start toeval vragen forum links zoek contact gastenboek inhoud

Categorieën:

actualiteit (138)
adel (13)
afscheid (116)
algemeen (330)
bedankt (25)
biologie (13)
dieren (241)
discriminatie (38)
drank (48)
economie (23)
eenzaamheid (179)
emoties (169)
erotiek (68)
ex-liefde (64)
familie (113)
feest (41)
film (3)
filosofie (146)
fotografie (6)
geboorte (23)
geld (33)
geschiedenis (30)
geweld (46)
haiku (5)
heelal (38)
hobby (32)
humor (385)
huwelijk (40)
idool (42)
individu (62)
internet (29)
jaargetijden (53)
kerstmis (79)
kinderen (174)
koningshuis (22)
kunst (48)
landschap (15)
lichaam (38)
liefde (257)
literatuur (352)
maatschappij (158)
mannen (34)
milieu (14)
misdaad (119)
moederdag (11)
moraal (99)
muziek (41)
natuur (96)
oorlog (108)
ouderen (18)
ouders (36)
overig (129)
overlijden (79)
partner (55)
pesten (29)
planten (13)
politiek (50)
psychologie (114)
rampen (55)
reizen (132)
religie (143)
schilderkunst (20)
school (63)
sinterklaas (17)
sms (6)
songtekst (1)
spijt (26)
sport (80)
sterkte (2)
taal (43)
tijd (55)
toneel (10)
vaderdag (1)
vakantie (83)
valentijn (4)
verdriet (87)
verhuizen (13)
verjaardag (17)
verkeer (46)
voedsel (45)
vriendschap (84)
vrijheid (59)
vrouwen (87)
welzijn (54)
wereld (35)
werk (96)
wetenschap (18)
woede (60)
woonoord (87)
ziekte (153)

tabblad: verhalen

< vorige | alles | volgende >

verhaal (nr. 4410):

Grote, eenzame ogen

(voor Helena Sofia Schjerfbeck (1862-1946))

Je bent geboren in Helsinki, waar je op je vierde van een trap bent gevallen, waardoor je een gebroken heup kreeg, wat je bewegingsvrijheid altijd heeft ondermijnd, wat je van school weghield en je kwetsbaarheid vergrootte.
Je moeder Olga Johanna Printz was een talentvolle kunstschilderes en je vader ploeterde hard voor weinig loon.
Je moeder zag dat je als kind een grote aanleg voor de tekenkunst had en ze heeft je altijd gestimuleerd om de kunstwereld in te gaan.
Je vader geloofde het allemaal wel, hij had het te druk met dagelijks zien rond te komen, al kon hij erg genieten van jullie passie voor de tekenkunst, maar het liefste wandelde hij met zijn gezin door de bossen.

Op je elfde ging je al naar de Tekenschool van het Finse Kunstgenootschap. Een leraar had je aangemoedigd en je werd financieel geholpen door de beroemde kunstschilder Adolf von Becker. Je ontmoette Helena Westermarck, die een van je beste vriendinnen werd. Ze zou uitgroeien tot een bekende kunstschilderes, schrijfster en feministe. Op een foto ziet ze er inderdaad heel vinnig uit, om niet te zeggen venijnig, maar foto's liegen wel vaker. Ondertussen kreeg je ook gratis les van Adolf, die bruiste van mededogen en kunstverspreiding.
Op je veertiende stierf je zeer geliefde vader aan tuberculose en je veilige wereld stortte grotendeels in. Verdriet nestelde zich in je ziel. Je gooide bewust zoveel mogelijk gekleurde bloemblaadjes op zijn kist. Mede door zijn overlijden stapelden de geldproblemen zich op, maar je studeerde succesvol af op de tekenschool en je ging naar de privé-academie van Adolf, net als juffrouw Westermarck, Albert Edelfelt en Akseli Gallen-Kallela. Je vriendin Helena moest niets van mannen hebben, althans op seksueel gebied, maar jij werd stiekem verliefd op Albert, die je vaak aan het blozen maakte. Je was nu eenmaal van nature zeer verlegen, wat je later vaak accentueerde op je schilderijen. Je schilderde in het tekenatelier van de Universiteit van Helsinki, terwijl Adolf soms zijn hoofd schudde vanwege je geniale scherpzinnigheid en je veelbelovende uitstraling. Als hij jonger was geweest, dan wist hij het wel.
Je prachtige, androgyne gelaat, de grote, melancholische ogen en je strak naar achteren gekamde haren vermengd met je heldere geestesvermogens. Je hoge voorhoofd duidde op zeer directe, hemelse verbindingen, zoals men bij Egyptische beelden ziet. Je was sterk verbonden met het hemelse geestenrijk.
Adolf leerde je Franse olieverftechnieken en op je zeventiende had je al erkenning als kunstenares. Een jaar later zat je de zomermaanden bij je tante Selma Printz en oom Thomas Adlercreutz, die net als je moeder ook veel van schilderkunst hielden. Je tekende en schilderde er je neven en nichten, wat je zelfvertrouwen goed deed. Met je nicht Selma had je een speciale band, ze was net zo oud als jij en net zo anders zeg maar, geen doorsnee-mens, artistiek en op zichzelf, origineel en geen kant-en-klaar-maaltijd voor de drukopvoerende, individu-onderdrukkende maatschappijsystemen.

