start toeval vragen forum links zoek contact gastenboek inhoud

Categorieën:

actualiteit (138)
adel (13)
afscheid (116)
algemeen (330)
bedankt (25)
biologie (13)
dieren (241)
discriminatie (38)
drank (48)
economie (23)
eenzaamheid (179)
emoties (169)
erotiek (68)
ex-liefde (64)
familie (112)
feest (41)
film (3)
filosofie (146)
fotografie (6)
geboorte (23)
geld (33)
geschiedenis (30)
geweld (46)
haiku (5)
heelal (38)
hobby (32)
humor (384)
huwelijk (40)
idool (42)
individu (62)
internet (29)
jaargetijden (53)
kerstmis (79)
kinderen (174)
koningshuis (22)
kunst (48)
landschap (15)
lichaam (38)
liefde (257)
literatuur (352)
maatschappij (158)
mannen (34)
milieu (14)
misdaad (119)
moederdag (11)
moraal (99)
muziek (41)
natuur (96)
oorlog (108)
ouderen (18)
ouders (36)
overig (129)
overlijden (78)
partner (55)
pesten (29)
planten (13)
politiek (50)
psychologie (114)
rampen (55)
reizen (132)
religie (143)
schilderkunst (20)
school (63)
sinterklaas (17)
sms (6)
songtekst (1)
spijt (26)
sport (80)
sterkte (2)
taal (43)
tijd (55)
toneel (10)
vaderdag (1)
vakantie (83)
valentijn (4)
verdriet (87)
verhuizen (13)
verjaardag (17)
verkeer (46)
voedsel (45)
vriendschap (84)
vrijheid (59)
vrouwen (87)
welzijn (54)
wereld (35)
werk (96)
wetenschap (18)
woede (60)
woonoord (87)
ziekte (153)

tabblad: verhalen

< vorige | alles | volgende >

verhaal (nr. 4670):

Bezoek van de minister-president

Tegen twee uur hoorde Mien een harde knal, ze rende naar het raam en zag een blauwe Lelijke Eend vol met deuken voor de deur stoppen. Een enorme rookwolk hing in de straat. Er stapten twee mannen uit, die schichtig om zich heen keken.
''Kom eens gauw ouwe, het lijkt de minister-president wel.''
''Ja, dat is de minister-president en die andere man met die mooie krullen ken ik niet, misschien zijn assistent. Waarom moeten ze bij ons zijn?''

Wouter had inmiddels de huisdeur geopend en begroette de beide heren hartelijk.
''Ben ik hier aan het goede adres van Wouter en Mien'', vroeg de president.
''Klopt, mijnheer de president, komt u binnen.''
Mien kwam ook de gang in en meteen werden de heren stil toen de ruim twee meter lange en dikke vrouw de heren welkom heette. Ze bogen voor haar en gaven haar een handkus.

Mien nodigde de heren uit plaats te nemen aan de grote tafel in de huiskamer, en zei:
''Lusten de heren een kopje koffie?''
''Heel graag, mevrouw, we zijn uitgedroogd na die lange rit, heeft u misschien boerenkoffie?''
''Helaas niet edelachtbare, want omdat klaar te maken heb ik van alles nodig, zoals boter ei, kaneel, bier, koffie, suiker, bloem, nootmuskaat, cognac en slagroom.''

De assistent aan het woord:
''Onze president bedoelt gewoon koffie in een pot en daar heet water op en een glaasje rum erbij. Ik heb nog rum in de auto, moet ik het halen, baas?''
''Doe maar, en neem meteen de overgebleven gevulde koeken mee en het bier.''
''Oké chef, ik ga.''

De president:
''Wat blijft die gozer lang weg, hé, lieve mensen. Zal ik een geintje uithalen, doen jullie mee?
Mien dacht, die is niet wijs. Wouter begon al te lachen, want die hield wel van geintjes.
''Moet je horen, hier heb ik een apparaatje, dat het geluid van een harde scheet laat klinken, ik leg het onder de kussen van mijn assistent en als hij straks gaat zitten, kan je lachen.''

