Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

Dag lief meisje-deel 2

In de vroege ochtend van zaterdag vier oktober reden ze naar het ziekenhuis. Er hing een pijnlijke stilte in de auto totdat haar man zei ‘Kijk, een regenboog!’. Hij wees naar de lucht waar een prachtige regenboog zichtbaar was. ‘Die is voor ons, jongen’, zei ze lachend om geen blijk te geven van haar angst.
Na twintig minuten kwamen ze aan in het ziekenhuis. Gastvrij werden ze ontvangen op de verloskamer. Een grote, Duits sprekende zuster legde uit wat er ging gebeuren. Ze zag verpleegsters heen en weer lopen met dienbladen vol met beschuit met muisjes.
‘Ik ben zo bang’, zei ze bijna onhoorbaar tegen de zuster die bemoedigend haar hand op haar schouders legde.
‘Straks zijn ze voor jou, meisje’, zei ze op een lieve, zachte toon.

Half tien wees de klok aan toen de echte weeën begonnen. Ze was verbonden met een apparaat dat de hartslag van de baby registreerde. In haar arm zat een infuus om de weeën op te wekken. De tijd tikte verder en de ontsluitingsweeën werden heftiger. Het einde van de ontsluitingsfase naderde. Het zou nu niet lang meer duren voordat de baby werd geboren. In de verloskamer werd alles in gereedheid gebracht. De eerste persweeën dienden zich aan.

Om half twee kwam hun meisje ter wereld. ‘Het is een meisje’, riep de verloskundige met een zwaar Duits accent . Ze hield het kleine meisje omhoog zodat ze het kon zien. Het bleef stil in de verloskamer op een klein snikje na, ze huilde niet.
De arts deelde mee dat hij haar even meenam naar de kamer ernaast en verzocht haar man om mee te gaan. Al snel kwam haar man terug en aaide haar over het gezicht dat nat was van de zweetdruppels. Ze was zo moe van de bevalling en alles leek langs haar heen te gaan.

Na een tijdje kwam de arts weer terug in de verloskamer. ‘Ze heeft een hazenlipje en klompvoetjes’ deelde hij voorzichtig mee aan het gespannen stel. Bijna geluidloos verliet hij de kamer weer. Allerlei gedachten spookten door haar hoofd.
Ze schrok op toen de arts opnieuw binnen stapte. ‘Ze kleurt niet mooi bij’, begon hij zijn verhaal. Zijn gezicht zag er bedrukt uit.
‘Haalt ze het?´, vroeg ze angstig. Het duurde lang voordat hij antwoord gaf. ‘Ik weet het niet’, hoorde ze hem zeggen.
Eigenlijk wist ze nu al genoeg. De Duitse zuster die Dorien heette kwam snel binnen en zette het infuus in een hogere stand voor de nageboorte. Er leek haast bij te zijn. Al spoedig werd de placenta geboren. Daarna werden ze verzocht zo snel mogelijk naar de kinderafdeling te gaan waar hun meisje inmiddels heen was gebracht. Doodmoe en duizelig graaide ze haar kleding bij elkaar en trok dit aan. Ze gaf er de voorkeur aan om er in een rolstoel naartoe te worden gebracht i.p.v. op een bed, want dat vond ze overdreven.

De kinderafdeling was op dezelfde etage als de verloskamer. Tijdens het vervoer hield ze haar ogen gesloten omdat ze zo duizelig was. Haar man, die achter de rolstoel liep, stapte stevig door, achter de zuster aan die voor hen uit liep.
Ze werden naar een klein kamertje gebracht dat zich naast de couveuseafdeling bevond waar hun meisje lag. De arts, die tijdens de bevalling aanwezig was geweest, kwam na een tijdje binnen in gezelschap van een vrouwelijke kinderarts.
Ze gingen zitten en de arts begon zijn verhaal, waar hij zichtbaar moeite mee had. ‘Jullie dochtertje is erg ziek’, zei hij voorzichtig. ‘Naast het hazenlipje en de klompvoetjes zijn er meer afwijkingen die niet met het leven verenigbaar zijn’. Het meisje bleek geen middenrif te hebben en was niet in staat om zelf te ademen.

Om het stel de indruk te geven dat ze er alles aan deden, belde hij met het Academisch Ziekenhuis in Groningen. Ook zij vonden de toestand niet verenigbaar met het leven. De arts kon hun nu twee keuzes voorleggen: doorgaan met beademen of stoppen. In het laatste geval zou ze niet lang daarna overlijden. Vrijwel meteen besloot het stel om te stoppen. Ze mochten het hun wijffie niet aandoen om door te gaan en haar te laten lijden.

Ze werden de zaal binnen gebracht. Links en rechts lagen gezonde baby’s in hun couveuse. Achterin, achter bedgordijnen, lag hun meisje in een speciale couveuse aan allerlei slangen. Lisette werd uit haar glazen bedje gehaald en op haar schoot gelegd. Ze vond het eng en durfde het meisje niet vast te houden. Haar man, die naast haar zat, pakte het meisje op. Voor het eerst in haar relatie zag ze haar man huilen. Dat beeld zal ze nooit meer vergeten.

Na een poosje werd het kleine meisje in haar armen gelegd. Ze kuste haar meisje. Het mensje bewoog even, wat haar helemaal van streek maakte omdat ze zich niet wou hechten.
‘Beweeg nou niet’, zei ze met trillende stem. Terwijl ze dit zei, bleef het stil: Lisette was overleden.
Haar blik gleed over de klok. ‘Vijf over drie’, hoorde ze de verloskundige zeggen tegen de arts. Ondertussen werden er foto’s genomen. Ze dacht: ‘Hou nu maar op met die foto’s’, maar jaren later zou ze daar blij mee zijn. Het verdriet dat ze nu voelde, zou ze nooit met een pen kunnen beschrijven.

Lisette, die nog in haar armen lag, drukte ze tegen haar hart. Ze barstte in een hartverscheurend huilen uit. De artsen en zusters die om hen heen stonden hadden moeite om hun tranen niet de vrije loop te laten. Haar man, die zich geen raad wist, probeerde haar te troosten. Daar zaten ze dan, omarmd met hun kleine mooie meisje tussen hen in.

Schrijver: Dyenne Hendrikse, 5 apr. 2011


Geplaatst in de categorie: afscheid

4,4 met 14 stemmen 350



Er is 1 reactie op deze inzending:

Naam:
Günter Schulz
Datum:
6 apr. 2011
Email:
ag.schulztiscali.nl
Ontroerend, meeslepend... kortom: weergaloos!

Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)