Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

Droom

Woestijn. Duinenlandschap. Ik verplaats me sloffend in brandende zon. Opeens besef ik dat ik zonder schaduw ben. Ik kijk om me heen en ontdek op mijn weg achter me geen voetsporen in het zand. Geen sporen laat ik achter me.
Ik schreeuw. Schreeuw ik werkelijk? Geen geluid. Niet de zachtste toon. Dan zie ik iemand diep onder me door het zand waden. Zonder sporen, zonder schaduw, zonder enig geluid. Ik weet onmiddellijk: dat ben ik. En ik kijk op me neer, koud en onaangedaan. Ik ben van boven toeschouwer van me zelf die zich daar diep onder me voort sleept. Tegelijk ben ik hier boven en daar beneden, hier de koel observerende en daar de onthutste, de spoorloze, de schaduwloze.
Dan ben ik weer uitsluitend daar beneden, hier beneden. En velen zijn om me heen, enkelingen en groepen. Naast me, voor me, achter me zijn ze. Ze staan en gaan en bewegen doelloos her en der. Ze hurken op de grond bij elkaar. Waarheen ik ga daar weken ze terug of ze worden transparant. Ik kan ze niet aanraken. Ook zij raken me niet. Ik trek dwars door ze heen als door kleurige, zachte en verblekende mistflarden.

Ik hoor hun eentonig smiespelen, een veelvuldig zoemen van fluisterende stemmen, een gebruis van vocale klinkers, het krakend ratelend gereutel van medeklinkers, dan weer het lispelende slissen zo als het ruisen en suizen van de bladeren van zilverpopulieren in een windzuchtje of als het zachte kabbelen van een beekje. Ze zwetsen en kletsen maar iedereen voor zich zelf en allemaal langs elkaar heen. Ik zie de bewegingen van hun lippen, ik hoor het murmelend gefluister maar kan niets verstaan. Ik wil vragen, wil roepen maar mijn tong is loden en stemloos.

Ze kijken me niet aan, ze kijken langs me heen en door me heen. Als ik mijn blik op deze of gene gestalte wil richten dan vervagen de omtrekken en ontbinden zich.

Ik strompel voort, traag en moe, tuur naar de horizon die onveranderlijk is en zonder aanwijzing: troosteloos, hopeloos, uitzichtloos. Vooruit word ik gedreven, mechanisch als een door een batterij aangedreven uurwerk maar noch uurwerk noch batterij weten iets van elkaar en ze hebben ook geen benul wanneer alle energie op is en alles tot stilstand zal komen.
Dan opent zich voor me een diepe afgrond, wel vademdiep of nog dieper. Waarom vademdiep? Hoe lang of breed of diep is een vadem? Dit is het vademravijn, dat weet ik en het wil me verzwelgen. Een gapende kloof en zijn naam is Ravenravijn.
Ik stort me erin. In mijn duikvlucht, het hoofd vooruit, in het opslorpende oneindig diepe donker kijkend, spreid ik mijn armen uit en ze worden dragende vleugels. Mijn duik in het bodemloze wordt een glijdende zweefvlucht met zwierige, soepele zwaaien naar rechts en links en verandert in een volmaakte cirkelbaan.
Dan verandert de cirkel in een spiraal, in een opzuigende trechter die me wervelend verzwelgt. "Dit is het eind," hoor ik het fluisteren. "Dit is het begin," zegt een andere stem. "De kringloop heeft geen begin en geen eind," hoor ik me met verbazing zelf zeggen. Maar als ik me ontwakend opricht en om me heen kijk is er niemand in het schemerlicht.

Dat was mijn laatste overweging voor ik in slaap viel: de zin van het leven ligt in iedereen zelf. Juist, dat was het. Je zelf bepaalt de zin van je leven. Er is geen absolute zin van het leven die je van buiten opgelegd wordt, geen verborgen goddelijke bedoeling die we moeten zoeken, vinden en doorgronden. Ik ben het die de wereld een gezicht geeft – mijn gezicht.

En nu die droom – wat zal dat? Dromen zijn volgens wijze mensen transformaties van herinneringen, van wensen en heel soms ook voorspellingen in symbolen. En af en toe zijn de dromen eveneens afbeeldingen van problemen en hun oplossingen. Maar hoe moet ik ze herkennen en begrijpen? Pas tijdens het opschrijven begin ik te begrijpen. Steeds duidelijker worden nu de zinnebeelden die me mijn droom aangeboden heeft. Hoe simpel zijn toch de dingen – ook in de meerduidigheid – als ik het op de juiste manier bekijk. Maar welke manier is de juiste? En weer stort ik in een opslorpende draaikolk.

Schrijver: Peter d'Almere
Inzender: Peter Schilling, 25 mei. 2002


Geplaatst in de categorie: algemeen

2,4 met 17 stemmen 1.102



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)