat het met jouw onbetrouwbaar halleluja-sujet? Geen cent krijg ik van Hem en geen kruimel brood. Laat staan een schouderklopje. Hij wil voor noppes geloofd en geprezen worden. En door wie word jij dan wel onderhouden, rare kostganger? Niet door je halleluja! Door mij en mijn giften, door mijn eerlijke zweet! Donder op, stomme bedelmonnik, ga je eigen bloemkool maar poten!"

Zonder moedeloos te raken, ging de vreemde wereldverbeteraar naar de bankiers en de kapitalisten en gaf, staande voor hun herenhuizen, luidruchtig uiting aan zijn verontwaardiging: "De Heer is toornig en tegelijk verdrietig. Zijn oog wordt droevig bij de aanblik van jullie want jullie zijn bloedzuigers en alleen op aardse goederen uit. Jullie lokken de mensen met overbodige luxe om ze tot loonslaven te maken. Jullie verblinden de ogen van jullie minder bedeelde broeders en zusters – juist jullie broeders en zusters! – om ze verslaafd te maken aan auto’s en breedbeeldbuizen. Open je hart en ziel voor het woord van de Heer! Halleluja! Doe goede daden zodat de Heer jullie je ploerterij jegens jullie lieve naasten vergeeft. Vrees niet voor de komende dag. Wees blijmoedig zodat je geen stress en geen hartinfarct krijgt! Doe geen moeite om je rijkdommen nog meer te vergroten. Halleluja!"

Toen ging er een raam van één van de herenhuizen open en werden er door weke handen milde gaven naar beneden gegooid. En sommige paleisbewoners riepen: "Bravo, vreemde prediker, bravo! Ga heen, ga de hele wereld in en verkondig de boeren en arbeiders je blijde boodschap. Want zij zijn het die steeds harder en meer willen werken om nòg meer loon te vergaren. Want zij zijn het die ons aanzetten om hèn nog meer te laten werken. Onverzadigbare veelvraten zijn het en veelschijters en ze hebben geen cultuur omdat ze geen tijd ervoor nemen. Daarom moeten wij ons bovendien aan kunst wijden en hebben wij de plicht om cultuurdragers te zijn. En daarom steunen wij jou met goede daden en aalmoezen en met levensmiddelen die anders toch maar zouden bederven omdat niemand ze wil hebben. Vertel dat maar aan je Heer – Hij zij geprezen, halleluja! – en vertel Hem van onze goedheid en dat ook wij steeds aan Hem denken!"

Toen raapte de rare snuiter de milde gaven op, vervolgde zonder schroom zijn weg en preekte onverdroten: "Kijk naar mij, mensen, ik ben vrolijk en heb een goed gemoed. Ik sloof me niet uit, ik pluk de dag en maak me geen zorgen voor morgen. Want mijn Heer voedt me en kleedt me en zorgt voor me. Kom mee, volg mijn pad en prijs de Heer – halleluja!"

Toen sloten er zich een paar van zijn soort bij die wonderlijke heilige aan, se applaudisseerden en preekten met hem mee. En als ze nog niet gestorven zijn dan loven en prijzen ze Hem ook heden even zorgeloos en zonder moeite.

Halleluja!

Schrijver: Peter d'Almere
Inzender: Peter Schilling, 24 mei. 2002


Geplaatst in de categorie: algemeen

1,7 met 6 stemmen 687



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)