Door een reisbeurs van de Keizerlijke Russische Senaat kon je naar Parijs en daar was je weer samen met Helena de Stuurse, schilderend in het deftige Vigny-atelier van mevrouw Trelat, waar Leon Bonnat en Jean-Leon Gerôme jullie leraren waren. Oude knakkers, maar je vriendin had je bezorgd gewaarschuwd, wat niet nodig bleek te zijn.
Daarna ging je naar de Colarossi Academie, weer met je weet wel, alsof ze je stalkte en verliefd op je was, wieweet, maar door een tweede beurs kon je naar Concarneau, waar je enkele maanden in de open lucht schilderde, zie 'Jongens aan de kust'. Daar ontmoette je de Engelse kunstschilder, die je op tedere wijze ontmaagd heeft en met wie je verloofd raakte. Hij beloofde je geurige rozentuinen, maar uiteindelijk gaf hij je verkoolde brandnetels. Na een jaar of drie betrapte je hem in zijn bed met een afgelebberd model, terwijl hij 'Kun je niet kloppen?' zei. Je verbrandde alle sporen van hem, zodat we zelfs vandaag niet weten wie dat precies is geweest. Een gestoorde niemandal, dat lijkt me zeker.

Je borduurde voort op de Colarossi-academie en op je vijfentwintigste verbleef je in St. Ives, waar het echtpaar Marianne en Adrian Stokes woonde, ze woonden er nog maar een jaar, maar ze leefden beiden voor de kunst, net als jij, en er ontstond een erotische driehoeksverhouding.

Drie jaar later was je lerares op de tekenkunstschool in Helsinki, maar je slechte gezondheid deed je twee jaar later ontslag nemen. Je verhuisde met je moeder naar Hyvinkää, waar je haar verzorgde tot haar overlijden in 1923. Je woonde er in een bescheiden huisje en totaal geïsoleerd van de buitenwereld, al schilderde je vrouwmoedig door en exposeerde je ook.
Je hanteerde bijna alle stijlen, van klassiek tot hypermodern, en men vergelijkt je met Munch en Whistler, al zitten ze er dan ver naast. Je was een planeet op zich. Op je vele zelfportretten in diverse stijlen sta je meestal heel verdrietig naar de toeschouwer te kijken, geen wonder, want je eenzaamheid was je grootste levenslast.

De kunsthandelaar Gösta Stenman zette je opnieuw in de belangstelling via een solo-expositie, maar je was al achtenvijftig en inmiddels mensenschuw en niet meer in staat om ver te reizen, wat nog erger werd toen je moeder hemelde, de merkwaardige symbiose keihard verbroken werd, je ontdekte dat je getrouwd was met de schilderkunst, dat geen man het bij je uithield, omdat je te exceptioneel was, te zeer een kind van de goden, wat je ambivalente gevoelens gaf, maar alleen al 'Lachend meisje' maakt je tot een wereldster.
In 1940 verbleef je in Ekenäs en later in het Luontola-sanatorium en vanaf 1944 in een Spa-hotel en sanatorium in Saltsjöbaden, waar je door de therapieën nieuwe energie kreeg en opnieuw vurig schilderde tot je bittere einde, want bitter was het, omdat je zoveel meer liefde had moeten krijgen in vergelijking met de hoge dosis liefde die je met je schilderkunst hebt weggegeven.

Schrijver: Joanan Rutgers, 20-01-2012



Geplaatst in de categorie: literatuur

Deze inzending is 122 keer bekeken

5/5 sterren met 1 stemmen.



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)