Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

Nare en andere geluiden

Eén september 2004. Een zomerse dag dan nog. Enkele verspreide witte wolken en droog. De weerman glundert op TV. Ik geniet van zijn woorden en maak hem niettemin meteen monddood.
De tuin ligt er zalig bij. Bloemen en planten geven zich bloot aan het zonnelicht. Een koolwitje dartelt her en der. Durft zich niet neer te zetten en fladdert en fladdert.
Ik moet een tekst schrijven voor creatievelingen, schraap me de pezige keel en daarbij ook het kale voorhoofd. Heb overal jeuk als de muze niet over mij wil neerdalen.
Ik wil stilte in mijn hart en in mijn oren. In de zuivere lucht stoort het gebrom van een rondcirkelend vliegtuigje van de nabije vlieghaven me lichtjes. Het getetter evenwel van een opgefokte bromfiets irriteert me danig maar verdraag geduldig het zacht voorbij glijden van de auto’s – 30 km zone –.
De namiddagzon werkt op me in en ik tuimel soezend in een lichte slaap in de schaduw van de wintereik. Plots een schreeuw van mijn buurvrouw (niet die van Edvard Munch!) die haar oudste van 8 tot de orde roept. Assertiviteit is haar niet onbekend. Ben klaar wakker nu en hoor de elektrische grasmachine wat verderop kabaal maken. Mijn verlangen naar die unieke stilte die ik éénmaal in mijn leven heb “gehoord” tijdens een reis naar Noorwegen (Ulvik), jaren geleden al, zou ik nogmaals willen meemaken. Indrukwekkend. Een diep ingesneden fjord met geruisloos opborrelend koelwater van de elektriciteitscentrale, hoge bergtoppen, immense bossen, prachtige herfstkleuren midden in een totale stilte. Rondom ons in de weidse verte was er echt niets te horen. Niets! We spitsten ingespannen de oren om toch maar een ietsepietse op te vangen. Helemaal niets. Indrukwekkend ongewoon. Zelfs de mussen tjilpten niet. Ook de enige hond uit het stadje gaf geen blaf-blaf naar die enkele vreemdelingen. Wellicht dezelfden van gisteren maar toch weer andere toeristen.
Stemmen van klepperende buurvrouwen, het geklingel van een “windspel” aan buurmans achterdeur overstijgen de achtenwaardige torenklok die met regelmaat de tijd klepelt. Ik luister intens en zuig diep al die geluiden op. Witte rechte laterale strepen aan de hoge hemel doorkruisen ’s weermans voorspelling. Het zachte gezoem zwelt aan en ontzwelt meteen.
Nu hoor ik Makki blaffen. Ginder op het einde van de straat. Zomaar een alledaagse luie “woef-woef” als een “goeie dag” aan zijn meester: “woef-woef”. Zonder kracht of nijdigheid. Een dolende grijze kat glijdt geluidloos voorbij kijkt me wantrouwend aan en verdwijnt even geruisloos als ze gekomen is.
Op de tuintafel rafelt een zachte bries de vergeelde bladen van “De Komst van Joachim Stiller” (Hubert Lampo) heen en weer. Een garagedeur van één van de geburen wordt opgehesen en klettert even nadien neer. Mijn buurvrouw gilt opnieuw tegen haar kind. Munch! Ik beef bijna zelf. Op de nok van het huis roekoeën twee tortelduiven. Eerst amechtig dan uiteindelijk als een bestendig gejank, nu ik erop let.
Gejank zou je eerder bij de tandarts moeten horen, denk ik. Maar het kan ook wel eens anders. En dàt is me ook echt overkomen.
Een paar dagen terug zat ik voortijdig mijn rendez-vous-uur af te wachten. De muren van het kleine wachtzaaltje bleken flinterdun want ik hoorde de tandarts en een patiënte praten. Opeens een gegil…maar niet van pijn blijkbaar! Eerder een hevig gegiechel dat maar bleef duren met vele hoge “hi-hi’s” en evenveel lage “ha-ha’s”. Beiden hadden er blijkbaar zin in dacht ik met vooringenomendheid. Ze zag er inderdaad nog opgewonden uit toen ze naar de uitgangsdeur liep. Een mollige dame, niet oud maar niet zo jong meer weliswaar. Flinke boezem en dito decolleté. De tandarts ontving me geamuseerd. Mijn ogen en opgetrokken wenkbrauwen vroegen hem om uitleg.
“Stel je voor”, zei hij terloops en ongevraagd, “dat ik mevrouws stifttand heb laten vallen in haar ruime bloes en in mijn haast en verbouwereerdheid wou ik die eruit vissen want het tandcement droogt zó vlug, nietwaar?”
Vandaar die hilariteit tussen ons beiden verontschuldigde hij zich.
“Jonge, jonge, nog nooit meegemaakt in mijn carrière. Was die dame geschrokken en ik, achteraf, ermee verveeld. Om te gillen! Ze nam het me nadien echt niet kwalijk, hoor”.
Glimlachend keek ik hem aan en… geloofde hem.
De tandboor snerpte schril in mijn gebit. Hoogst onaangenaam dit geluid, maar dit weet trouwens iedereen die in een dergelijke ligzetel heeft gelegen, niet?
Geluid de tegenpool van stilte maar of we onze dove evenmens moeten benijden dàt laat ik in het midden. Integendeel zelfs. Leve het geluid dan maar!

Schrijver: Jan Coessens, 17 nov. 2004


Geplaatst in de categorie: algemeen

0,5 met 4 stemmen 1.006



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)