Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

Roekeloos

Een voorzichtige dokter boog zich over de schaafwonde aan mijn kuit. Hij bevool een ontsmettende zalf aan, een vingerpunt was genoeg. ‘Dat wordt een stinkende wonde’ dacht ik.

Ik was uit het zadel gelicht door een Mercedes die zijn voorrang nam, waarna ik over zijn motorkap tuimelde.
Mijn elleboog had een ster in de voorruit nagelaten, als een rebels spoor. Een golf van haat brak in mijn jeukende vuist.
Maar ik bedwong de vuist uit gewoonte of uit medelijden.
De chauffeur keek zo schuldig mogelijk alsof hij mij had aangerand. Er daagden geen getuigen op.

De enige die het had kunnen zien was laf gevlucht, zichzelf wijsmakend dat hij geen tijd had voor verklaringen.
Ik walg van vluchtende getuigen. Maar toen verscheen een wankele held, een hoeder van de wet, in uniform, met één streep op de schouder en een scheefgezakte kepie. Hij greep me strak bij de arm en trok me recht.

Zijn vingers zouden blauwe afdrukken nalaten. Mijn vuist verkrampte opnieuw maar ook hem zou ik sparen omdat ik de vrede hoog in het vaandel draag. Jammer genoeg is mijn vaandel tussen de spaken gedraaid. De bamboestengel waaraan ik hem vastknoop is door de voorste vork geknakt. De fiets ging onbemand over kop en ramde een uitstalraam voor klassieke damesmode.

‘Dat liep goed voor je af’ zei de hoeder van de wet. Zijn matrak was binnen mijn bereik. Hij stond daar te glunderen alsof hij het warm water had uitgevonden. Misschien verwachtte hij dat ik hem nu stiekem zou bewonderen, om zijn bruut gezicht dat van moed getuigen moest. ‘Dat was roekeloos rijgedrag’ zei hij. Toen wandelde hij stuntelig, in een wijde boog om het remspoor op te meten.
Ik stond te dagdromen, ik zag een wankele held in een smeulend, verkoold slagveld. Hij tastte naar een schotwonde in de flank en viel. Hij droeg een masker. Het gelaat leek op dat van de hoeder van de wet. ‘Het is vreemd wat je allemaal droomt als de verveling toeslaat, als je even weg wil uit het zompig tranendal.’

Ik bewonder helden die op hun bek durven gaan, die de grenzen van de moed aftasten. De lafaard die vlucht in zijn verbeelding ben ik, maar ook dat vraagt moed. Toen ik over die motorkap tuimelde ging er een stille schok door mij, een opstoot van adrenaline die de spieren dwingt en dan een pijnscheut die verweven was met een vreemd genot.

Ik had de wet gebroken, een grens verlegd.
De val was de bekroning van mijn roekeloze daad. Het was een vrije val.

Schrijver: Wim Veen, 29 aug. 2005


Geplaatst in de categorie: algemeen

3,5 met 2 stemmen 693



Er is 1 reactie op deze inzending:

Naam:
Femmy
Datum:
2 sep. 2005
Email:
femmyhotmail.com
Rauw, wrang en beeldend beschreven. Geboeid gelezen, van begin tot eind.

Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)