Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

Het Kerstspel

'Waar is nou weer die grote handdoek gebleven?' vraagt mijn moeder met lichte stemverheffing. Het bloed stijgt naar mijn hoofd en ik verberg mijn rode wangen. Mijn ogen zoeken mijn kleine zusje en broertjes. Ik leg mijn vinger op mijn mond. Als samenzweerders in een groot complot zijn onze monden verzegeld. Net als elk jaar tegen Kerstmis, vindt er in ons huis een bekend fenomeen plaats; steeds meer dingen verdwijnen, vooral de linnenkast wordt geplunderd.
Het is 1962.

Bijna is het zo ver: we gaan een kerstspel opvoeren voor vader en moeder. De tekst van het toneelstukje heb ik drie maanden geleden al geschreven. Ik ben twaalf jaar. Ik verzamel mijn zusje en broertjes en vertel ze wat ik van plan ben. Enthousiast springen ze in het rond. "Maar niks zeggen tegen ma en pa, het moet een verrassing blijven" leg ik uit.

Daarna volgt het moeilijkste van de hele onderneming want alle broertjes willen Jozef zijn, behalve de kleinste die nog geen benul van het kerstspel heeft. Gelukkig heb ik maar een klein zusje, zodat de rol van Maria snel bekend is. Na veel praten en diplomatie van mijn kant, wordt uiteindelijk een compromis gesloten en worden de rollen verdeeld. De rol van kindje Jezus is op het lijf geschreven van mijn twee-en-halfjarig broertje, een mooi jongetje met blonde krulletjes.

Maar kinderen zitten en staan niet stil natuurlijk. Ik denk dat er storm op komst is; elke minuut moet er iemand plassen of verlaten anderen het podium. Een regisseur zou er grijze haren van krijgen. We oefenen verscheidene kerstliedjes en zingen over het kindeke Jezus dat in het stro ligt en over herders die bij nachte in de velden engelen horen zingen.

Een groot probleem is de kleding van de acteurs, wat moeten ze aan en wat belangrijker is, waar kunnen we iets vinden? "Even allemaal goed nadenken" zeg ik tegen hen. Daarna doorzoeken we het hele huis, maar we vinden niets dat kan dienen als kribbe. Tot we moeder zien lopen met de wasmand. "Daar, een kribbe" gilt mijn zusje. "Roep niet zo hard, straks hoort ma ons" waarschuw ik. Op miraculeuze wijze verdwijnen er steeds meer dingen in ons huis, zelfs dekens raken spoorloos. Jammer dat er geen blauw laken in de kast ligt, denk ik.

Op de ene of andere manier moet Maria van mij een blauw kleed aan, dat heb ik in de kerk gezien. Nou ja, dan maar een witte Maria, er zit niks anders op. En hoe maak je van je broertje een Jozef of een stoere herder? Ik leg bij ieder van hen een deken over de schouders. Ik ga achteruit en bekijk alles van een afstandje. Opgewonden draaien de kleintjes rond op hun benen. "Even wachten, ik ga iets halen" verklaar ik. Ik sluip de trap op en duik in de linnenkast. Ik pak vijf rood-met-witte theedoeken en snel de trap weer af. Nou nog iets om mee vast te maken, denk ik. Na anderhalf uur zoeken geef ik het op en neem een rol touw. Ik bind de theedoeken niet te strak vast op hun hoofjes. Het kindje Jezus draagt een wit laken dat minstens zesdubbel gevouwen is. In de kribbe ligt een hoofdkussen. We spelen op blote voeten. Na weken oefenen verloopt de generale repetitie bijzonder chaotisch. Morgen is de grote dag. De aanvangstijd is 20 uur.

Nog vijf minuten en dan is het zover. Ik ben misselijk van de spanning. Het decor is snel gereed, er staat slechts een wasmand op het toneel.
Aan de andere kant van de huiskamer zitten vader, moeder, grotere zussen en broers, vriendjes en vriendinnetjes . Omdat we zelf veertien kinderen hebben, is het toch nog een leuk aantal toneelliefhebbers geworden. Ze kijken vol verwachting onze richting uit. Het kerstspel begint. De kinderen vertolken op ontroerende wijze hun rol en zingen als engeltjes. Ik heb mijn handen vol, ik souffleer en moet alles in de gaten houden. Daarnaast kruipt kindje Jezus steeds uit zijn kribbe, wat een spontane lach ontlokt aan het aandachtige publiek. Ik leg hem steeds terug in de wasmand en spreek hem ernstig toe. Dat heeft echter geen enkel effect bij zo'n jong ventje.

Na het slotlied buigen we fanatiek en ontvangen we dankbaar het grote applaus.
Mijn vader draagt altijd een pet, maar voor deze gelegenheid doet hij deze af en mogen wij hem even gebruiken. We gaan rond met de pet en vader, moeder en de grotere zussen en broers gooien er allemaal wat centjes in. Moeder overlaadt ons met complimenten. Ik word helemaal blij en warm vanbinnen. Het is een prachtige kerstavond, zoals er meer in de jaren vijftig zijn. Mijn moeder zei altijd: "Een van de mooiste dingen die ik heb meegemaakt, waren die toneelstukjes van jullie, daar moet ik altijd aan denken."
Dat heeft ze steeds herhaald tot in haar laatste jaren. Ook voor mezelf zijn het dierbare herinneringen.

Als twaalfjarig meisje vond ik het leuk om zulke dingen te ondernemen. In gedachten zie ik ons nog staan: Jozef in een deken, Maria en het kindje Jezus in witte lakens en de herders in rood-witte theedoeken. Zagen de kleine acteurs er uit als een armoedig zootje? Ik ben overtuigd van niet. Want past het pure, het onschuldige en het sobere juist niet beter bij de kerstgedachte dan de overvloed van vandaag?

Schrijver: Elvira Taelman, 20 jun. 2009


Geplaatst in de categorie: landschap

3,9 met 9 stemmen 725



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)