Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

Tiel

Tiel. Toen ik er de laatste keer was was het zomer. Ik wilde Woemi de Waal laten zien, de boten op de rivier die daar zo mooi traag door oneindig laagland meandert.
Dat is een gedicht.
‘Dat hoef je mij niet te vertellen’ bijt ze me toe. Woemi is moe, het is ver, weer eens te ver, het is warm en Woemi houdt niet van warmte.Eigenlijk, om heel eerlijk te zijn houdt Woemi ook niet zo van fietsen. Ze is gek op boeken, op literatuur en gedichten, op hele dagen op de bank hangen met een boekje en een liefhebbende ego op de achtergrond. Geen muziek en vooral geen tv te tetteren met voetbal of zoiets mannelijks.

Dat is wat ze wil. Maar helaas: ze heeft een vent getroffen met geen tel rust in z’n kont. En dus zijn er geen boekjes en lekkere cocktails in de schaduw, maar is het fietsen in de brandende zon. Want Woemi heeft nog een zwak: ze houdt van mij en daarom doet ze het.
Maar voor het uitzicht op de Waal moet je niet in Tiel zijn. Ze hebben er de hele kade volgestampt met koekblik. Tja, je moet die auto’s toch ergens laten. Voor de stadsmuur is er een miezerig parkje, net genoeg bosje om even in te piesen. Moet ook gebeuren, ook als het warm is.
‘Moet je een ijsje?’ vraag ik Woemi. Nee, Woemi moet geen ijsje.
‘Je moet wel wat drinken’ stel ik. 10% vochtverlies is 20% prestatieverlies. Komen we nooit meer terug bij de auto. Dehydratie, Woemi, dehydratie. Maar nee, Woemi moet niet drinken.

Het zal haar aan haar reet roesten. Want zo zijn vrouwen, en zo is Woemi als geen ander. Eigenwijs, tegendraads, vooral als ze moe is. Ik zeg maar niks. Het is nog een heel eind.
Misschien, toch even, heel even maar een stukje langs de Waal nog. Honderd moet toch kunnen op zo’n mooie dag. Hierna zal ik haar met rust laten, een week, tien dagen, zolang als ze rust wil en zonder mannengedoe boeken wil lezen op de bank.
De zon staat al laag, de rivier begint te verkleuren. Oranje en rood nemen het over.Ik denk aan de zomers van vroeger, bij tante, aan het zwemmen in de rivier. Neef liet me zien hoe je op traag voorbijglijdende rijnaken kon klimmen. Gaaf was dat, supergaaf. ’s Avonds zat ik op de krib en staarde over het water, naar de ondergaande zon. Toen was er al een meisje, een Woemi.

Iedereen is weg. Alleen wij tweeën zijn er nog. We gooien samen steentjes. Ik bak er niks van maar haar keitjes ketsen gemakkelijk drie, vier keer over het water. Dan raakt ze mijn arm aan. Heel even maar. Heel licht. En ze murmelt wat voor zich uit:
‘ denkend aan Holland zie ik brede rivieren traag door oneindig laagland gaan,
rijen ondenkbaar ijle populieren als hoge pluimen aan de einder staan;
en in de geweldige ruimte verzonken de boerderijen verspreid door het land,
boomgroepen, dorpen, geknotte torens, kerken en olmen….’

‘Wat is dat?’ vraag ik.
‘Dat is nou een gedicht’ zegt ze wijs.
‘Wat mooi’ zeg ik. Door Woemi wordt ineens alles mooi. Zelfs de kade bij Tiel op een te warme zomerdag. Voor Woemi zou ik alles wil doen. De hele dag op de fiets zitten. Of op de bank liggen en een boek lezen. Zoiets. Gewoon alles.

Schrijver: jorrit, 29 okt. 2009


Geplaatst in de categorie: liefde

3,8 met 8 stemmen 276



Er is 1 reactie op deze inzending:

Naam:
Han Messie
Datum:
17 sep. 2011
Email:
hmessielive.nl
Veel opofferingsgezindheid... Daardoor ga je van dingen houden, die je vroeger misschien niets zeiden.

Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)