start toeval vragen forum links zoek contact gastenboek inhoud

Categorieën:

actualiteit (138)
adel (13)
afscheid (116)
algemeen (330)
bedankt (25)
biologie (13)
dieren (242)
discriminatie (38)
drank (48)
economie (23)
eenzaamheid (179)
emoties (170)
erotiek (68)
ex-liefde (65)
familie (113)
feest (41)
film (3)
filosofie (148)
fotografie (6)
geboorte (23)
geld (33)
geschiedenis (30)
geweld (46)
haiku (5)
heelal (38)
hobby (32)
humor (385)
huwelijk (40)
idool (42)
individu (62)
internet (30)
jaargetijden (53)
kerstmis (79)
kinderen (174)
koningshuis (22)
kunst (49)
landschap (15)
lichaam (38)
liefde (258)
literatuur (352)
maatschappij (158)
mannen (34)
milieu (14)
misdaad (119)
moederdag (11)
moraal (99)
muziek (41)
natuur (97)
oorlog (108)
ouderen (18)
ouders (36)
overig (131)
overlijden (79)
partner (55)
pesten (29)
planten (13)
politiek (50)
psychologie (114)
rampen (55)
reizen (132)
religie (143)
schilderkunst (20)
school (63)
sinterklaas (17)
sms (6)
songtekst (1)
spijt (26)
sport (80)
sterkte (2)
taal (43)
tijd (55)
toneel (10)
vaderdag (1)
vakantie (83)
valentijn (4)
verdriet (87)
verhuizen (13)
verjaardag (17)
verkeer (46)
voedsel (45)
vriendschap (85)
vrijheid (59)
vrouwen (88)
welzijn (55)
wereld (35)
werk (98)
wetenschap (18)
woede (60)
woonoord (87)
ziekte (153)

tabblad: verhalen

< vorige | alles | volgende >

verhaal (nr. 5124):

WIJNVLEK (eerste deel)

's Avonds woei een koude herfstwind door de grote wijngaard van Jacob, de druiventeler. In de geweldige kelder van het huis brandde heel gezellig een olielamp. Schaduwen dansten als wriemelende vingers op de ronde houten vaten vol wijn.
Jacob zat bij de lamp, samen met zijn vrouw Miranda en zijn medewerkers Jozef en Marjolein.
Miranda tapte uit een van de vaten een paar glazen wijn. Alle vier lieten ze zich die edele drank smaken.
"Dit najaar hebben we een grote eer van onze oogst," zei Jacob tevreden. "Wat smaakt ons druivennat heerlijk."
Jozef murmelde met halfvolle mond:
"Als we gedronken hebben, gaan we elkaar verhalen vertellen."
Miranda en Marjolein haalden vier witte pijpen van wel een meter lang. Ja, ook de vrouwen waagden zich aan een pijp voor oude heren. Ook al rookten ze gewoonlijk niet, ze vonden dat vuurgloed en damp meer knusheid gaven bij wat ze nu gingen doen.
Al lurkend en puffend liet de ene mond na de andere een bekende of onbekende volksvertelling horen. Wie weet, verzonnen ze zelf ook wel vertelsels. Maar zeker is het dat achter in de kelder een kleine fee heen en weer liep.
"Dat wijnvat naast mij lekt behoorlijk," merkte ze op. "Er ligt al een flinke, rode plas op de vloer. Kom, even herstellen."
De fee hief haar hand op. Meteen was het hout weer stevig dicht. Met de wijn die op de vloer lag, haalde ze ook nog een kunstje uit. De vloeistof begon te rimpelen, steeds meer op te bollen. Daar stond een kleine kabouter ofwel kobold van gestolde wijn!
De fee verdween onmiddellijk. Maar de kabouter stapte zelfbewust op de mensen af.
Sprakeloos van verbazing keken ze naar dat piepkleine, rode mannetje.
"Ik ben Wijnvlek, de kabouter van wijn gemaakt. Doven jullie die pijpen, want ik kan niet tegen rook. En laten jullie die olielamp zachter branden, tot een vaag schemerlicht. Ik ben een kobold van de duisternis. Van te veel licht krijg ik een branderig gevoel. Misschien dat ik dan zelfs zal smelten."
"Wijnvlek, we zullen veel plezier met jou beeleven," zei Marjolein op plechtige toon. Meteen sprong Wijnvlek op haar schoot. Miranda zorgde voor een zachter licht, terwijl de pijpen leeg geklopt werden door Jozef.
Jacob beloofde:
"Wijnvlek mag altijd in onze kelder blijven wonen. Steeds zal hij erbij zijn als we hier gezellig zitten." Voorzichtig drukte hij Wijnvleks tere handje.
Zo gebeurde het ook. Elke avond dat het echtpaar met hun medewerkers tussen de wijnvaten zat, in het behaaglijke schemerdonker, was Wijnvlek van de partij. De kobold vertelde daarbij ook veel wonderverhalen, die niemand nog kende.
Na verscheidene maanden werd het anders. De winter was voorbij. De lente bracht het nodige werk met zich mee. In de wijngaard moest veel gedaan worden. Ja, de druiven eisten hun verzorging. De grond werd goed besproeid en met mest gevoed.
's Avonds waren de mensen moe van de harde arbeid. Ze zaten dan in hun huiskamer uit te rusten, verbleven niet meer zo vaak in de wijnkelder.
Wijnvlek miste de gezelligheid van vroeger. Als kobold van het duister wilde hij toch nooit de kelder verlaten. Dat eenzame leven maakte hem zo neerslachtig.
Maar de kleine fee verscheen weer en zorgde ergens voor. In een van de wijnvaten maakte ze een heel klein lekje. Het ene druppeltje tikte op de vloer, even later het volgende. Wijnvlek dronk graag van de gevallen wijn. Maar wie er ook van hielden, dat waren de ratten, die in de kelder woonden. Die dieren werden al gauw dronken. Ze begonnen vrolijke, wilde sprongen te maken.
"Kom maatje, dans eens met ons mee," zeiden ze tegen Wijnvlek.
Twee ratten pakten het kaboutertje bij zijn handen. Daar zwierden ze met hun drieën lustig in de rondte. De andere ratten hielden op met springen en lieten hun tanden eens flink werken. Drie of vier van die knaagdieren beten een gat in de kelderwand. Tenslotte werd het een gangetje door de muur.
Wijnvlek snoof eens diep:



(wordt vervolgd)

Schrijver: Han Messie, 25-12-2013


hmessieatlive.nl


Geplaatst in de categorie: drank

Deze inzending is 71 keer bekeken

4/5 sterren met 2 stemmen.



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)