Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

Bevrijdingsdag, slot

Ik weet de naam van de straat niet meer, maar voor het gebouw stonden twee Duitse soldaten op wacht met een geweer over hun schouder. Aan de gevel hingen twee hakenkruisvlaggen. Ze vroeg aan één van de soldaten of ze haar man kon zien en spreken. Dat moest hij eerst aan zijn commandant vragen. Het was toegestaan, Een Grüne Polizeiman ging met ons mee en opende het luik van een cel. De agent bleef bij ons staan. Mijn vader kwam naar de deur toe en stak zijn hand door het luik en hield de hand van mijn moeder vast, ze huilde.

Het afscheid viel zwaar en wij moesten het gebouw verlaten. We hoorden niets meer van hem. De oorlog was nog lang niet afgelopen en de hongerwinter van 1944/45 stond voor de deur. De winter was afschuwelijk koud en gas en licht tenslotte helemaal niet meer. De ramen zaten dicht van de ijsbloemen.

Om warm te blijven bleven we de hele dag in bed, maar ik was de oudste en met mijn moeder gingen we in de nacht takken van bomen afzagen voor het noodkacheltje. Ook ging ik elke dag met een pan in een tas naar de gaarkeuken, daar kreeg je op je bonnen een portie waterig eten. Ook het broodrantsoen was sterk verlaagd, maar één sneetje brood per dag van slechte kwaliteit. Naar school gingen we niet meer, die was gesloten. Na de oorlog moest ik de zesde klas overdoen. De hele hongerwinter heb ik op klompen gelopen, daar had ik oude kranten in gedaan om je voeten warm te houden, want vaak moest je in de bittere koude lange tijd in de rij staan bij de gaarkeuken en de bakker.

Ik herinner mij nog heel goed Kerstmis 1944, we lagen al vroeg in bed. Bitter koud was het en je verrekte van de honger. Opeens sprong mijn moeder het bed uit en rende naar de veranda. Ik achter haar aan en ze begon me toch te schreeuwen en Hitler te beledigen, het was niet mooi meer. Ook keek ze naar de hemel en zei tegen de Lieve Heer, waarom Hij er niets aan deed. Mijn moeder was katholiek en bad vaak tot Hem, want ze zag haar kinderen sterk vermageren en zwak worden. Ik was ook erg mager geworden, maar met het eten van tulpenbollen bleef ik overeind. Zelf heb ik gezien, hoe dode mensen, die op straat lagen, op een handkar naar de Zuiderkerk in Amsterdam werden gebracht. Ik weet niet meer van wie, maar mijn moeder kreeg een aanbieding van de Winterhulp (een organisatie van de NSB) om haar kinderen naar Groningen te laten brengen, waar zij bij boeren zouden worden ondergebracht. Dan hadden ze tenminste te eten.

Dat kwam mijn hoofdonderwijzer van de lagere school te weet en die wilde dat niet hebben, hij zat ook in het verzet en beloofde mijn moeder, dat Kees elke week naar een bepaald adres moest komen, waar hij een doos met voedsel in ontvangst kon nemen. Ik weet nog goed, dat het in de buurt was van het Concertgebouw. In die doos zaten aardappelen, brood en spekvet en bonen . Dat heeft in grote mate bijgedragen, dat wij op de been bleven. Toen de nood het hoogst was voor de bevolking gaf de Duitse bezetter toestemming, dat Zweden meel mocht brengen naar de haven van Delfzijl. Van dat meel werden broden gebakken en kreeg iedereen één brood met margarine. Het smaakte ons als de beste cake die er was vroeger. Je moest er wel uren voor in de rij staan. Tenslotte kwamen ook nog de voedseldroppings uit de geallieerde vliegtuigen, omdat de Duitsers bang waren dat de bevolking gevaarlijke besmettelijke ziektes zouden krijgen, ook omdat het warmer werd en de opgestapelde lijken in de kerk en op straat begonnen te stinken.

Inmiddels was half Nederland al bevrijd en gaven de Duitsers zich tenslotte over, maar niet allemaal, want op de Dam waar de bevolking al was toegestroomd om de bevrijding te vieren, begonnen SS'ers vanuit een gebouw op de mensen te schieten. Grote paniek met als gevolg vele doden en gewonden. Spoedig na dit vreselijke gebeuren kwamen onze bevrijders de stad in, grote vreugde en overal werd de Nederlandse driekleur opgehangen. De mensen omhelsden elkaar en vrolijke muziek klonk uit de vele straatorgels. In onze straat werd een jonge vrouw uit haar huis gehaald en buiten helemaal kaal geschoren. Ik vond dit een afschuwelijk gezicht, want ik kende haar goed en ze was altijd heel vriendelijk tegen ons, maar ze was met Duitse soldaten omgegaan en daarvoor werd ze gestraft en dan te bedenken, dat veel Nederlandse mannen zich hadden opgegeven bij de Waffen SS.

Maar onze moeder zat in zak en as en wij kinderen natuurlijk ook, want papa was niet thuis gekomen en we wisten niet of hij nog leefde of dood was. We hoorden nooit wat, ook niet van instanties waar mijn moeder om hulp vroeg, niemand wist wat en ze deden er ook geen moeite voor. Op straat vierden de mensen feest en we waren natuurlijk wel blij, dat die moffen weg waren, maar onze vader was niet thuis gekomen. We bleven hoop houden en toen gebeurde het. Een paar maanden later, het was een warme dag eind juli l945, stopte er een militaire vrachtauto voor onze deur. Er sprong een man uit in een Canadese uniform, met twee grote koffers. Met mijn broertjes speelden wij op straat en keken vol bewondering naar die soldaat. Hij zag er gezond uit, een dikke kop en bruin gebrand, wie kon dat zijn?

Toen riep die soldaat:
''Hé Kees, Ben en Arie, kom eens hier?''
Wij begrepen er niks van, maar toen zagen we het, het was onze papa. Moeder was inmiddels ook beneden gekomen en viel in de armen van onze vader. We konden ons geluk niet op. De koffers zaten vol met eten van het Amerikaanse leger. Na een poosje is hij op transport met anderen naar Nederland gebracht.

Schrijver: kees niesse, 8 mei. 2011


Geplaatst in de categorie: oorlog

4,0 met 3 stemmen 163



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)