Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

Over kritiek en zelfkritiek

O, wat verveelde ik me die avond. Het huis had ik voor me alleen, ik liep er doelloos in rond, veegde hier en daar eens over een vensterbank. Smoezelig. Als ik ’t niet dacht. Ik liet de smeerboel voor wat ie was, spoelde m’n handen en kroop achter m’n computer.
Goegelen maar weer; allerlei woordjes intikken in Google, toch wel lollig, je weet nooit waar je terecht komt.
Kijk hier nou eens, wat ’n leuk diggie:

Heute back ich, morgen brau ich,
übermorgen hol ich der Königin ihr Kind;
ach, wie gut ist daß niemand weiß
daß ich Rumpelstilzchen heiß!

Repelsteeltje. Het vunzige ventje met het zwarte hart.
Dartel scandeerde het versje door mijn hoofd en alsof ’t zo zijn moest, stuitte ik al surfend op een pas opgerichte jeugdsite waarin gevraagd werd om eigentijdse versies van bekende sprookjes. Enfin, ik typte mijn versie van Repelsteeltje in één ruk, postte het en vergat het vervolgens.

Enkele dagen nadien ontving ik een mailtje dat me een kleur van plezier naar de wangen joeg – mijn verhaaltje werd bijzonder origineel en geestig bevonden en of ik er nog meer in portefeuille had? Welnee, maar daar zou ik, de originele en geestige, wel even vlot voor zorgen – ik doorgroef zowat de volledige Grimm en postte me een slag in de rondte.
De (luie?) webmaster plaatste alles.
Alles!
Toch was daar steeds die kiezel in mijn schoen: zijn mijn verdichtsels wel geestig, laat staan origineel? Hebben niet juist kinderen recht op een uitmuntend taalgebruik?
Beter maar niets meer op staande voet posten, beter eerst een kladversie schrijven…
Dat viel me om de verdommenis niet mee – de volgende tekst kwam onder mijn pen vandaan:

Werktitel = Titel.
Beginzin:
Hij stiet...
(of stootte?)
Hij stiet/stootte zijn bronstige kop door het raam.
Of toch maar liever een zij?
Hij/zij stiet/stootte zijn/haar bronstige kop door het raam.
Maar: bronstig?
Niet meer voor dieren?
Een nieuw probleempje deed zich voor.
Want waarom zou hij/zij een al of niet bronstige kop door het raam stieten/stuiten/gestoten hebben?
Hhhmpsss...

Om kort te gaan – ik liet al mijn schrijfsels van de jeugdsite verwijderen en nam me voor: nooit meer schrijven.
Of…
Wacht eens, voor volwassenen misschien? Voor hen stak het niet zo nauw, typ- of spelfouten, grammaticale fouten – kom kom, zo sprak ik mezelf toe, zoek sites op waar lieden zitten die, evenals jij, schrijven beschouwen als puur tijdverdrijf en verder geen geëmmer.
Na wat Goegelen vond ik een site die gezellig oogde en vooral: laagdrempelig. Want de teksten die daar stonden stelden niks voor; niemendalletjes.
Zó moest ik het hebben!
Mijn eerste tekstje kwakte ik er zonder meer op:

Mensen, mensen! Nou woon ik al jaren ik stadsie Uterech en ik weet nog niet voor de helft wat hier allemaal te bikken valt. Maar inmiddels is dat veranderd, stérk veranderd. Want wat gebeurt me?
Ik koop mijn eigen een Utrechts Nieuwsblad, zie ik in een bijlage 'Utrecht-inburgeringscursus' een vorstelijke lijst staan van alle hier te verkrijgen happies. Nou staan er in dat artikel ook andere dingen hoor, zoals culturele plekkies enzo, maar ik denk bij mijn eigen: musea zijn musea en Vlaamse patatten zijn Vlaamse patatten, zeggu nou zelf.
Weliswaar zijn al deze heerlijkheden - zoals bijna alles in Uterech - voor de studentjes bedoeld, maar ook de maag van een ouwe import wil weleens rammelen!
Dus ik op pad. En jazeker, die bijlage is deugdelijk hoor!
Vlaamse patatten, ik zal u effe bijlichten mensen, vallen te verkrijgen in drie maten, te weten: Schanul, Lambik en Jerom. Men moet, zoals met alle dingen in 't leven, klein beginnen - met Schanul dus.
Maar deze import is een snelle leerlinge; al na een week sta ik me iedere avond bij die Vlaamse patattentent op niveau te barsten te vreten: Jerom met dubbel mayonaise. Vaak gevolgd door een portie van 't zelfde.
Maar wat gebeurt?
Na zo'n week of drie krijg ik er knappies last van; kan me steeds moeilijker bukken, word kortademig, dus ik denk bij mijn eigen: ik ga d'r mee naar de dokter.
Die vraagt mij naar mijn eetgewoonten en ik leg hem Jerom voor.
"Áfgelopen!" zegt dat stuk chagrijn.
Ik zit inwendig te mopperen tot ik het woord 'Modifast' hoor.
Wat blijkt?
Ik zal u weer effe bijlichten mensen, 't is heel simpel: Modifast is een soort papje en als je daar een liter water achteraan drinkt, nou, dan val je vanzelf af.
Dus vanaf dat doktersbezoekie bestaat mijn avondmaal uit: twee stuks Jerom met dubbel mayonaise de zak, één bordje Modifast en één liter water.
Maar wat gebeurt?
Ik val helemaal niet af, integendeel, ik dij steeds verder uit.
Dus ik weer terug naar die dokter.
Die snapt het niet, dus ik licht hem net zo sterk bij als ik het u heb gedaan.
Wat die man tóen allemaal tegen mij zei, eerlijk waar, zo práát je niet tegen een dame.
Nou bennu natuurlijk nieuwsgierig naar wát-ie allemaal zei.
Maar ik heb mijn trots; ik hang mijn vuile was niet buiten.
Doen ik niet.
Nooit niet.

Aan kritiek geen gebrek:
. Naast Haagse Harry hebben we nu ook een Utrechtse Femmy
. Zó verschrikkelijk slecht geschreven dat het bijna weer leuk wordt.
. Mijn onderkin, broek, onderbroek en sokken zakken af; het niveau van giebelende meisjes is niet aan mij besteed.

Ik heb nog maar een tekstje geschreven.
Maar posten durf ik het niet.
Doen ik niet.
Nooit niet.

Of…

Leren omgaan met kritiek?

Schrijver: Femmy, 31 aug. 2005


Geplaatst in de categorie: literatuur

2,8 met 4 stemmen 701



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)