Inloggen
voeg je verhaal toe

tabblad: verhalen

< vorige | alles | volgende >

verhaal (nr. 6708):

Vlak voor de finish principieel afhaken

Er zit een libelle verstrikt in een spinneweb. Christoforo Klompstra denkt dat hij nog leeft en hij pakt een bezem om hem te bevrijden. Het is snikheet en het lege omhulsel met de prachtige groene staart dwarrelt als een propellerblaadje naar beneden. Vanaf zijn balkon heeft hij een mooi uitzicht op de Prinsenstraat in Groningen. Met altijd een biertje voor handen, want de kratten staan hoog opgestapeld. Vooral op een dag als deze weet hij de brouwsels goed te vinden. Hij heeft een stuk plastic en een paraplu over de kratten gedaan om de flesjes niet te laten exploderen. Zolang de zon erop staat. In zijn huurkamer stikt het van de stapels boeken, waardoor die kratten wel op het balkon moeten staan. Of hij moet ze op zijn bed zetten, maar het is hem veel te heet om iedere dag te gaan sjouwen. Het gaat prima zo. Het is wat behelpen, maar zijn uitzicht is formidabel. Hij woont er al vanaf de eerste dag, dat hij zijn studie Italiaanse taal- en letterkunde is begonnen. Ondanks de bijna ondraaglijke hitte van de laatste weken heeft hij flink aan zijn proefschrift doorgewerkt. Hij hoeft alleen nog maar de laatste loodjes toe te voegen en de puntjes op de i's te zetten. Zijn proefschrift heet 'Cesare Pavese en het waarom van zijn zelfdoding in connectie met de actrice Constance Dowling', een hele kluif, maar hij heeft zichzelf er gepassioneerd in vast gebeten en het kan haast niet anders of professor Mark Haanstra zal er zeer content mee zijn. De zo felbegeerde doctorstitel laat niet lang meer op zich wachten. Daar is hij van overtuigd. Om zijn proefschrift extra kracht bij te zetten, is hij twee maanden geleden naar Santo Stefano Belbo afgereisd om het graf van Cesare Pavese te bezoeken. Op zijn graf staat in het Latijns 'Ik gaf de mensheid poëzie'. Voor Cesare was de poëzie het mooiste op aarde. Hij gaf dus het mooiste van zijn poëtische ziel. Totdat hij door een chronische depressie op 27 augustus 1950 in Turijn een overdosis barbituraten nam en 41 jaar werd. Christoforo heeft om zich heen gekeken en verder niemand kunnen bespeuren. Daarna heeft hij vliegensvlug een fles witte wijn over het graf gegoten. Door de hitte begon dat te dampen en leek het wel alsof Cesare nog even een pijp zat te roken. Christoforo dwaalde nog wat over de rest van het kerkhof om tenslotte weer bij Cesare's graf terug te keren. Hij is er nog zo'n tien minuten blijven staan. Het laatste wat hij deed, was de C-letter van Cesare kussen. Toen hij het graf nog nauwelijks kon zien, heeft hij nog één keer intens en zielsdiep gezwaaid.

De zigeunerinachtige moeder van Christoforo, Florentina Pieroni, is in Rome geboren en opgegroeid. Zijn vader Tammo Klompstra uit Oude Pekela heeft haar ergens op een terras ontmoet, toen hij met zijn dorpsvriend Jakko Tamminga op vakantie was, zeg maar op kroegentocht in Rome. Volgens zijn vader is het liefde op het eerste gezicht geweest, maar volgens zijn moeder kwamen er nog wel wat gezichten bij voordat zij overstag ging. Hoe dan ook, na enkele maanden stond Florentina bij Tammo voor de deur en heeft hij haar nooit meer laten gaan. Dat ze rooms-katholiek is, vond zijn familie eerst wel een onoverbrugbaar probleem, maar nadat zij haar beter leerden kennen, vonden zij haar zo verdomde aardig, dat ze hun gereformeerde strengheid wisten te kalmeren. Dat ze niet in de kerk zijn getrouwd, hebben ze ook maar door de vingers gezien. Bovendien vonden ze haar Maria-beeldje met het waxine-lichtje ervoor best wel mooi en was Tammo al jaren niet meer in de kerk geweest, sterker nog, hij beweert officieel niet meer in een God te kunnen geloven en zeker niet in een gereformeerde God. 'Wat mijn vrouw allemaal wil geloven vind ik prima en schattig, want ze wordt er alleen maar mooier door!', zegt hij, 'alsof er een extra dimensie schoonheid uit haar te voorschijn treedt!'. 'Ik geloof alleen nog in een Godin!', zegt hij vaak, 'in mijn Godin Florentina! De rest is hocuspocus!'. Velen weten dat hij naast Florentina net zoveel in de jenever gelooft en dat zijn spirituele visie niet bepaald doorslaggevend en zuiver is. Ondanks zijn vermeende atheïsme blijft zijn familie hem trouw en hopen ze hem natuurlijk ooit weer op het rechte pad te kunnen brengen. Een bloedverwant kerstenen zien zij als dubbel zo eerbiedwaardig. Zolang ze in contact met Tammo blijven, is zijn ziel nog niet verloren. Bovendien is die Florentina van hem een buitengewoon lekker wijf, al zullen ze dat nooit zo denken of zeggen. Of denken misschien wel. Vooral Tammo's broer Albert, die altijd als een naaktslak over de opvallend grote borsten van Florentina glijdt. Christoforo's broer Romolo werkt in een kapperszaak te Appingedam en zijn zus Michelina is vorig jaar naar Utrecht verhuisd, waar ze geschiedenis studeert. Ze heeft een huurkamer boven een café in de schaduw van De Dom, waar ze ook als serveerster werkt. Ze klaagt vaak dat ze wordt lastig gevallen door dronken studenten, die haar op de bips slaan of zelfs in de borsten knijpen. Christoforo wil haar graag verdedigen, maar dat gaat niet zomaar, dus heeft hij haar aangeraden om met die minderwaardige job te kappen. Dat wil ze wel, maar ze kan het extra geld goed gebruiken. 'Dan moet je het zelf maar weten!', heeft hij gezegd, 'dan moet je die brutale vernederingen er maar bij nemen!'.

