start toeval vragen forum links zoek contact gastenboek inhoud

Categorieën:

actualiteit (138)
adel (13)
afscheid (116)
algemeen (330)
bedankt (25)
biologie (13)
dieren (242)
discriminatie (38)
drank (48)
economie (23)
eenzaamheid (179)
emoties (170)
erotiek (68)
ex-liefde (65)
familie (113)
feest (41)
film (3)
filosofie (148)
fotografie (6)
geboorte (23)
geld (33)
geschiedenis (30)
geweld (46)
haiku (5)
heelal (38)
hobby (32)
humor (385)
huwelijk (40)
idool (42)
individu (62)
internet (30)
jaargetijden (53)
kerstmis (79)
kinderen (174)
koningshuis (22)
kunst (49)
landschap (15)
lichaam (38)
liefde (258)
literatuur (352)
maatschappij (158)
mannen (34)
milieu (14)
misdaad (119)
moederdag (11)
moraal (99)
muziek (41)
natuur (97)
oorlog (108)
ouderen (18)
ouders (36)
overig (131)
overlijden (79)
partner (55)
pesten (29)
planten (13)
politiek (50)
psychologie (114)
rampen (55)
reizen (132)
religie (143)
schilderkunst (20)
school (63)
sinterklaas (17)
sms (6)
songtekst (1)
spijt (26)
sport (80)
sterkte (2)
taal (43)
tijd (55)
toneel (10)
vaderdag (1)
vakantie (83)
valentijn (4)
verdriet (87)
verhuizen (13)
verjaardag (17)
verkeer (46)
voedsel (45)
vriendschap (85)
vrijheid (59)
vrouwen (88)
welzijn (55)
wereld (35)
werk (98)
wetenschap (18)
woede (60)
woonoord (87)
ziekte (153)

tabblad: verhalen

< vorige | alles | volgende >

verhaal (nr. 4542):

ZEFIER (tweede deel)

Het ging hoe langer hoe slechter met de boeren van het dal. De bomen zouden dit jaar maar een heel klein beetje fruit hebben. De korenhalmen hingen slap neer, droevig om te zien.
Er was nog wat voorraad van de vorige oogst. Daar moesten de mensen voorlopig van eten. Maar dat kon niet lang meer duren.
"Moeten we straks eten kopen bij mensen die aan de andere kant van de bergen wonen?" klaagde iedereen. "Laat dat alsjeblieft niet gebeuren! Wij leven veel liever van onze eigen grond!"

Inmiddels was het al bijna zomer. Op zekere avond begon het verschrikkelijk hard te waaien. Een jongen, die door het dorp liep, werd door de bulderende wind voortgeduwd en viel tegen de muur van een huis aan. Even bleef hij versuft liggen. Daarna kroop hij op handen en voeten verder, heel langzaam. Tenslotte kwam hij bij zijn woning en bonsde hard op de deur. Met veel moeite kon zijn moeder de deur openduwen. Wat was die storm sterk!
"Als ons huis vannacht maar overeind blijft staan," zei de jongen, terwijl hij in de huiskamer nog zat te rillen van zijn belevenis.
Niemand waagde zich meer buiten. Het woei steeds harder. De wolken lieten grote waterstralen neer. De regen maakte een geluid als honderd trommelstokken! Veel mensen keken angstig naar de wanden van hun kamer. De muren schenen te trillen en een beetje heen en weer te gaan! Golfden de thee en koffie in de kopjes ook niet? Als er maar niets ergs ging gebeuren!

Koen en Helga, nu met elkaar getrouwd, lagen in bed te luisteren naar het geroffel van de druppels die op het dak uiteen spatten.
"Ontzettend," bibberde Helga. "Zou dit noodweer misschien een wraakneming van Zefier zijn? Is hij kwaad dat we hem gezocht hebben, terwijl hij verborgen wilde blijven?"
"Hhmmm," bromde Koen bedenkelijk. "Wat het ook mag zijn, je zult zien dat onze tuin morgen een smerige modderpoel is."
Ze trokken de deken tot over hun hoofd om dat regen- en windconcert maar niet meer te horen.
Bovenop de bergen regende het niet, maar woedde een geweldige sneeuwjacht. De koeien en schapen die daar waren, renden hard door de weiden naar de rand van het bos. Onder de bomen en struiken vonden ze bescherming tegen de striemende sneeuwvlokken. Maar nog steeds hadden ze het erg koud. De veehoeders bleven rustig in hun warme berghut zitten.
"Onze dieren vinden heus wel goede schuilplaatsjes," dachten ze. "Hierbinnen zullen we onze open haard eens goed laten werken."
De vlammen van het houtvuur laaiden hoog op. De schaduwen op de wanden van het vertrek dansten op de maat van het gezellige geknetter. De mannen hadden het best naar hun zin. Hun hut was zó stevig, kon wel heel wat hebben.

De wind blies maar door _ met reuze kracht. De gletsjer boven het dorp kreeg ook zijn beurt. De ijslagen schoven over elkaar heen, sommige ervan werden gespleten of zelfs verbrokkeld. Zo ging het door tot de ochtend.

Een stralende zon kwam op aan een heel stille lucht. De gouden en zilveren glans op de gletsjer was mooier dan ooit. Over dat prachtige ijsdek zweefden allemaal hemelgeesten. Ze vlogen weg, gingen naar een verre sneeuwtop. Daar bleven ze bij een rotswand kringelen, vlak voor de ingang van een ijsgrot.
"Zefier, keer terug naar waar je thuishoort,"riep de grootste van hen naar binnen. "Wij, de hemelgeesten, hebben het ijs en de sneeuw boven je huis gereinigd door het vannacht te laten stormen."
Zingend vertrokken de weldoeners naar hun onzichtbare wereld, die zich uitstrekt tot achter de allerverste sterren.

Al zeer spoedig was het dorp weer omgeven door verrukkelijke korenvelden en boomgaarden. Zefier zweefde als warme, oranjeroze nevel en blies aan het oor van elke goede verstaander:
"Laat me in alle gemoedelijkheid mijn werk doen. Graag hoor ik liederen die mij prijzen. Maar houd mijn gletsjer schoon; betreed hem nooit.

Schrijver: Han Messie, 13-05-2012


hmessieatlive.nl


Geplaatst in de categorie: milieu

Deze inzending is 258 keer bekeken

3/5 sterren met 4 stemmen.



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)