Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

GEESTEN

Toen we het huis in Frankrijk kochten, moest ik nog vaak denken aan het eerste huisje dat ik kocht. Het was een oud boeren huisje in Hem, een dorp in Noord Holland.
Met dat huis was iets geks aan de hand. Regelmatig werd er midden in de nacht aan de deur geklopt en als ik dan uit het raam keek, bleek er niemand te zijn.
Ook hoorden we regelmatig iemand op zolder lopen.
Nou wil een oud huis natuurlijk wel vaker hier en daar een beetje kraken, maar in dit geval hoorden we toch duidelijk iemand van voor naar achter over de zoldervloer lopen.
Op een nacht hoorde ik dat beneden de w.c. werd door getrokken. Omdat ik op dat moment alleen thuis was, ging ik maar eens beneden kijken wat er aan de hand was. Ik was nog juist op tijd om de spoelbak vol te horen stromen terwijl de trekker zachtjes heen en weer slingerde. Er was duidelijk kort geleden door iemand aan getrokken.
Het merkwaardigste voorval was wel, dat we op een keer ’s morgens beneden kwamen en er duidelijke voetafdrukken op het plafond te zien waren. Het leek er op dat er ’s nachts iemand met vuile schoenen over het plafond gelopen had.
Gek genoeg maakten we er ons allemaal niet zo druk om - als het al een geest was, dan leek het in ieder geval een vriendelijke geest te zijn. Hij of zij klopte netjes aan, trok keurig de w.c. door en af en toe een grapje - zoals over het plafond lopen, dat moesten we maar door de vingers zien.
We hebben er toen ook niet met al te veel mensen over gepraat.
Voor veel mensen geldt immers, wat je niet ziet, dat is er niet, en wie zijn wij dan wel om die gemoedsrust te willen verstoren.

Onwillekeurig moet je als je een huis koopt, dat nog veel ouder is, daar wel eens aan terug denken. Maar gelukkig hebben we hier nooit gekke dingen mee gemaakt.
In het begin dacht ik ’s nachts nog wel eens stemmen te horen. Na een tijdje kwam ik er achter dat het mijn ingewanden waren die na een overvloedige Franse maaltijd nog wat overuren maakten. Ja, die stilte…, daar moesten we wel even aan wennen, en als het stil is, dan hoor je natuurlijk het kleinste geluidje.
Toen ik van de week dan ook wakker werd van een hoop gerommel op zolder, gevolgd door een ijzige gil, schoot ik overeind in bed.
Nou ben ik helemaal geen held, maar in dit soort gevallen word ik toch liever geconfronteerd met de werkelijkheid dan met mijn op hol slaande fantasie. Want uit ervaring weet ik, dat ik dan nog verder van huis ben.
Toen mijn hart weer een beetje tot bedaren was gekomen, ging ik gewapend met een zaklantaarn naar het achterhuis, want daar was het geluid vandaan gekomen.
Er heerste een doodse stilte.
Het nadeel van zaklantaarns is, dat ze net leeg zijn op het moment dat je ze echt nodig hebt.
Dat was nu ook het geval; in eerste instantie gaf hij nog wel een krachtige bundel licht, maar dat nam in korte tijd af tot niet meer dan het licht van een kaarsvlam, nog net voldoende om mezelf ervan te overtuigen, dat het hoog tijd werd dat hier een keer werd opgeruimd.
Omdat ik tussen de verzameling kisten, kratten, potten, pannen en ander ongeregeld goed, bij het zwakke licht niets kon ontwaren dat verantwoordelijk zou kunnen zijn voor het angstaanjagende gegil besloot ik een kijkje op de vliering te nemen.
Om daar te komen moest ik een gammel laddertje beklimmen en mijn hoofd door een luik in de vloer steken. Nou vind ik dat overdag al een hachelijke onderneming, omdat je nooit weet wat je precies tegen zult komen. Midden in de nacht, bij het zwakke licht van een zaklantaarn, die het bijna opgegeven had, was het ronduit beangstigend.
Toen ik mijn hoofd voorzichtig door het luik stak, leek het of iets of iemand een koude dweil op mijn hoofd en in mijn nek legde. Tegelijkertijd verloor ik het grootste deel van mijn gezichtsvermogen, omdat er een waas voor mijn ogen kwam. Nog net kon ik twee gedaanten onderscheiden die met grote snelheid langs mij roetsjten en via een gat onder het dak naar buiten verdwenen. Toen ging het licht van de zaklantaarn helemaal uit.
Daar stond ik midden in de nacht in het pikkedonker. Er was geen streepje licht te bekennen.
In het laatste licht van de zaklantaarn had ik nog net kunnen zien dat het twee katten waren, die door een spleet tussen het dak en de muur het huis uit gevlucht waren, maar het was me nog steeds niet duidelijk wat er nou precies op mijn hoofd en in mijn nek lag.
De belangrijkste zorg was wel om zo snel mogelijk van die onheilsplek weg te komen.
In de haast om in het pikkedonker het bewoonde gedeelte van het huis weer op te zoeken, liep ik natuurlijk overal tegenop, maar toen het uiteindelijk gelukt was en ik voor een spiegel stond zag ik, dat mijn hoofd met een dikke laag spinrag bedekt was.
Die nacht is er niet veel meer van slapen gekomen.
Toen ik de volgende dag eens poolshoogte ging nemen achter het huis, zag ik - aan de talloze kattenvoetjes in de vers gevallen sneeuw, dat het achterhuis een soort rendez-vous huis voor amoureuze katten was geworden. Aangezien het liefdesleven van katten met een hoop lawaai gepaard gaat, heb ik besloten dat ze toch maar een andere plek moesten zoeken.
Om te zorgen, dat ze niet meer het huis binnen konden komen, en ik op dat moment niets anders voorhanden had, heb ik in de spleet onder het dak wat boomtakken gestoken. Het ziet er wel feestelijk uit!
Toen ik daarmee bezig was, zag ik trouwens dat sommige knoppen al beginnen uit te lopen.
Aan alles kun je merken, dat de lente nu toch wel heel dichtbij is!

Schrijver: frans brugman, 20 feb. 2010


Geplaatst in de categorie: woonoord

2,4 met 19 stemmen 3.217



Er is 1 reactie op deze inzending:

Naam:
mahsa
Datum:
30 nov. 2013
Email:
faninaziyahoo.nl
het begon allemaal in het huis toen mijn vader en moeder niet thuis waren
toen had ik een geest gezien
toen het bleek dat die geest een boze geest was, toen was ik dus heel erg geschrokken
toen ben ik uit het huis weg gelopen en ging ik naar mijn buren
nou daardoor ben ik nog steeds bang voor geesten
nu wil ik niet meer alleen thuis blijven

Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)