Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

VERLANGEN NAAR LICHT (1e deel)

Buiten het dorp, aan de rand van het bos, woonde een houthakker met zijn vrouw. De kleine woning van het echtpaar was wel heel eenvoudig.
Het hutje van boomtakken en bladeren vonden ze heus mooi genoeg. 's Nachts waren ze helemaal tevreden met het licht van één lantaarn of met wat maneschijn, die door het bladerdak drong.
'Winters moesten de wanden van de hut wel dikker worden gemaakt. Dat deden ze met aarde en droog gas. Heel gezellig zaten man en vrouw bij het houtvuurtje, dat rustig brandde en de kleine ruimte heerlijk warmde.
De houthakker deed zijn werk met plezier. Geweldige boomstammen hakte en zaagde hij aan stukjes. Wat zou daar allemaal van gemaakt worden?

De houthakker werd oud. Het omhakken van grote woudreuzen was nu wel wat te vermoeiend voor een man van zijn leeftijd. Voortaan ging hij in het dorp werken.
De houthakker bewees de mensen goede diensten. Als de jonge bomen en struiken in hun tuin te veel takken handde, kapte hij er wat van af.
Ook werkte de houthakker als tuinman. Zaaien en planten bij mensen, die het daar te druk voor hadden, dat beviel hem best. Heel wat dorpelingen vonden dat de houthakker een betere woning verdiende dan zijn takken- en bladerhutje.
De timmerman maakte een stevig huisje van balken en planken voor de houthakker en zijn vrouw. Dit nieuwe huis stond op de plaats van het vroegere hutje. Want de houthakker wilde beslist niet ergens ander gaan wonen.
Wat was het oude echtpaar blij met hetgeen de timmerman voor hen had gebouwd! Nu hadden ze wel vier of vijf kamers en een ruime zolder. Maar lampen, neen, daar verlangden ze echt niet naar.
"We houden te veel van kaarsen," zeiden ze.
Elke avond wiebelden er kaarsvlammetjes, verspreidden hun warm en schemerig licht door de kamer.

Het was in de herfst. De houthakker zat achter het raam over het weiland te kijken. Daar zag hij twee paarden over de zandweg aan komen draven. Het ene dier had een deftige heer op zijn rug, het andere een deftige dame. Voor het huis lieten die mensen hun paarden stilstaan en stapten af.
De houthakker en zijn vrouw vergastten de hertog en de hertogin (ja, dat waren die mensen!) op thee met kruidkoek. Ondertussen stonden de paarden rustig buiten te grazen.
"Nou," vertelde de hertogin. "Vorige week zijn wij getrouwd. Wat hebben we een drukke feestdagen gehad! Om nu eens wat rust te hebben, gingen mijn man en ik vandaag een heel eind paardrijden."
De hertog kauwde nog op een stukje kruidkoek, schraapte zijn keel en sprak:
"Het paleis, waarin we pas zijn gaan wonen, wordt nu voorzien van nieuwe meubels en van al wat naar onze smaak is."
"Maar ik wil graag heel bijzondere lampen in ons paleis hebben," viel de hertogin haar man in de rede. "In de schijn van die lampen moet het wonderschone poollicht te zien zijn. Ach, die geweldige gloed met al zijn kleuren... Dan zal het mooiste van de nachtelijke hemel in onze zalen en kamers glanzen!
Na een hartelijk afscheid vertrokken de hertog en hertogin weer op hun paarden. Ze waren wel heel wat van plan!

Een week later voer een groot zeilschip de zee op. Aan boord waren de hertog en de hertogin met enkele van hun dienaren. Het schip zette koers naar de Noordelijke IJszee, waar het na een reis van ongeveer drie weken aankwam. Twee stevige ankers werden vastgehaakt in het poolijs.
"Jullie blijven maar aan boord," zei de hertog tegen zijn dienaren. "Mijn vrouw en ik willen hier een eindje gaan lopen."
In dikke wollen jassen liep het jonge echtpaar door het geweldige sneeuw- en ijsrijk. Langzaam werd het avond. Gelukkig hadden beiden een grote lantaarn in de hand. Spoedig gleden twee felle lichtstrepen zoekend oor de schemerige, witte wereld. Maar wat aan de donkere hemel prachtig scheen, en ook wel dreigend... Dat was het bonte poollicht!
"Kijk. nu zien we dat machtige hemellicht voor het eerst in werkelijkheid!" juichte de hertogin opgewonden. Maar tegelijk huiverde ze een beetje. "We weten hoe de olielampen straks in ons paleis moeten schijnen! Maar _ maar, het moet wel vriendelijker, minder angstwekkend zijn dan het licht dat je hier ziet."
Wat was dat nu?
Ze stonden voor een wijde en ontzettend diepe ijsspleet. Het poollicht spiegelde zich in de steile wanden. Daarbinnen blonk het haast verblindend!
"Ik ben wel een beetje onrustig, maar moet toch hier blijven zitten!" riep de hertogin uit. Ze legde haar lantaarn neer en knielde naast de ijsspleet. Verrukt boog ze zich voorover en tuurde in die blinkende diepte. Plotseling _ een luide gil! De hertogin viel in die spleet!
De hertog stond als versteend. Daarna schreeuwde hij het uit van vreselijke schrik. Zijn vrouw was in dat verschrikkelijke gat verdwenen! Nu viel ze vast honderden meters naar beneden! Zijn lieve vrouw zou nu vast dood zijn... En al was ze nog in leven, hoe moest ze dan uit die ijsspleet komen?
De hertog zat radeloos op het ijs, terwijl het almaar donkerder werd. Hij huilde hartverscheurend.

De hertogin viel dieper en dieper. Krtsj! Daar hing ze, stevig vastgeklemd tussen de harde ijswanden. Ze verloor het bewustzijn.
Maar al gauw kwam de hertogin weer bij. O, wat suisde het in haar hoofd! Ze hing dan ook in een erg ongemakkelijke houding: hoofd naar beneden, voeten naar boven.
Vlak onder zich zag ze een grote zaal. Die kille ruimte werd een klein beetje verlicht door een enkele vlam. Maar dat nietige vuurtje werd steeds groter. Het werd een reusachtig, knetterend vuur en _ kreeg de gedaante van een ontzaglijk grote ijsbeer met rossige vacht! Tenslotte vulde dat monsterachtige dier bijna de hele zaal met zijn lichaam! Dat dier was wel tien keer zo groot al een olifant...


(wordt vervolgd)

Schrijver: Han Messie
26 januari 2022


Geplaatst in de categorie: tijd

Er is nog niet op deze inzending gestemd. 25



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)