Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

De wandeling

Heel lang geleden, om iets preciezer te zijn, in het voorjaar van 1946, schreef ik een opstel over een schoolreisje naar de Barendrechtse brug.

Een reconstructie is bijna niet mogelijk. De dingen veranderen. Ik stond achter in de rij, ’s morgens om acht uur, wachtend op het fluitsignaal, waarmee de veertien kilometer lange voettocht zou aanvangen.
Het woord 'touringcar’ was nog niet uitgevonden.

Naast mij stond Jantje van Selst.
Veel valt er niet over hem te zeggen.
Het was een bleek, mager ventje. Roerloos stond hij daar en staarde voor zich uit. Daarmee is in feite alles gezegd.
Zijn kleding bijvoorbeeld: een overhemdje dat eerder door zijn vader werd gedragen. Keurig vermaakt weliswaar. Maar het verkleinen van het boord bleek niet uitvoerbaar, zodat de punten op zijn borst hingen, wat op mij eerder een zielige, armoedige, dan een komische indruk maakte.
Ik wil u niet vermoeien met het beschrijven van de rest van zijn kleding: zijn lange-korte broek, de klompenkleppers. Het is de moeite van het vermelden niet waard.

Ja, was ik even begaafd als de Russische schrijver Ljeskov, ja, dan waren de klompenkleppers geen gewone, zelfgemaakte sandalen met een houten zooltje.
Het bandje aan de voorkant, om maar iets te noemen, zou gesneden zijn uit een oud Perzisch tapijtje, dat jaren op de zolder had gelegen.
Ik zou u meenemen over de wereldzeeën met oom Oswald. Nee, nee, niet die viespeuk natuurlijk, dat geesteskind van Roald Dahl, maar een nette, ordentelijke Vrijgemaakt Gereformeerde zeeman, die in elke haven, in plaats van direct naar de kroeg te rennen, op zoek ging naar een Perzisch tapijtje voor zijn zus Corrie, de moeder van Jantje.
Ook de staalfabriek zouden wij bezoeken, daar immers ligt de bakermat van die kleine spijkertjes, met tapstoelopende kop, waarmee het bandje bevestigd werd. Genoeg hierover.

Als ik Jantje zou moeten beschrijven, en wie dwingt mij daartoe, dan zou ik ook de lellen aan zijn oren niet mogen vergeten, groen-gele slierten waren het, ongeveer drie centimeter lang, die, onbeweeglijk, aan beide oren hingen. Desgevraagd vertelde mijn moeder mij dat het looporen waren, waarschijnlijk een gevolg van ondervoeding tijdens de winter ’44-’45.

En dan . . ., ach daar gaat de fluit. De wandeling kan beginnen.

Schrijver: lode, 27 okt. 2002


Geplaatst in de categorie: wereld

3,2 met 9 stemmen 1.630



Er is 1 reactie op deze inzending:

Naam:
Günter Schulz
Datum:
29 okt. 2002
Email:
schulz.fgWanadoo.nl
Natuurlijk: ik had het kunnen weten. Jij, als goed belezen en met een nimmer te stillen leeshonger gewaardeerde vriend, hebt mij het internet op weten te lokken. Daarbij gebruikte je mijn belangstelling naar jouw proza gelijk een korstje brood. Het is jou gelukt. Ik benijd je. Ik ben helaas niet begiftigd met schrijverstalent van dit kaliber, mede door mijn alom gekende (en beruchte) omslachtigheid. Eigenlijk verdien je een tien met een griffel, maar aan de andere kant moet je iemand daardoor niet de rest van zijn stimulans ontnemen. Met veel wardering, Günter.

Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)