Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

Zombies

Twee kinderen op het strand, een jongen en een meisje. Beiden een jaar of zes. Vader en moeder liggen achter een kop koffie op het terras. De kinderen maken een kasteel in het zand.
Het zijn goede bouwers dus hebben ze onder het werken tijd over voor een luchthartig praatje.

Het meisje kijkt bedachtzaam naar een raampje dat ze net in de muur van het kasteel heeft aangebracht en vraagt aan de jongen of het eigenlijk niet meer op een deur lijkt.
De jongen bekijkt het raampje met kritische blik om na een paar ogenblikken tot de conclusie te komen dat het niet uitmaakt want: “er wonen toch geen mensen in het kasteel”.
Daar kan het meisje zich wel in vinden en vraagt, strak bij het onderwerp blijvend, of het jongetje het ook zo erg vindt om dood te gaan.

De jongen, nog niet helemaal bekomen van zijn architectonische oplossing aangaande het raamprobleem, moet daar eens lang en diepzinnig over nadenken terwijl hij her en der wat speeksel op de kasteeltoren wrijft.
“Nnneu…want dan hoef je tenminste nooit meer te luisteren”, zegt hij uiteindelijk.
Het meisje analyseert in gedachten de voors en tegens van dit scherpzinnige filosofische inzicht.
“Jahaaaa, maar dan krijg je ook nooit meer snoep”, brengt zij hier diepzinnig tegenin.
Daar moet de jongen even over nadenken en om dat te stimuleren wrijft hij met een hand vol zand door zijn haar waarna hij weer wat speeksel op de kasteeltoren aanbrengt.
“Dan word ik mummie”, zegt hij, terwijl een bevrijdende lach doorbreekt op zijn gezicht.
“Want mummies gaan niet in een kist. Die krijgen alleen maar lappen om”.
Daar moet het meisje weer over nadenken en op haar voorhoofd verschijnt een diepe rimpel.
“Nee hoor, want als er lappen zitten dan kun je geen snoep in je mond stoppen”.
Medelijdend kijkt de jongen het meisje aan.
“Welwaar; het kan wel want er zitten alleen lappen om hun benen en armen. Van die witte. Om hun mond zit geen lap.Dus!”
“Maar als er lappen om hun armen zitten kunnen ze toch geen snoepje in hun mond doen?”
Afwachtend kijkt ze naar de jongen. Haar schepje met zand in haar hand wacht bewegingloos boven het kasteel. Haar wangen zijn rood van inspanning; van het denken of van het bouwen. Of van allebei, dat kan ook.
De jongen, geïrriteerd omdat hij tegen zoveel logica niet op kan, schopt een toren om waarna het hele kasteel uit elkaar valt.
“Kan me toch niet schelen”, roept hij boos. “Dan word ik zombie, want die worden alleen ‘s nachts wakker en ‘s nachts krijg je veel lekkerder eten. Worstjes en chips en pinda’s en zo.
Vraag maar aan mijn vader en moeder, die zijn ook zombies….”

Schrijver: Paco, 31 okt. 2005


Geplaatst in de categorie: kinderen

3,3 met 7 stemmen 873



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)