start toeval vragen forum links zoek contact gastenboek inhoud

Categorieën:

actualiteit (138)
adel (13)
afscheid (116)
algemeen (330)
bedankt (25)
biologie (13)
dieren (242)
discriminatie (38)
drank (48)
economie (23)
eenzaamheid (179)
emoties (170)
erotiek (68)
ex-liefde (64)
familie (113)
feest (41)
film (3)
filosofie (148)
fotografie (6)
geboorte (23)
geld (33)
geschiedenis (30)
geweld (46)
haiku (5)
heelal (38)
hobby (32)
humor (385)
huwelijk (40)
idool (42)
individu (62)
internet (30)
jaargetijden (53)
kerstmis (79)
kinderen (174)
koningshuis (22)
kunst (49)
landschap (15)
lichaam (38)
liefde (258)
literatuur (352)
maatschappij (158)
mannen (34)
milieu (14)
misdaad (119)
moederdag (11)
moraal (99)
muziek (41)
natuur (97)
oorlog (108)
ouderen (18)
ouders (36)
overig (131)
overlijden (79)
partner (55)
pesten (29)
planten (13)
politiek (50)
psychologie (114)
rampen (55)
reizen (132)
religie (143)
schilderkunst (20)
school (63)
sinterklaas (17)
sms (6)
songtekst (1)
spijt (26)
sport (80)
sterkte (2)
taal (43)
tijd (55)
toneel (10)
vaderdag (1)
vakantie (83)
valentijn (4)
verdriet (87)
verhuizen (13)
verjaardag (17)
verkeer (46)
voedsel (45)
vriendschap (85)
vrijheid (59)
vrouwen (88)
welzijn (55)
wereld (35)
werk (98)
wetenschap (18)
woede (60)
woonoord (87)
ziekte (153)

tabblad: verhalen

< vorige | alles | volgende >

verhaal (nr. 4418):

Moszachte, vrouwelijke kleuren

(voor Marie Laurencin (1883-1956))