Christoforo sluit zijn balkondeuren met enig lawaai en hij sluit de gordijnen tegen de felle zonnestralen. Langzaam daalt hij af naar de begane grond, waar zijn fiets in de hal staat. Eenmaal buiten komt de hitte als een veel te warme deken op hem af. Hij krijgt meteen weer trek in bier. Gelukkig heeft hij een fles frisdrank in zijn fietstas zitten en hoeft hij niet van de dorst om te komen. Hij fietst triomfantelijk over de Grote Markt richting de studentenflat, waar zijn huidige, vaste vriendin Sjoukje Treurniet woont, waarmee hij al dikwijls het bed heeft gedeeld. De voordeur staat open en hij holt de trappen op. Meestal klopt hij eerst aan, maar door een soort zonnesteek bevangen, rukt hij nu de deur direct open. Tot zijn grote verbazing en schrik ligt Sjoukje samen met professor Mark Haanstra op haar bed. Beiden zijn naakt en ze maken dierlijke neukbewegingen, die ineens vertragen en stil komen te liggen, zodra ze Christoforo zien staan. ''Chris, het is niet wat je denkt!' kun je nu moeilijk als alibi gebruiken, schatje!', zegt Christoforo cynisch en kwaad, terwijl Mark zo snel als hij kan zijn kleren aan trekt en ongemerkt langs Christoforo wil sluipen. 'Zo, valse hond, heb je weer een makkelijke prooi gevonden?', bijt Christoforo hem toe, 'denk maar niet dat ik dit op mij laat zitten, fucking Casanova, je kunt de tering krijgen, oude gluiperd, dat je nu juist uitgerekend mijn vriendin moest hebben, achterlijke sukkel, ja, donder maar snel op!'. 'Vergeet je proefschrift niet in te leveren, Christo!', roept Mark nog, zodra hij op veilige afstand is. 'Ik heet geen Christo, soepstengel, ik ben die lullige inpakkunstenaar niet!', roept hij diep gekwetst terug. 'Chris, we kunnen er toch over praten!', zegt een huilende Sjoukje, 'het is maar één keer gebeurd!'. 'Nou nog mooier! alsof één keer niet telt! ben jij helemaal van de pot gerukt of zo, nee, Sjoukje, het is over, voorbij, finito, mij zie je niet meer terug!', reageert hij woedend. 'Alsof jij zo trouw bent!', zegt ze ineens vlijmscherp, 'ik weet heus wel dat je het ook met Annette en Josefien hebt gedaan, terwijl wij zogenaamd bij elkaar hoorden!'. 'Dat ontken ik niet, schatje, maar Mark Haanstra, lieve hemel zeg, dat is heel andere koek! dat slaat alles dood, mademoiselle!', zegt hij met een grote walging op zijn verhitte gelaat. 'Kunnen we elkaar dan niet gewoon vergeven?', probeert zij nog. 'De dood zal komen en ze zal jouw ogen hebben!', citeert hij plechtig, 'aldus Cesare Pavese op wie ik zou afstuderen, bitch!'. 'Dat ga je toch nog steeds doen?', zegt zij met een muizestem. 'Vergeet het maar!', balkt hij, 'ik kan me beter vanaf de Martinitoren storten!'. 'Was die Pavese ook niet zo'n suïcidale gek?', zegt zij in de war. Daarmee trapt ze ongenadig op zijn ziel en hij smijt de deur keihard achter zich dicht. Hij stormt de trappen af en in de Hema koopt hij pen en papier. Hij schrijft een brief aan de directie van de Rijksuniversiteit, dat hij afziet van verdere studie en promotie-activiteiten bij de universiteit, zonder ook maar één woord over professor Haanstra te reppen. 'Die eer gun ik hem niet!', denkt hij. Hij stopt de brief eigenhandig in de brievenbus van de Rijksuniversiteit. 'Ik kan altijd nog bij Hooghoudt solliciteren!', denkt hij opgelucht.

Schrijver: Joanan Rutgers
7 aug. 2020


Geplaatst in de categorie: emoties

Er is nog niet op deze inzending gestemd. 40



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)