Inloggen
voeg je verhaal toe

tabblad: verhalen

< vorige | alles | volgende >

verhaal (nr. 3179):

Grensgeval

“Rechts aanhouden. U heeft uw bestemming bereikt”, galmt de stem van Ernie door de auto. Hij loodst ons feilloos over de betonplaten naar de plaats van bestemming, de Keizervest in Gent. Het nieuwe ‘thuis’ voor de komende zes jaar van onze dochter Katinka.

Ik open mijn portier en snuif de ‘Belgische lucht’ op. Ja, zo ruikt België, een mengeling van Berliner bollen, industriestank, zonnebrand en gele priklimonade.
Berliner bollen, Boules de Berlin, zoals mijn moeder ze altijd bekakt noemde, die op een groot houten dienblad uitgestald lagen. Het plateau hing aan een zwarte leren band om de nek van een oude tandeloze Belg. Hij zwoegde door de hitte over het hete zand om zijn waar te verkopen.
De industriestank afkomstig van de zware Luikse staalindustrie, die bij een verkeerde windrichting zijn rookpluimen richting Maastricht uitspuugde.
De zonnebrand van Delial in een grote gele fles, waarmee mijn moeder mij altijd insmeerde, vooral mijn neusgaten en de randjes van mijn gigantische flaporen kregen een extra laag.
En dan de gele priklimonade, die we na een stranddag kregen in een hoog, smal glas. Het koolzuur spatte dan ruim tien centimeter boven het glas uit. Het was iedere keer een feest om je neus in de bubbels te duwen en daarna zo hard mogelijk te boeren.

Ik weet het, ik ben vele jaren een grensgeval geweest.
Dat word je vanzelf, als je voortuin in Nederland ligt en de achtertuin aan de zuiderburen toebehoort. Belg betekent tenslotte ook: Ben-eerst –Limburger-geweest. Ik heb het altijd als zeer prettig ervaren. Tweetalige opvoeding, we hadden toentertijd meer televisiezenders dan boven de rivieren en natuurlijk de Leonidas bonbons en wafels, zoals je ze alleen maar in België krijgt. De Luikse wafel, warm met gesmolten suiker erover of de Brusselse wafel bedekt met een dikke laag echte slagroom en vruchten.

Jarenlang gingen we met het gezin op vakantie in Knokke aan de Belgische kust. Bij slecht weer maakten we een uitstapje naar Brugge of Gent.
Nu mijn dochter, voor haar studie, de uitwijk naar Gent moet maken, ontspringt er een klein vreugdevuur in mij en kom ik een beetje thuis.

Voor haar is het een compleet andere cultuur waarin ze terechtkomt. Het begint al met de taal. Ik zie haar voorhoofd af en toe in een diepe frons veranderen, als de huurbaas de woorden frigo, vuurplaat en zetel gebruikt. Hulpeloos kijkt ze me aan.
Ook onze eerste fietstocht door Gent is grensverleggend geweest.
Hobbelend over de kinderkopkes, leg ik haar uit dat je bij nat weer hier geen noodstop moet maken. Zo worden we naar de verkeerswisselaar gestuurd tijdens een kleine verdwaling in de binnenstad en van onze fiets gereden door de kuismobiel. Mijn hart gaat er sneller van kloppen. Wat heb ik die woorden lang niet gehoord.

Ik sla mijn portier dicht en kijk naar mijn dochter, die met een grote glimlach op haar gezicht de voordeur openhoudt van haar kot.
Dat komt helemaal goed met die meid, ze heeft tenslotte een beetje van mijn genen.
Ik sluit mijn ogen en inhaleer nog eens flink.
We zijn thuis.

Schrijver: Lian van Heezen, 26 okt. 2009


Geplaatst in de categorie: woonoord

4,7 met 3 stemmen 252



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)