Je bent geboren in Parijs, waar je moeder Melanie Pauline Laurencin er alleen voorstond, omdat je vader Alfred Toulet zijn tweeëntwintig jaar jongere scharrelkip na enkele uren egoïstisch genot voorgoed in de steek heeft gelaten. Ze was tweeëntwintig toen jij geboren werd en tot jouw tweeëntwintigste heeft ze de naam van je vader verzwegen. Het lijkt de getallenmagie van Georges Perec wel.
Je moeder verdiende als naaister de kost en jij ging naar het Lycee Lamartine, een middelbare school, totdat je op je achttiende naar Sèvres werd gestuurd om in een porseleinfabriek te gaan schilderen. Daar kreeg je les van Madeleine Lemaire, een oudere dame, die bevriend was met Marcel Proust, Guy de Maupassant en Jean-Louis Forain. Zij leerde je onafhankelijk te denken en dwars tegen de creatiefloze betweters in opbouwend door te werken.
Met dat pakketje zelfvertrouwen ging je naar de Academie Humbert en je raakte bevriend met Georges Braque, met wie je graag wat biertjes dronk en met wie je na een wilde vrijage zijn blokkerige, mannelijke schilderijen besprak.
De kunsthandelaar Henri-Pierre Roche stimuleerde je om bij de Onafhankelijken te exposeren, wat je op je vierentwintigste dus deed, tot groot genoegen van de kubistische elite.
Zo kwam je terecht in de kunstenaarsgroep rondom Pablo Picasso, een hitsig mannetje die oraal-gefixeerd was, gezien zijn eindeloze gelurk aan zijn pijp met whiskytabak. Nou had zijn vriendin Fernande Olivier ook grote memmen met lange spenen, waar jij maanden later aan sabbelde, omdat iedereen het met iedereen deed en de orgieën goed waren voor de kunstproductie. Pablo zat daar niet mee, maar hij introduceerde je wel bij de excentrieke dichter Guillaume Apollinaire, drie jaar ouder en een boom van een kerel.
Jullie vielen als een blok voor elkaar en jullie woonden vijf jaar bij elkaar in de Rue des Martyrs, waarin jullie het leven voor de kunst in alle feestfacetten uitleefden. Zijn dichterlijke penis was enorm, maar niet zo groot, dat het pijnlijk werd. Meestal was je toch te dronken om je daar zorgen over te maken. De roes van het genot telde en wat je ermee kon presteren op je schilderdoeken. Guillaume was ook een vrijdenker, dus dat je vree met de oudere, lesbische dichteres Natalie Barney was hem worst, hij vond het idee zelfs wel opwindend. Je flirtte met Amedeo Modigliani, maar hij kende de geraffineerde versiertrucs van vrouwen en bovendien had hij een vaste vriendin. 'Merde!', vloekte je, want zijn Italiaanse schoonheid ging je door merg en been. In de verre verte klonk 'You can't always get what you want!' van The Stones.
Al tijdens je samenleven met Guillaume begon je een seksaffaire met de kunstschilder Jean Emile Laboureur, die je naast de vele standjes ook nog graveren leerde. Je verliet een ingestorte Guillaume, die eindeloos weende en dreigde met zelfdoding, want volgens je hormonen moest je verder. De moderne kubisten hadden je hart gestolen, al gaf je zelf een zeer persoonlijke draai aan het kubisme, je gebruikte zijdezachte, vervloeiende tinten, die de natuurkleuren weerspiegelden.
In café de la Rotonde ontmoette je baron Otto von Wätjen, die hem aardig had zitten, maar toch zag je hem zitten en op je eenendertigste trouwde je met hem. Door de oorlog vertoefde je in Madrid en Barcelona, wat je afschuwelijk vond, maar gelukkig kwam je Parijse vriendin en mode-ontwerpster Nicole Groult je vaak bezoeken. Ze was getrouwd met een decorateur en meubelontwerper, maar net als jij biseksueel, waardoor je prachtige momenten beleefde, wat Otto niet merkte, want die was dag en nacht in de ban van alcohol. Je schreef gedichten voor Robert en Sonia Delaunay, met wie je een driehoeksverhouding had, en voor de dadaïstische kunstschilder Francis Picabia, omdat je smoorverliefd op zijn androgyne vrouw Gabrielle was. Zij heupwiegde zo opvallend gracieus, dat je gierend gek werd van verlangen.
Je bundelde je gedichten in 'Het boek van de nacht', maar Cravan Arthur bekritiseerde je gedichten heel laaghartig, hij was de neef van Oscar Wilde, dichter en bokser, en hij stierf op zijn eenendertigste in Mexico, doodgeschoten of verdronken. Hij had aan alle kunst de pest. Hij was nog getrouwd met de Engelse dichteres Mina Loy en na zijn dood werd hun dochter Fabienne geboren.
Je kreeg het schokkende bericht, dat Guillaume door een granaat was getroffen in zijn hoofd en dat hij in combinatie met de Spaanse griep maar achtendertig jaar mocht worden. Het was alsof je ziel ter plekke meehemelde. Je rukte de sterke drank van Otto uit de kast en je ging lange tijd zwaar onder zeil.
Na zestien jaar huwelijk stapte je eruit, want Otto's alcoholverslaving nam bizarre vormen aan en zijn viriliteit was op non-actief gezet. Je betrok een chic appartement aan de Rue de Penthièvre 19 te Parijs, je schilderijen verkochten aan de lopende band, mede door Paul Rosenberg, die goed boerde in zijn galerie aan de Rue La Boétie 21, een pand van vijf verdiepingen.
Je werd een vriendin van Jean Cocteau, André Gide en Somerset Maugham, die op zijn eenentwintigste Oscar Wilde nog gezien had, Coco Chanel, cosmetica-miljardaire Helena Rubinstein, de actrice Madeleine Renaud en de choreograaf Roland Petit. Je stortte je volop in diverse kunstuitingen, maar na de tweede wereldoorlog kelderde de waardering van je kunstwerken en je ogen gingen gelijkmatig achteruit. Je ontwierp een label van Château Mouton Rothschild, maar dat was een beetje beschamend gezien jouw statuur.
Twee jaar voor je overlijden adopteerde je Suzanne Moreau-Laurencin, aan wie je je landgoed naliet. Je bent begraven op Père Lachaise, op eigen verzoek in een lange, witte jurk, met in je ene hand een rode roos en in je andere hand een liefdesbrief, die je voor Guillaume had geschreven, waarmee je duidelijk maakte dat hij de grootste liefde van je leven is geweest. Niet voor niets lig je maar enkele meters verwijderd van zijn begraafplek.

Illustratie: Marie Laurencin

Schrijver: Joanan Rutgers, 24-01-2012



Geplaatst in de categorie: literatuur

Deze inzending is 109 keer bekeken

Er is nog niet op deze inzending gestemd.



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)