Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

Brok - 3

Ik keek rond in de kamer. Ik had mijn tas en koffer in een hoek gezet, ter latere afhandeling. Ik reis altijd mager. Zo min mogelijk troep, want thuis blijkt altijd dat ik de helft niet gebruikt heb. Ik gooide de tas ondersteboven zodat de inhoud op de grond viel. Een paar schone onderbroeken voerden de boventoon, want men weet maar nooit. Maar wat die BH er nou bij deed. Die heb ik geëmancipeerd al jaren geleden afgezworen. Niet dat-ie niet functioneel zou zijn, want de boezempartij had zich de laatste jaren onbekommerd ontwikkeld. Maar ik kreeg geen klachten.

Ik gooide de boel voorlopig even in de bedstee. Moest ik daar trouwens in slapen, met mijn maten? Ik moest maar eens de voorzieningen boven gaan bezien. Toen ik de trap opliep, voorzichtig want het waren heel smalle treden, hoorde ik geritsel en getrippel. Toen ik de kamerdeur opendeed zag ik een eekhoornpaartje door een gat in het dak verdwijnen. Hoe schattig. Er was ook een prima bed. Ik pakte een deken en stopte dat in het gat. Eekhoorns zijn doerakken, met hun lieve pluimoortjes. Ze bijten in je klauwen, wist ik van mijn tante die er een had gehouden als huisdier. Dat heeft er haar hele etagère met Meissner-porselein gekost.
Verder was het sober ingericht. Spartaans. Eenvoudig bed. Wel stevig, zo te zien. Gelukkig. Schoon beddengoed. Niet de gedroomde ambiance voor amoureus werk, maar een kniesoor ...
Ik legde mijn flanellen nachtjapon op bed, keurig in de vorm van het menselijk lichaam zoals mijn moeder dat altijd deed. Flanel? Nou en of. Je hebt geen idee hoe procrast-bevorderend dat werkt. Hier niet geheel functioneel maar het slaapt wel lekker.

Door het raam boven kon ik in de zomeravondschemering de omgeving wat beter zien. Boerderijen. Weilanden. Met koeien en schapen en paarden. Het kon niet op.. Heuvels. Bossen. Nou, opwinding te over. Maar ik had altijd nog de TV. Hallo? TV? Ik had geen TV gezien. Ik stak mijn hoofd naar buiten. Geen antenne. Dan moest ik mezelf maar vermaken.
Ik had mijn laptop nog. Maar toen ik die aanzette bleef alles zwart. Geen wifi?
Dat moest ik even navragen. Maar ik zag geen telefoon. Goed, dan de mobiel maar. Zeker. Allicht. Heeft u een nummer, mevrouw?
Goed, dan geen vermaak. Maar wel te eten, hoopte ik. Ik keek in de keukenkast. Suiker. Zout. En verdomd, kruidkoek.Mijn lievelingsversnapering. Maar ordentelijk voedsel, nee. En ook geen koelkast. Moest dat in het vliegenkastje, zoals mijn moeder dat vroeger had.? Ik keek op mijn horloge. Half negen. Dan maar naar een hotelletje om wat te eten. Even vragen bij de gastboer.
‘Hotel? Hier in de buurt? Kom nou. Dit is het oermodel voor platteland, zo plat als het maar kan. Maar ik heb nog wel wat voedsel.’
En misschien wilde de mevrouw ook nog wel een borrel? Met conversatie?
Nou, dat wilde de mevrouw wel.
Ik zakte genietend onderuit. ‘Dit had ik nodig.’
‘Drukke tijd gehad?’
‘Ja. Dat ook.’ Hij wachtte af. Ik overwoog of ik hem deelgenoot zou maken van mijn personele sores. Hij keek vriendelijk afwachtend. Ik besloot van ja.
‘Een vrouw alleen heeft het vandaag de dag niet eenvoudig.’
‘Nee. Anders dan vroeger?’
‘Ja. Toen werd er niks feminalistisch van je verwacht.’
‘En dat heeft je interesse niet?’
‘Nee. In ieder geval niet de stamina. Ik heb het al moeilijk genoeg met de traditionele opvatting.’
‘Zijnde?’
‘Gewoon lekker genieten van je geslacht.’
Ik besefte te laat de dubbelzinnigheid. Maar what the hell. ‘Hypocrisie viert hoogtij aan de gracht.’
‘En jij bent meer van de rechttoerechtaan.’
‘Niet per definitie. Maar in ieder geval geen geestloos voorbereidend gezeur omdat het zo hoort als respectbetoon voor de vandaagse vrouw. Daar word ik heel moe van.’
Zou ik hem van mijn kleine vriendje vertellen? Die had geen lange inleidingen nodig. Nee, voorlopig maar even niet.’
‘Nou, hier kun je in ieder geval vrijblijvend op orde komen.’
Ik hief het glas. Hij volgde. Zwijgend dronken we elkaar toe. Dat was tenminste geregeld.
Ik geeuwde. ‘Ik moest maar eens....’
‘OK. Wees voorzichtig buiten in het donker. De grond is niet effen.’

Buiten hoorde een zacht gehinnik. Ik keek naar de weisde. Daar stond een paard. In het maanlicht zag je een dikke buik Dat moest Polly zijn.

Heelhuids kon ik de nacht ingaan. Vredig. Niet denken aan miskraam.

Schrijver: hendrik
Inzender: Hendrik Laanen, 25 aug. 2010


Geplaatst in de categorie: overig

2,5 met 2 stemmen 171



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)