De bel ging weer en Wouter deed de deur open.
''Zo, ik ben er weer, jij lust wel een biertje, hé?''
''Gaat er bij mij altijd in, mijnheer.''
Hij volgde Wouter en ging de huiskamer binnen en zette vijf blikjes bier, een fles rum en een paar gevulde koeken op de tafel. De president en de oudjes keken gespannen naar de assistent en wachtten met spanning wanneer hij ging zitten, maar hij liep naar het raam, en zei:

''Jeetje mensen, wat wonen jullie hier mooi en wat een uitzicht over de hei en bossen, heel wat anders dan waar ik woon.''
''Ga nou zitten man, effen gezellig bij elkaar, Wouter vertelt leuke moppen'', zei de president.
De assistent keerde zich om en liep naar de tafel en ging op de stoel zitten en toen gebeurde het, een enorme knal kwam onder zijn kont vandaan. Hij schrok zich te pletter, en zei:
''Dat heb ik nou altijd als ik niet genoeg gegeten heb, ik bied mijn excuus aan,lieve mensen.''

Mien gierde van het lachen en rende met haar hand voor haar mond naar de keuken en dacht, dat zijn nou de mensen die over ons moeten regeren.
De president deed net of hij woest was, en kwam van zijn stoel en brieste naar hem:
''Wat flik je me nou man, wat moeten die eenvoudige mensen van ons wel denken, ik ben hevig teleurgesteld in je en ik neem je niet meer mee.''
De assistent keek verward om zich heen, en zei:
''Ik snap er niks van chef, als ik een scheet moet laten voel ik het altijd aankomen, maar nu had ik dat niet, ik laat mij onderzoeken door een arts.''

Mien stond nog steeds in de keuken te lachen. Toen hij weer ging zitten volgde er weer een harde knal en meteen viel zijn toupetje op de tafel en bleef met een kaal hoofd zitten. Hij keek onder het kussen en zag het apparaatje liggen.
''Zie je wel, jullie hebben mij beet genomen en keek naar Mien.
''Heeft u dat geintje uitgehaald, mevrouw?''
Mien kreeg een hoogrode kleur, en zei stotterend:
''Neen mijnheer, dat heb ik niet gedaan, het is al erg genoeg, dat mijn man de hele dag keiharde winden laat.''

Toen keek de kale naar Wouter.
''U soms, mijnheer?''
Wanhopig keek Wouter naar de minister-president. Die zei tegen hem:
''Zeg het nou maar, dat jij het gedaan heeft, dan is de kous af en kunnen we nog een biertje drinken.''
Woest geworden riep Wouter:
''Dat heb ik niet gedaan, u heeft het gedaan, geef het nou maar toe, mijnheer de president.''
De kale:
''Ik vind het gemeen van U die arme om AOWers de schuld te geven, geef ze liever wat geld om hun drank voorraad aan te vullen. Ze weten nog niet eens waarom wij bij hun gekomen zijn.''

''Je hebt gelijk, maar zet eerst je toupetje weer op je knar en ik zal hun zeggen waarom we hier zijn.''
''Beste mevrouw en mijnheer, de barones van dit gat heeft u aanbevolen aanwezig te zijn bij de verjaardag van de Commissaris van de Koningin. Mijnheer als butler en mevrouw in de keuken. Mevrouw de barones vertelde mij dat mijnheer de glazen tot aan de rand vult en dat vinden mijn collega´s geweldig en u mevrouw, u schijnt de kippenpootjes heerlijk knapperig te bakken, daarom geef ik jullie als dank driehonderd euro om je eigen voorraad drank aan te vullen. Bent u bereid, lieve mensen?''

''Natuurlijk mijnheer de president, dat doen wij graag en we danken u vriendelijk, dat wij onze drankvoorraad weer kunnen aanvullen, zoals u ziet hebben we nog twee flessen cognac en drie flessen whisky, niet veel dus.''
''Ja, ik zie het, mijn assistent zal u bellen als het zover is.''
Die beaamde dat met een brede glimlach. De heren namen hartelijk afscheid en stapten weer in hun lelijke Eend en reden met een harde knal de straat uit.

Schrijver: kees niesse, 26-10-2012


c.h.niesseatkpnplanet.nl



balBiografie van deze schrijver





Geplaatst in de categorie: algemeen

Deze inzending is 76 keer bekeken

Er is nog niet op deze inzending gestemd.



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)