Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

Mijn eerste collega

“Hoe was het vandaag op je stage?”
“Mwa, gewoon.” Mijn dochter keek niet op van haar bord.
“Kun je wat duidelijker zijn? Wat bedoel je met gewoon?”
Zuchtend als een leeg lopend ballon legde ze haar vork neer. “Nou, gewoon, het werk is vet saai. Het enige dat ik moet doen is kleding terughangen uit de paskamer.”
“Het is pas je tweede week, je kunt niet verwachten dat je al een kassa mag bedienen. En je collega’s?”
“Hoezo, mijn collega’s?” Ze haalde haar vinger door het laatste restje fritessaus en bracht de gele vracht naar haar mond.
“Nou, zijn ze aardig?”
Smakkend maakte ze haar mond leeg. “Die ene is nog steeds ziek, dus heb ik alleen te maken met de cheffin. En die stinkt.”
”Hè?”
“Nou, dat mens heeft de hele verkeerde parfum op. Ik krijg er koppijn van. Muffe zooi, man.”
“Nou, nou, is dat het enige dat belangrijk is, die parfum? Is ze aardig, legt ze het werk goed uit? Daar gaat het om, die parfum is maar bijzaak.”
Mijn dochter schudde haar hoofd. “Pap, je snapt er geen reet van. Ik blijf ver uit haar buurt. Hoe kan ik dan weten of ze aardig is?”
Dit keer was het mijn beurt om te zuchten. Ik maakte een einde aan het gesprek door de tafel af te ruimen.
Later drong het pas tot me door. Bij mijn eerste baan had ik hetzelfde probleem als mijn dochter.

“Ik heb het geregeld met mijn chef. Je kunt morgen beginnen.”
Deze woorden van mijn vader maakten dertig jaar geleden een einde aan mijn Long Hot Summer op de zonneweide van de Liesbos.
De volgende ochtend 6 uur stond ik voor de fabriek. De bruine schoorsteen met daarop de firmanaam toornde als een reus boven zijn omgeving uit.
De stank van verbrande haren drong mijn neus binnen. Hier zou weldra bloed vloeien. Het gekrijs achter de fabriek was duidelijk te horen. Onmiddellijk dacht ik aan de karbonade die ik gisteren voorgeschoteld kreeg van mijn moeder.

Mijn eerste ontmoeting met een collega vond plaats in de kleedruimte. Ik wurmde me in een overal waarvan ik niet de eerste drager was. Alsof ze waren gebatikt sierden rode plekken de blauwe stof. Ondanks het vroege tijdstip plakte mijn lichaam.
Ik hoorde achter me de deur open gaan. Voetstappen naderden en brachten een walm van zweet en verschraald bier met zich mee.
Toen ik de laatste knoop had vast gemaakt tilde ik mijn hoofd op. Ik keek in een paar rood doorlopen ogen.
“Zo jochie, jij bent er zeker eentje van Peek. Ik zie het aan je grote neus.” Tijdens het spreken verspreidde de eigenaar van de stem de lucht die onze hond produceerde als hij geeuwde.
“Ja mijnheer.”
“Vakantiewerk, hoop ik?”
Ik knikte als antwoord, daardoor viel het niet op dat ik mijn reuk blokkeerde.
“Hm, dan is het goed”, mompelde hij terwijl zijn hand een lok van zijn voorhoofd naar achteren wreef. “Want laat ik je dit vertellen, jochie.” Hij prikte zijn vinger onder mijn sleutelbeen, dat deed pijn. “Blijf leren, anders eindig je net als ik. In het longenhok. Mag je de hele dag fijn ingewanden sorteren.”
Hij liep naar de uitgang, zijn lange haren kleefden bewegingsloos op zijn rug. Vlak voor de deur draaide hij zich om. “Blijf leren”, herhaalde hij, “anders eindig je in het longenhok. En als alcoholist. “ Hij verliet de kleedkamer. Op de gang liet hij een knetterende scheet.

De stank van het slachthuis ben ik kwijt, die van mijn eerste collega achtervolgt me al dertig jaar.

Schrijver: Peter, 23 okt. 2004


Geplaatst in de categorie: werk

3,3 met 10 stemmen 1.808



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)