Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

Rijke zangvogel

(voor Judith Mok)

Achter een fragiele waaier (in een rokerig jazzcafé te Amersfoort) van betoverend uitgestalde edelstenen loert de draak van het onvermogen met zijn hongerige, kastijdende ogen. Zij vecht met een oog en drie benen, een woordenninja in een donkere, vijandelijke landstreek, afgesloten voor het bebaarde sterrenstelsel.
Opboksen tegen haar vader-dichter Maurits Mok, nee hoor, integendeel. Haar lach is de vermoeide zenuwtrek van de koningin van de verstoten, onschuldige slingerheksen in zigeunerinnenlook. Uit haar koperen belletjes, verstrooid in een kroesige haardos, druipt de voedzame, harsgeurende nectar. In de aderen van haar intens liefdevolle ogen ontspruiten rijkelijk vloeiende goudbronnen.
Ik zie twee Ierse heuvelen glanzen in een koesterende zon en rode pompoenen op beide afgeplatte toppen. Tijdens het bewegen van haar dansende lippen, onnodig toegedekt met stinkende, klevende lipstick, zie ik drommen oude Kelten uit de holte van haar keel galopperen. Hun brandende fakkels zwaaiend van links naar rechts, flitsende groeten uit dierbare oertijden, toen alles nog vergoddelijkt was, verbrokkeling ondenkbaar was. Op het puntje van haar tong, vochtig van de wijn, zingen de gele druïden een vreugdelied met zielsverheffende boventonen. Vanuit de diepten in haar kolkende buik overstemmen de dienstbare muzen dit bizarre planetarium, waar pronkzuchtige schaaldieren ronddartelen als geflipte konijnen.
Ik noem haar mijn Akasha-bruid, de reine tempelpriesteres met de krachtigste toverstaf op aarde. Een staf omringd door zingende diamanten. Haar wilde zigeunerinnencharme heeft de in rots uitgehouwen prinsen tot leven gewekt, de kostbare dadels verstopt in verzonken schatkisten van een oude, misvormde piratenkoning. Nee, toon mij nooit meer die sierlijke plooien in je rokken van versleten paardedekens, er zijn aanblikken die in het gehoor golven als verslindende monsters, die men het beste ruimschoots kan omzeilen, hoe tergend verlokkelijk ook de verwoestende spanning van esthetische draaikolken. Er zijn vaker beroemde helden gestrand uit de aandrang naar het daadwerkelijk onmogelijke. Daar is een eiland, waar het driftig spookt, in de volksmond gesproken, ik weet wel beter, maar laat haar onberoerd, vang niet de Atalanta-vlinder met de geblindeerde koepel van mijn opengereten handpalmen, onzichtbaar de kronkellijnen, die zochten naar een verdwenen beeld uit de oudheid, maar de spaden botsten tegen de grenzen van een kille Ijzertijd. Mijn kapotte geheugen verpulverde nogmaals als beeld en wegglippend anker (er ontbrak zelfs een schip!) toen ik zinloos poogde achter haar invloed vandaan te rennen. Priemend, inzoemend, hoe kon ik haar met gelijke munt terugbetalen nu het land van deze waanzieke dromen voorgoed was weggeëbd als een strikt individueel Atlantis, gedoemd om lastig elastisch bezeten overeind te blijven temidden van verdwenen mythen over een verliefde zangvogel uit het woud van de verborgen ondergang, ingewikkelde spelen, niet bestemd voor simpele zielen zoals jij en ik, vastgeroest in meesterlijke houtwormdonquichotterie, doldwaze kermisattrakties, koppen van Jut.
Liever laat ik mezelf als deurmat strelen, door een wildvreemde kalkoen met niet eens vervuilde kakschoentjes.

Schrijver: Joanan Rutgers, 3 aug. 2009


Geplaatst in de categorie: literatuur

3,8 met 5 stemmen 143



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)