Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

Hilde de klaproos

Hoofdstuk 1

Het was op een vroege morgen. Heel langzaam kwam de zon op. Voorzichtig stuurde hij zijn warme straaltjes over de koude grond. Héél zachtjes en heel stil. O, ’t was zo mooi! Eerst het ene straaltje, en toen het volgende, en toen nog een… en toen, o, toen waren er wel duizend straaltjes! Vrolijk scheen de zon op het natte, frisse gras van het grote weiland. Ondeugend prikte hij in de waterdruppeltjes. Maar het gaf niet want de druppeltjes hadden geen pijn! Ze werden juist lekker warm van de zon! En als je heel goed keek, dan zag je dat er helemaal binnen in de druppeltjes allemaal kleurtjes kwamen… zo wonderlijk! Geel en rood en groen… de zon lachte naar beneden en de druppeltjes leken te zeggen: ‘dankjewel zon, dankjewel voor die mooie kleuren in ons hartje!’ De zon knipoogde en heel even viel er een schaduw over het weiland. ’t Werd zo lekker warm! En daar, helemaal verscholen tussen de druppeltjes, daar stond een heel klein steeltje. Zo klein! Je kon het bijna niet zien! ’t Was geen grassprietje… want die stonden er ook! O, er stonden wel honderdduizend grassprietjes! Maar tussen die grassprietjes, heel goed verstopt, daar stond nog een ander plantje. Een klein groen steeltje en een klein lief blaadje was er ook al aangegroeid. Het was een heel klein bloemetje. Eigenlijk was het nog geen bloemetje… het was alleen nog maar een steeltje met een blaadje. Nog zó klein, zo teer ook… Het kleine bloemetje genoot van de warme zon! Ze vond het zo lekker, die warme zonnestralen op haar zachte huid!
Wie was dat dan toch? Wie was dat kleine bloemetje? Hoe was ze daar gekomen, zomaar tussen de grassprietjes? O, weten jullie wie het was? Het was Hilde! Hilde de klaproos! Eerst, het was alweer een hele tijd geleden, toen was ze nog maar een piepklein zaadje geweest. Ze had op de grond gelegen… toen kwam er een grote vogel en die kwam zomaar boven op haar zitten! Ze had zich vastgeklemd aan zijn grote poten en de vogel had het niet eens gevoeld! En toen was hij weggevlogen… zo mooi was dat geweest! Ze hadden gevlógen…! Zo ver! Over de huizen, over de drukke wegen, over weilanden… en toen, toen had ze dit weiland gezien. ’t Zag er zó mooi uit, zo fris en groen! Daar zou ze altijd wel willen blijven! En toen wist ze het… ze liet vlug de grote vogelpoten los en langzaam, heel langzaam zweefde ze naar beneden. De wind had haar speels nog even opgepakt en even later weer losgelaten. Ze had gelachen naar de wind en vrolijk zweefde ze weer verder. Toen, een hele poos later, toen was ze op de grond terechtgekomen. Ze was diep in de zachte grond gekropen! Heel zachtjes had ze gefluisterd met de grassprietjes. Alleen hun konden het horen! En nu, nu was ze al zóveel gegroeid! Ze was al bijna net zo lang als de meeste grassprietjes! En ze zag zo ontzettend veel! Heerlijk vond ze het!
Elke dag was een nieuw feest voor Hilde. Iedere dag werd ze weer een stukje langer en op een dag… toen was ze zelfs langer als de grassprietjes geworden! Dat was leuk… geweldig vond ze het! Nu kon ze over het gras heenkijken, zo ontzettend ver! Alles kon ze nu zien! En, het werd nóg mooier! Boven op haar hoofdje kwam een oranje knopje. Zomaar opeens was het er, het leek haast wel toverij! En elke dag werd het oranje knopje een beetje groter en toen, midden op een warme dag, de zon scheen stralend op haar zachte huid, toen opende ze het knopje… flinterdunne oranjerode blaadjes kwamen tevoorschijn! Prachtig waren de blaadjes! Vrolijk wapperden ze in de warme zon. En in het midden glansde het mooie, zwarte hartje. Dromerig keek Hilde omhoog naar de blauwe lucht. Witte wolken dreven langzaam voorbij, op weg naar een onbekende bestemming. De wind wiegde het kopje zachtjes heen en weer. Hilde werd er een beetje slaperig van. De oranje blaadjes glommen van geluk. Vandaag was hun grote dag, vandaag zagen ze voor het eerst de zon! Hilde voelde zich zo mooi! En ze wás ook mooi, prachtig was het, de groene grassprietjes en daartussenin, daar stond een prachtige oranjerode bloem. En de blaadjes waren zó dun! Zó mooi was het! En toen werd het avond. De zon zakte langzaam weg achter de horizon. De lucht was vol van kleuren, oranje, geel, blauw, paars, rood… Fantastisch was het! Zo adembenemend mooi! Het was alsof de zon dit speciaal voor Hilde gemaakt had… En Hilde blééf kijken, zoiets moois, dat had ze nog nooit gezien! En toen, toen de zon als een rode bal achter de horizon gezonken was en het langzaam donker werd, toen sloot ze tevreden haar mooie oranje blaadjes. Ze voelde zich zó gelukkig! Ze had nu weeral zin in morgen, dan zou er wéér zo’n mooie dag komen! Blij viel ze in slaap en ze droomde over haar mooie blaadjes, over de zon en de wolken die voorbijdreven, over de prachtige kleuren die de ondergaande zon voor haar getoverd had… o, en ze droomde nog véél meer, over alle prachtige dingen die ze vandaag gezien had en over alles wat ze beleefd had. En de grassprietjes naast haar, die sliepen ook. Alles werd stil op het grote weiland. En langzaam werd het nacht…

Schrijver: Anneliesjuh, 24 december 2003


Geplaatst in de categorie: kinderen

2.8 met 26 stemmen 1.949



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)