Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

DIPTERA EN RODENTIA

‘Plop.’
Nee, nee ‘Blob.’ meer.
Het was nog vroeg. Een uur of zeven. Ik was nog niet helemaal wakker, maar dorstig en hongerig, nou ja, mijn maag rammelde. Thee en een cracker leken me een goed idee. Een zachtgekookt eitje en sinaasappelsap eveneens.
Het was vrij donker in de keuken, want de luxaflex was nog dicht. Ik opende het bovenste keukenkastje om de hagelslag te pakken, toen ik het vreemde geluid hoorde. Er viel iets uit het kastje, maar nachtblind als ik ben en met maar een klein schemerlichtje in de afzuigkap, zag ik niets. Het was een geluid dat ik nog nooit eerder hoorde.
Ik tuurde naar de grond en liet mijn blik over het aanrecht dwalen tot hij bleef hangen boven de diepe, zwarte gootsteen.
Een kleine bruingrijze huismuis en ik keken elkaar geschrokken aan. ´Wat nu´ vroeg ik me af. Wat een mooi diertje ging het door me heen. Opeens sprong hij op het aanrecht, de circusartiest. Om uit zo’n diepte te kunnen komen! Nog steeds dacht ik wat nu?
Voor ik het wist sprong hij van het aanrecht op de grijze, leistenen vloer. Oh nee, dat moest zijn dood wel tot gevolg hebben, maar nee, ik zag hoe hij snel wegrende en onder de open klep van de vaatwasser verdween. Ik was verbijsterd. Ik heb hem niet meer gezien daarna, maar herinnerde me de eigenaardige opmerking van mijn partner van enkele dagen terug. Tijdens het onkruid verwijderen aan de zijkant van het huis, had hij vreemde, kleine, roze hagedisjes gespot.
‘Kleine, roze hagedisjes?’
Mijn ogen waren schotels geworden zoals die van de honden uit het sprookje De Tondeldoos.
Het zouden volgens hem ook rare, kleine, roze, dikke wormpjes kunnen zijn geweest.
´Rare, kleine, dikke, roze wormpjes???’

Ik ijsde toen de woorden gif en muizenval vielen en zag alleen kleine, kale weesjes voor me. Ik opperde watjes, gedrenkt in muntolie neer te leggen, want daar hielden huismuizen niet van. Ik deed liever geen vlieg kwaad. Zelfs een mug of vlieg doodslaan, stond me al tegen.

De komst van een Musca Domestica stond me in eerste instantie niet echt tegen. Hij kwam gezellig op mijn mobieltje zitten, liep over mijn armen en benen, hij was niet van me weg te slaan! Ik bestudeerde hoe hij zijn pootjes waste en zou hem nooit van het leven beroven…ware het niet dat hij langzaamaan ‘anklam’ begon te worden; een woord dat mijn Scheveningse oma gebruikte en waarvan ik de herkomst niet weet. Het zou met vastklampen te maken kunnen hebben. Misschien zei ze ‘anklamp’ en hoorde ik de p niet.

Na verloop van tijd, merkte ik dat ik nu en dan zat te loeren naar de plastic vliegenmepper op een van de bovenste keukenkastjes. Het handvat stak net over de rand. Nee, nee, geen sprake van nam ik me voor, al begon het gezoem, al was het zacht, me een beetje op mijn zenuwen te werken.
Ieder mens heeft zijn grens, dat kan ik nu volledig beamen. Ik was een en al irritatie toen de moordenaar in mij bovenkwam. Niets menselijks bleek mij vreemd. Ik nam een spurt naar het handvat en verloste ons beiden uit ons lijden.

Schrijver: Anneke Haasnoot
13 jul. 2021


Geplaatst in de categorie: dieren

5,0 met 1 stemmen 172



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)