Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

De beklimming

'Houd je goed vast,' riep mijn broer die een eindje boven mij aan de touwen hing. 'Het is hier levensgevaarlijk.'

Ik klemde mijn kaken op elkaar en trok mijn lichaam een eindje omhoog, plantte mijn voet op een smal richeltje. Ik durfde niet naar beneden te kijken. De afgrond onder mij zou me nog banger maken. Mijn ogen kleefden zich vast aan de sterke benen van John.
Hij had het touw om zijn middel geslagen en verankerde het om een uitsteeksel. Met zijn handen tastte hij naar een betrouwbare plek om het touw met een stevige haak te borgen. Tot zover ging het goed. Als het weer nu niet slechter werd zouden wij voor donker de top bereiken. Daar zouden wij ons kamp voor de nacht opslaan. John strekte nu zijn arm uit en greep mijn hand en met al zijn kracht hielp hij me over een uitstekende rand.

Nu kon ik plat op mijn buik even tot mezelf komen. Waar waren we aan begonnen. Gelukkig was John sterk genoeg om de zak met proviand en de tent omhoog te trekken tot op de plek waar we ons nu bevonden. Het was een hels karwei.

'We zullen toch verder moeten' liet John me weten. 'Anders redden we het niet voor de avond. Boven kan het verdomd koud worden. En op deze richel kunnen we ons kamp niet opslaan.'

Ik knikte, en we concentreerden ons weer op de oneffenheden voor en boven ons. Met onze laatste krachtsinspanning klommen we verder. De tocht duurde nu al uren en we waren nu nog enkele meters van ons einddoel verwijderd.

Plotseling gilde John 'pas op… hoofd in…' ik maakte me zo klein mogelijk en trok mijn hoofd tussen mijn schouders. Er suisde iets langs mijn hoofd. Ik wachtte gespannen tot ik het sein veilig hoorde en weer om me heen durfde kijken.
'Is alles OK,' hoorde ik mijn broer roepen.
'Alles OK' gilde ik naar omhoog. Opgelucht hoorde ik hem zenuwachtig lachen. Dat was op het nippertje. We bleven even hangen waar we hingen en vervolgden toen toch maar onze tocht. We moesten toch naar boven. En de kans om uit te glijden of door een voorwerp mee naar beneden getrokken te worden was nu eenmaal aanwezig. Dat is nu eenmaal het lot van avonturiers. We klommen in stilte verder.

Plotseling slaakte John een gil en schoof zijn lichaam langs me heen. Ik greep het touw waaraan hij verankerd zat en voelde de schok toen zijn lichaam tot stilstand kwam enkele meters onder mij. Potverdorie, dat scheelde maar een haartje.
Hij keek onhoog en stak zijn duim onhoog ten teken dat er niets aan de hand was. Toen begon hij zich weer omhoog te werken. Een ongeluk zit in een klein hoekje schoot het door me heen. Wat zou ik moeten doen als hij niet in staat bleek verder te klimmen?
Plotseling kreeg de angst mij in zijn worgende greep. Ik kon niet meer omhoog en niet meer omlaag. Bibberend greep ik me vast aan de touwen. En durfde me niet meer te verroeren. John begreep wat er met me gebeurd was en manoeuvreerde zich tot vlak naast me en probeerde me op mijn gemak te stellen.
'Kom op meid. Je kunt het… nog een paar meter en dan zijn we er.' Hij had makkelijk praten. Hij was tenslotte veel sterker dan ik. Ik had slechts kippenkracht in vergelijking tot hem. Ik verroerde me niet. De touwen om mijn polsen geslagen en mijn vingers werden wit van het knijpen. John verloor zijn geduld.
'O.k sprak hij. Je bekijkt het maar. Ik ben niet van plan hier tot de nacht te blijven hangen. Ik ga verder. Wanneer je niet ook verder klimt zul je hier de rest van de tijd hangen tot ik weer aan de afdaling ga beginnen.'
Hij had gelijk. Ik moest tot mezelf komen.
John begon weer aan zijn tocht omhoog. Het volgende stuk legde hij sneller af omdat hij precies wist waar hij zijn voeten en handen kon neerzetten. Ik keek gespannen toe. Als ik hier niet alleen wilde blijven hangen, zou ik toch ook in beweging moeten komen. Langzaam verplaatste ik een van mijn handen en zocht houvast aan de uitsteeksels die ik John had zien grijpen. Steeds het touw verplaatsend om de lijn strak te laten blijven. Ik moest contact houden met John. Ik mocht hem niet uit het oog verliezen of de spanning die op de lijn stond laten verslappen.

Ik had mezelf hervonden. Ik zwoegde achter hem aan naar boven. We waren nu tot enkele meters onder de top gekomen. Het zou ons toch moeten lukken deze klimtocht tot een goed eind te laten komen. Toen plotseling een stem ons tot de realiteit terug riep.

'Jongens komen jullie eten?'

De stem van Mamma galmde door het trapgat omhoog. John gilde 'LAWINE'.
En voor ik het wist gleed hij met al onze bagage langs het touw rakelings langs me heen naar beneden. De trap af die we de laatste uren hadden beklommen alsof het de Mont Blanc was.
Ik draaide me op mijn buik en liet me net als hij van de treden naar beneden glijden. Gierend van het lachen lagen we onder aan de trap. Een kluit armen en benen en touwen. Een oude deken en een plastic zak met proviand. Het avontuur was teneinde.
Na het eten konden we het natuurlijk nog eens proberen.

Schrijver: Willy Vittali, 5 dec. 2005


Geplaatst in de categorie: vakantie

3,5 met 2 stemmen 845



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)