Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

De familie Propstra

Wiebe Zijtsma woonde thans in een nette buurt, maar zijn leven had ook slechtere tijden gekend. Jaren geleden woonde hij in een wijk die bekend stond als de achterbuurtwijk van zijn woonplaats. Het woningbedrijf had daar nieuwe woningen gebouwd in de hoop het aanzien en het imago van de wijk wat te verbeteren. In één van die nieuwe huizen woonde Wiebe. Hij woonde er nog niet lang en hij stond toevallig even voor het raam te koekeloeren, toen zijn nieuwe buren arriveerden in een kleine vrachtwagen met open laadbak.
“Propstra, oud ijzer en metalen” stond er op. Voor in de pick-up zaten een man en een vrouw van een jaar of 35 en in de open laadbak zaten 7 kinderen. Het was het soort mensen dat iedere vrijdag een stuk of drie, vier kratten bier koopt om zich het hele weekend vol te laten lopen onder het genot van luidruchtige muziek van Andre Hazes en Frans Bauer.
Bij de aanblik van deze illustere familie moest Wiebe even gaan zitten om dit te verwerken, want hij besefte dadelijk maar al te goed, dat zijn woningkeuze een tragische vergissing was.Van zijn weinige geld had hij wel f 5000,- besteed aan de inrichting van dit huis en eigenlijk wilde hij er nu al weer weg.

Uiteindelijk had Wiebe toch nog 6 jaar in dat huis gewoond. Het waren eigenlijk geen onaardige mensen en dat ze wel eens veel lawaai en ruzie maakten, waarbij ze elkaar voor kankerlijer en kuthoer uitscholden, daar stoorde Wiebe zich niet al te veel aan, eigenlijk vond hij het wel vermakelijk. Soms liep er midden in de winter ook wel eens een klein kind achter huis rond met alleen een pamper aan, waarbij het lustig in de hondepoep, die daar overal lag, rondstruinde. Dan kwam je toch niet meer bij van het lachen?

Zo nu en dan maakte Wiebe wel eens een praatje met Klaas Propstra en op zekere dag vertelde deze hem, dat hij en zijn vrouw het plan hadden opgevat om samen een weekje naar Spanje te gaan. Ze wilden wel eens even uitrusten van alle drukte en daarom zouden ze de kinderen niet meenemen. Opa en oma zouden die week in hun huis komen om voor de kinderen te zorgen.

Een paar weken later op een mooie zomerdag in juli was het zo ver. Om een uur of 9 arriveerde er een busje van de Schiphol Service en daar gingen Klaas en Lolkje Propstra, uitbundig uitgezwaaid door opa en oma en de zeven kinderen.

Wie schetst mijn verbazing en die van vele andere buren, toen ’s middags om een uur of drie plotseling het busje van de Schiphol Service opnieuw voor huis kwam rijden met daarin Klaas en Lolkje, beiden met een gezicht dat op huilen stond. Wat was er gebeurd? Toen ze bij de incheckbalie op het vliegveld stonden, had Klaas ontdekt dat hij zich vergist had en niet zijn paspoort had meegenomen maar zijn rijbewijs. Ze kwamen niet door de douane en er zat niets anders op dan maar terug te gaan.

Aanvankelijk waren ze nog wel van plan om de volgende dag alsnog te vertrekken, maar aan het eind van de middag had Lolkje gezegd: “Eigenlijk heb ik er ook geen zin meer aan. Toen ik op Schiphol was, miste ik de kinderen ook al.”
“Ja”, had Klaas gezegd, “eigenlijk heb ik er ook schoon genoeg van. Het is hier wel wat druk, maar die reizerij is nog veel meer drukte. Weet je wat, Lolkje, we bellen morgen het reisburo en blazen de hele handel af.” Opgelucht en blij keken ze elkaar aan. “Dat moet gevierd worden”, zei Klaas. ’s Avonds werden de kratten bier weer aangerukt, het was weer een leven als het laatste oordeel en ze hadden de grootste lol.

Schrijver: Boris, 22 jun. 2002


Geplaatst in de categorie: algemeen

2,5 met 6 stemmen 1.049



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)